Vergrijzing leidt niet tot tekort op arbeidsmarkt

Stijgende arbeidsparticipatie onder jongere generaties maakt de uittocht van de babyboomers ruimschoots goed.

In Trouw van donderdag 18 augustus wordt een vergezicht geschetst op de arbeidsmarkt van 2040. Als we kijken wat er de afgelopen dertig jaar is veranderd op de arbeidsmarkt en ons realiseren dat de veranderingen steeds sneller gaan, dan is dit een gewaagd huzarenstukje. Het citaat van Paul de Beer uit Trouw van 20 juli: "structurele krapte op de arbeidsmarkt zal niet ontstaan" geeft een ander en waarschijnlijk realistischer beeld.

Het is jammer dat de suggestie wordt gewekt dat mensen die nu langs de kant staan straks weer ge-makkelijker aan het werk zullen komen. Tot 2020 is er geen schaarste aan menskracht maar aan banen. Wie nu langs de kant staat, hoeft de eerste tien jaar nergens op te rekenen en daarna hoogstwaarschijnlijk ook niet omdat de arbeidsmarkt zich aanpast én omdat zij na nog eens tien jaar werkloosheid al helemaal niet meer in trek zullen zijn bij werkgevers.

De oorsprong van de opvatting dat vergrijzing en ontgroening leidt tot een krapper wordende arbeids-markt, ligt bij het advies van de commissie-Bakker (2009). Deze opvatting klinkt door in de arbeidsmarktanalyse van de Raad voor Werk en Inkomen en recent nog in de kabinetsreactie van minister Donner op het rapport 'De grote uittocht', 8 juli 2011.

In de algemeen gedeelde verwachting over toekomstige tekorten op de arbeidsmarkt wordt onvoldoende rekening gehouden met de stijgende arbeidsparticipatie. De arbeidsparticipatie geeft het percentage mensen aan dat werkt (bijvoorbeeld binnen een leeftijdsgroep).

Voor mannen is de stijging van de arbeidsparticipatie goed zichtbaar vanaf 50 jaar. In 17 jaar tijd (de keuze van dit aantal jaren heeft te maken met de beschikbare gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek) is de arbeidsparticipatie van mannen ouder dan 50 jaar fors gestegen. Als de arbeidsparticipatie gelijk zou zijn gebleven sinds 1992 dan zouden er nu in de leeftijdscategorie ouder dan 50 jaar bijna 300.000 mannen minder werken dan daadwerkelijk het geval is.

Voor vrouwen is de stijging van de arbeidsparticipatie echt spectaculair: Er werkten in 2009 1,2 miljoen meer vrouwen dan het geval zou zijn als de arbeidsparticipatie was blijven steken op het niveau van 1992.

De verwachting lijkt reëel dat de toenemende arbeidsparticipatie de komende tien jaar in ieder geval ruimschoots het vertrek van de babyboomgeneratie kan opvangen. Leeftijdsgroepen met een lage arbeidsparticipatie worden immers vervangen door leeftijdsgroepen met een hoge arbeidsparticipatie.

De komende tien jaar zullen jongeren die nu 15-25 jaar zijn de werkenden vervangen die nu 55-65 jaar zijn. Circa 55 procent van de uitstromers werkt. Van de instromers zal straks zeker 83 procent werken zoals nu geldt voor de groep van 25-50 jaar. Het verschil tussen vertrek en intrede tot 2020 levert een positief saldo van afgerond een half miljoen.

Conclusie: als doorwerken tot 65 jaar de norm wordt, dan is er de komende jaren geen tekort aan menskracht maar aan banen. Let wel, dit zegt alleen iets over kwantiteit en niets over overschot of tekort op bepaalde arbeidsmarkt-segmenten.

Voorlopig lijkt de verwachting reëel dat de toenemende arbeidsparticipatie de komende jaren het ver-trek van de babyboomgeneratie ruimschoots kan opvangen. Voor mensen die nu aan de kant staan, gloort er dus helaas nog geen nieuw perspectief.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden