Vergeving, vernieuwing en verzoening geschieden niet als bij toverslag

Schuld, vergeving en verzoening zijn kernwoorden in kerk en wereld. Je ziet de gevolgen van geweld, wraak en vergelding dagelijks om je heen, in families, tussen volken, op scholen, in het stadion of op het station.

Het is een verschijnsel van alle tijden, maar een samenleving die uitgaat van autonomie en 'veranderbaarheid', zet hoog in wanneer het gaat om misdaadbestrijding, zij het meer omwille van onze veiligheid dan omwille van onze heiligheid.

Welke houding kun je aannemen tegenover geweld? Actief vergeldend, passief stoïcijns, of - zoals in de aangrijpende film van Roberto Benigni 'La vita e bella' - ridiculiserend, het macabere spel meespelend? Geen van drieën lossen ze iets op. Ze zijn niet bevrijdend, helend, verzoenend.

Een andere mogelijkheid is die van de 'exoneratie', de ont-schuldiging waarbij dader en slachtoffer via een tussenpersoon met elkaar in contact worden gebracht. Zo is na verloop van tijd in sommige gevallen een doorbraak mogelijk om uit de spiraal van haat, geweld en achterdocht te komen, een hertaxatie van de geschonden verhoudingen met het oog op de toekomst van komende generaties. Een aantal gesprekken tussen dader en slachtoffer met als doel zuivering van verachting en blaam, gegrond in de bijbelse opdracht tot wederzijdse vergeving en verzoening: 'heb uw naaste lief als uzelf, heb uw vijand lief..'

Of je via deze weg slaagt, hangt af van de bereidheid van mensen te lijden aan het lijden van de ander, kwetsbaar te zijn voor de kwetsbaarheid van de ander, waardoor angst voor gezichtsverlies kan verdwijnen. Soms lukt het niet, omdat het kwaad onbeschrijfelijk is, anoniem blijft en de aanspreekbaarheid soms niet meer mogelijk. Veel hangt af van de bereidheid van dader en slachtoffer elkaar onder ogen te willen komen. Toch blijkt deze poging tot verzoening vaak de enige mogelijkheid om uit de spiraal van geweld en wraak te komen.

In alle gevallen zal de dader eerst schuld moeten erkennen en zijn verantwoordelijkheid moeten nemen voor alles wat hij heeft aangericht.

Stel u rijdt te hard met de auto. U neemt een scherpe bocht, ramt een lichtmast, raakt van de weg en belandt ernaast in een sloot. Het was een gevaarlijke bocht: de gemeenteraad ter plaatse had de vorige avond net besloten - vanwege de vele ongelukken - zo snel mogelijk een verkeersbord te plaatsen.

Zelf komt u met de schrik vrij, maar uw duo-passagier wordt met een zware hersenschudding en een gebroken neus naar het ziekenhuis gebracht. Na een aantal politieverhoren wordt u naar huis gestuurd met een bon voor te hard rijden en de opdracht de schade aan de lichtmast te vergoeden. Dat zit u niet lekker. U reed te hard, maar die bocht is levensgevaarlijk. Als u er een paar weken later had gereden, zou u - gewaarschuwd door dat bord - gas hebben teruggenomen en was er misschien niks gebeurd. Ja, is het eigenlijk wel uw schuld? Als u uw verkreukelde vriend in het ziekenhuis bezoekt, vindt u van wel, maar wanneer u thuis nadenkt over de nalatigheid van de gemeente, gaat u twijfelen.

Blijkbaar is 'schuld' niet altijd duidelijk. Misschien moet je zeggen dat 'schuld' het gevolg is van wat die mensen elkaar moedwillig aandoen. Daarnaast kun je spreken van 'verantwoordelijkheden' waar je niet direct één schuldige voor kunt aanwijzen. Maar je kunt die twee niet altijd van elkaar onderscheiden.

Bovendien speelt schuldgevoel ook een rol: de vrachtwagenchauffeur die een plotseling overstekend kind dodelijk aanrijdt, doet 's nachts geen oog meer dicht. Hij wil niet meer achter het stuur. Niemand kan hem ervan overtuigen dat hij zich niet schuldig moet voelen, omdat het kind niet uitkeek. Hij is immers de dader?

Tegen schuldgevoel en berouw vallen redelijke argumenten weg. De enigen die kunnen vergeven lijken de slachtoffers, maar wanneer zij het niet meer kunnen navertellen, kan een levenslang schuldgevoel zwaarder wegen dan levenslange gevangenisstraf.

Is het mogelijk in die wirwar van schuld, verantwoordelijkheden en schuldgevoel een weg te vinden?

Een eerste stap is de erkenning van schuld door de dader en het serieus nemen van die erkenning door zijn naasten. Zo kan de kramp van het zelfverwijt, de ontkenning en de verdringing wijken voor een nieuwe ontmoeting met jezelf en de ander, waarbij schuld in de goede verhouding kan worden gezien en haar diepte kan worden gepeild.

Vervolgens gaat het ook om de erkenning van een collectieve verantwoordelijkheid. Geen mens kan zich onttrekken, ook al lijkt hij niet direct betrokken. Zo wordt in het oude testament heel het volk Israël aangesproken op de kritiekloze houding tegenover leiders die misbruik maken van hun macht ten koste van de zwakken. Het ontstaan van het nationaal-socialisme en veel andere 'ismen' zijn daarvan het gevolg. Waar het gaat om geweld en vergelding kan niemand vanzelfsprekend een beroep doen op het 'verschoningsrecht'. Hoe ongrijpbaarder en hightech onze samenleving wordt, des te makkelijker kunnen wij ons verschuilen achter een 'sorry cultuur'. De parlementaire enquêtes van de laatste jaren zijn op dat punt illustratief: om de paar vragen klonk het van ambtenaar tot minister: 'Sorry, maar daar wist ik niks van, dat moet u niet aan mij vragen, daar ben ik niet verantwoordelijk voor, het ging buiten mij om,ik kan mij er niks van herinneren . . .'

De erkenning dat ieder verantwoordelijkheid draagt voor het geheel en dat nalaten het goede te doen even schuldig maakt als het verkeerde doen, is een volgende stap in het proces van vergeving en verzoening. Wanneer de bijbelschrijvers spreken over Gods 'genade' hebben zij het hierover. Vergeving, vernieuwing en verzoening geschieden immers niet als bij toverslag. Zij worden ons niet alleen op het hart gedrukt, maar ook in de hand gegeven en ze worden pas gaandeweg in de geschiedenis gerealiseerd, via vallen en opstaan, ontkennen en toegeven, verdragen en verduren.

Ik noemde vergeving van schuld een 'groeiproces', willen ontmoeten die jou vreemd zijn. Daarom kan vergeving in de kerk alleen worden 'aangezegd' om die beweging te vernieuwen en niet als afgerond feit. Met Dittrich Bonhoeffer ben ik beducht voor een 'billige Gnade' ('goedkope genade') die via sacramenten als biecht en absolutie (vrijspraak) door de priester wordt aangezegd.

De zware woorden van schuldbelijdenis en genadeverkondiging zijn daarom in het nieuwe dienstboek van de protestantse kerken mijns inziens terecht vervangen door het kyrie (ontferm U) en gloria (lof zij U) of - als verootmoediging - vóór het lezen van de tien woorden. Een wereld waar vergeving almachtig wordt, wordt immers onmenselijk (Levinas). Dat wil niet zeggen dat wrok en wraak kunnen worden goedgepraat onder het motto dat 'ieder mens slecht en zondig' is. Wel dat de kwaliteit van de relatie als voortdurende inzet zo op een dynamischer en verantwoordelijker plan kan worden gebracht.

Via die wederzijdse inzet wordt de autonomie van het beledigde en het beschadigde slachtoffer recht gedaan en krijgt de schuldenaar de kans te komen tot inzicht, berouw en herstel van waardigheid te komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden