'Vergeving is het einddoel'

Alleen gedetineerden zélf kunnen zin geven aan hun straf, stelt gevangenispredikant Hittjo Hummelen. Daarvoor zullen ze zich wel open moeten stellen voor anderen. En daar ligt het probleem. "Eigenlijk wil je wel iemand vertrouwen, maar je durft niet."

Wanneer Hittjo Hummelen in een gewone kerk preekt, schiet het wel eens door hem heen: "Wat een makke schapen zijn dat hier, ze slikken alles." Als gevangenispredikant maakte hij het wel anders mee. Mensen die midden in de preek opstaan en roepen: "Wat een onzin!"

Op 1 mei beëindigde hij zijn loopbaan. Gisteren nam hij officieel afscheid. Ruim drie decennia heeft hij als geestelijk verzorger in diverse straf-instellingen gewerkt in Amsterdam, Alkmaar, Heerhugowaard en Den Helder. In die periode kreeg hij de gelegenheid diep na te denken over de zin van straf. In een afscheidsrede, op een aan zijn vertrek gewijd symposium, stond hij daarbij stil. Niet het maatschappelijke nut van straf, zoals afschrikking, was zijn onderwerp. Wel ging hij na welke zin straf voor de gedetineerde zelf kan hebben.

Als geestelijk verzorger kreeg hij ook te maken met de zwaarste vorm van criminaliteit, de levensdelicten. Dat geeft aan zijn vraagstelling een extra lading. Zijn stelling: alleen de gevangene zelf kan zin geven aan zijn straf, door aan tenminste één persoon vertrouwen te geven en via die vertrouwensrelatie zelfinzicht te verwerven. Daarmee is hij er nog niet, er is ook vergeving nodig. Met name moet hij leren zichzelf te vergeven, in elk geval het gevoel te krijgen dat hij in aanmerking komt voor vergeving door anderen.

De gevangenen ontmoet hij behalve in kerkdiensten ook in discussiegroepen en persoonlijke gesprekken. Hij probeert iets van de ervaringen die hijzelf heeft opgedaan met psycho-analyse te gebruiken om zijn cliënten te helpen. Vertrouwen is daarbij essentieel: "Op basis van vertrouwen komt elk therapeutisch proces op gang."

Maar dat vertrouwen is juist het probleem. Hummelen: "Als ik in een gespreksgroep vraag 'Is er iemand te vertrouwen?' dan roepen ze in koor 'nee!' En dan is er ook nog wel eens een slimmerik die eraan toevoegt 'en ik zelf ook niet'. Het basale vertrouwen hebben ze niet. Uit onmacht worden ze agressief. Ze denken: 'als het erop aankomt dan laat iedereen me toch in de steek'. Ik vraag dan wel eens: 'en je vader en moeder dan, vertrouw je die ook niet?' Uit loyaliteit zeggen ze dan 'dat is wat anders'. Ze willen zeker hun eigen nest niet bevuilen, en daarnaast willen ze ook hun eigen verantwoordelijkheid houden. In dat spanningsveld bevinden zich de problemen."

Dat diepe wantrouwen leeft bij jong en oud. De afgelopen jaren werkte hij met jongeren in de Doggershoek in Den Helder: "Ik had daar een opa-rol. Het waren vijftienjarigen. Ze hadden over mijn beroepsgeheim gehoord. Het eerste wat ze vroegen was: 'Het klopt toch dat u niets mag zeggen over ons?' Ik zei dan: 'Ook al beken je me tien moorden dan zal ik het nog niet doorvertellen'." Maar het wantrouwen bleef: "Ik durfde niet meer op de gang te praten met behandelaars, omdat ik bang was daardoor het vertrouwen van de kinderen te verliezen."

Als gevolg van die diepe argwaan pantseren mensen zich. Hummelen: "Dan sluit je de vensters van je huis. Je trekt een dikke mantel aan, een olifantenhuid. Het wordt zomer, je stikt van de hitte maar die mantel houd je aan, want je weet zeker dat anders iemand je zal steken. Eigenlijk wil je wel iemand vertrouwen, maar je durft niet."

Dat wantrouwen, die pantsering, kan zich uiten in stoere grootspraak in de trant van: 'Als ik vrijkom ga ik van mijn centen genieten op een tropisch eiland'. Om de eerste barrières te slopen kan het nodig zijn zo iemand af te troeven. Hummelen zet hem met beide benen op de grond: "Dat klopt misschien voor je vriendjes. Maar jij zit nu niet op een tropisch eiland maar hier."

Soms hult de grootspraak zich in een mantel van vroomheid. Hummelen maakte dat mee toen hij dit werk nog niet zolang deed. Een meneer in goede doen had zijn vrouw vermoord. Juichend stapte hij Hummelens kamer binnen. Hij riep: 'Dominee, ik heb samen met uw collega gebeden en: Halleluja! God heeft mij vergeven!'"

Hummelen wist niet goed wat hij moest zeggen. Later kreeg hij beter contact met hem. Samen kwamen ze erachter dat hij zichzelf overschreeuwde. Het probleem was niet dat God niet wil vergeven, maar dat de man zelf niet kon geloven, dat God iemand als hem kon vergeven. Hummelen: "Op een vraag van mij aan een ervaren rabbijn, wat hij in zo'n geval zou antwoorden, zei hij: 'Wat fijn, dat de Almachtige je vergeeft, maar heeft je vrouw je ook vergeven?'"

Dat is het probleem, maar het was niet een doel op zich deze man hiermee te confronteren. Interessanter is de vraag waarom iemand zulke uitspraken doet. Deze man had twee scheidingen achter de rug. Zijn familie had hem gezegd dat hij niet tot een relatie in staat was. Dit nieuwe huwelijk mocht daarom niet mislukken. Bij nog een scheiding zou het gezichtsverlies onverdraaglijk zijn. Dan maar liever een moord."

Ook in de psychotherapie is niet in de eerste plaats wát de cliënt zegt belangrijk maar de vraag waaróm hij iets zegt. Een antwoord daarop kan een opening bieden voor heling. Iets van die benadering is terug te vinden in de uitspraak van Jezus dat wanneer iemand je een klap geeft op de ene wang, je hem de andere moet toekeren. Hummelen: "Zoiets doe ik door bij een provocatie niet terug te schoppen, maar te vragen: 'waarom doe je dat?'"

Die provocaties liegen er soms niet om. Vaak is het weerstand om niet met pijnlijke emoties geconfronteerd te worden. Een moordenaar zei dat hij het slachtoffer, zijn vrouw, trouw had beloofd 'totdat de dood ons scheidt' en dat hij zich daaraan had gehouden. Een ander zei: "Ik geloof niet in een hiernamaals want dan zou ik mijn vrouw weer tegenkomen en haar opnieuw moeten vermoorden."

Hummelens ideeën over het nut van straf zijn niet toepasbaar op alle delinquenten. Daarvoor zijn sommigen te diep afgegleden in een andere moraal: "Ze zien criminaliteit als een vak. Maar het komt ook voor dat mensen opeens weer naar de kerk komen in de gevangenis. Vaak is dat een signaal dat ze open gaan staan voor de vraag naar het waarom."

In de juridische wereld is in de periode waarin Hummelen werkzaam was de kijk op straf vrij radicaal veranderd. Hummelen: "De vergelding is terug." In de jaren zestig en zeventig was vergelding een vies woord. De straf moest dienstbaar zijn aan resocialisatie, de terugkeer van de gedetineerde in de samenleving, waaraan hij vervolgens een nuttige bijdrage zou moeten kunnen leveren. Restorative justice (herstelgericht recht) werd als de enige vorm van gerechtigheid gezien. De afkeer voor vergelding werkte in die dagen zelfs door in de theologie. De toenmalige gereformeerde predikant Herman Wiersinga bijvoorbeeld verzette zich tegen de gangbare verlossingsleer, waarin Jezus de schuld die de mensheid tegenover God heeft, inlost met zijn vrijwillige dood. "God is geen boekhouder", zei hij.

Men dacht via hulpverlening en cursussen de recidive terug te dringen, want die kostte de samenleving geld. Maar de recidive bleef, ondanks de vele en dure hulpverlening.

Er ontstond ook meer aandacht voor de slachtoffers, die wel degelijk behoefte hebben aan genoegdoening. Hummelen: "Het slachtoffer wil dat de dader begrijpt wat hij heeft gedaan. En ook begrijpt hoeveel leed hij heeft aangericht. Het strafrecht heeft het over 'bewuste leedtoevoeging' om het evenwicht in de rechtsorde te herstellen." Er moet vergelding zijn, al is het maar symbolisch.

Maar hij ontdekte nog iets. Veel gedetineerden zijn zelf pleitbezorgers van vergelding: "Misschien is vergelding wel biologisch bepaald, zit het in de genen. Natuurlijk proberen ze onder hun straf uit te komen. Ze zeggen trots dat ze de rechtbank bij de neus hebben genomen. Maar bij een te lichte straf hebben ze toch ook het gevoel dat ze niet serieus zijn genomen. Het is als het ware een gebrek aan erkenning. Ze zeggen: 'We hebben straf verdiend'. Let op dat woordje 'verdiend'."

Gedetineerden willen vaak ook boete doen. "De familie moet zien dat ik boete doe", zei iemand die zijn cel had volgeplakt met foto's van zijn vermoorde vrouw. Als ze religieus zijn, vrezen ze bovendien Gods oordeel. Ook dat is een reden voor boetedoening. 'Ik heb een doemgevoel', zei een moordenaar eens tegen Hummelen. 'Ik heb gestolen van God'.

Vergeving is het drieledige einddoel: vergeving van de dader door het slachtoffer, vergeving door God en, het moeilijkste van de drie, vergeving van de dader door zichzelf. Soms vraagt een gedetineerde hoe het met zijn slachtoffer is. Hij wil dan ook excuses aanbieden, na het vonnis, anders zou het lijken op een goedkope poging strafvermindering te krijgen. Hummelen zegt dan: 'Als je dat doet, dan moet je bereid zijn te accepteren dat het slachtoffer je excuses weigert'.

Vergeving door God is niet het grootste probleem, zo legt hij aan gedetineerden uit. Het probleem zit hem erin hoe iemand met zijn schuld omgaat. Natuurlijk eerst in relatie tot het slachtoffer, maar uiteindelijk ook tot zichzelf. Net als bij die deftige meneer gaat het om de vraag of de gedetineerde zichzelf kan vergeven. Anders gezegd, of hij kan geloven dat er vergeving voor hem mogelijk is.

Er ontstaan kansen wanneer een gedetineerde bereid is met iemand te praten die hij echt vertrouwt. Bij wie hij ook open is over dingen die hij nooit heeft durven vertellen omdat hij bang was dat dan nooit iemand hem meer zou willen aankijken. Het kunnen kleinigheden lijken, bij wijze van spreken een gestolen kwartje uit de portemonnee van moeder. Hummelen: "Als toehoorder denk ik dan weleens 'tjonge, heeft dat je je hele leven dwarsgezeten?' Maar een gedetineerde geeft, door die openheid, wel zó duidelijk zin aan zijn straf dat hij op een punt komt dat hij kan geloven dat God hem kan vergeven."

Afscheid als gevangenispredikant
Gisteren nam Hittjo Hummelen (65) afscheid als gevangenispredikant. In 1978 werd hij geestelijk verzorger in het Huis van Bewaring aan de Havenstraat in Amsterdam. Later werkte hij in de Schutterswei in Alkmaar en de jeugdinrichting Doggershoek in Den Helder. Vanaf de oprichting in 1994 was hij verbonden aan de Penitentiaire Inrichting Alkmaar-Heerhugowaard, locatie Zuyderbos. Ter ere van zijn afscheid was het besloten symposium 'De zin van de straf voor de gestrafte' georganiseerd, waarin Hummelen zijn ideeën ontvouwde in een openingstoepraak. Andere sprekers waren Theo de Roos, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Tilburg, en predikant en psycho-analyticus Jan Bodisco Massink.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden