'Vergeet het verleden, zeiden ze in het asielzoekerscentrum'

Marwa Dalloul en Omar Tobouz met dochter Mirna en zoon Zakria in hun rijtjeshuis in Heerenveen. Beeld Patrick Post

Marwa moet haar gedachten soms met geweld een halt toeroepen. De geur van jasmijn - ze wil er niet aan terugdenken. De geur van jasmijn in de binnentuin van het huis in Latakia, dat Omar eigenhandig had gebouwd. 's Nachts zat ze op de schommelbank naast de fontein, overdag in de schaduw van sinaasappel- en citroenbomen. Wijnranken waren er, rozen - nee, stop.

Ga ook niet in gedachten het huis in, zegt ze tegen zichzelf. Ga niet de trap op, de woonkamer in, kijk niet uit het raam. Kijk niet naar het glinsterende blauw van de Middellandse Zee in de verte.

Want dat was toen. Nu woont ze in een rijtjeshuis in Heerenveen. De achtertuin is een vierkant terras zonder boom, bloem of gras, de voortuin een fantasieloze bak met grind. Uit welk raam ze ook kijkt, overal ziet ze andere rijtjeshuizen.

"Vergeet het verleden", had de medewerkster van het asielzoekerscentrum in Delfzijl gezegd. "Hier begint je nieuwe leven."

Op het enige stipje aarde in de voortuin heeft ze een palmboompje geplant, zó klein dat het nog niet tot je knieën reikt. Gekocht voor 12 euro bij de Praxis.

Het is een begin.

Bonnetjes
Per brief werden ze van hun nieuwe woonplaats op de hoogte gesteld. Heerenveen? Ze hadden nog nooit van het Friese stadje gehoord. Ook de tussenwoning met één verdieping in de wijk Nijehaske kozen ze niet zelf.

Begin maart trokken ze erin. Het huis voelt nog kaal, maar leeg is het niet. Ze kregen een lening van 5300 euro om vloerbedekking, behang, meubels en elektrische apparaten te kopen. De bonnetjes moesten ze bewaren: overbodige luxe was niet toegestaan. De huur en energiekosten slokken de helft van hun uitkering (1350 euro) op, maar ze krijgen ook nog kinderbijslag en huur- en zorgtoeslag. Ze komen er van rond, zegt Marwa.

Ze serveert rijstrolletjes in druivenbladen. De woonkamer, bij elkaar gesprokkeld in de kringloopwinkel van Appingedam, ziet er oubollig uit. Op de kolossale breedbeeldtelevisie na - tóch nog enige luxe. Er is een hangklok. Een vaas met neptulpen. Een plank met kinderboeken. 'Tip de muis', 'Wat ben jij lief', 'Bezig Beertje'.

Bij de Nederlandse les in wijkcentrum De Kempenaar. Beeld Patrick Post

Ze ontmoetten elkaar op de universiteit in Damascus. Zij was een ingenieursdochter uit de Oude Stad van Damascus, hij de zoon van een supermarkteigenaar uit Latakia. Zij deed boekhouden, hij rechten. Ze trouwden in 2010 en kregen een zoon, Zakria (nu 4).

In augustus 2012 vluchtten ze. Omar weigerde mee te vechten in het leger en kon elk moment iemand aan de deur verwachten. Marwa: "'s Nachts ging ik met een envelop door het huis. Geboortebewijzen, diploma's stopte ik daar in. Meer namen we niet mee."

Eerst woonden ze in Amman, Jordanië, daarna in de Turkse kuststad Mersin, waar hun dochter Mirna (nu anderhalf) werd geboren. Omar reisde alleen verder. Na een gevaarlijke tocht over land en zee kwam hij in juli 2014 in Nederland aan.

Twee maanden later kreeg hij een verblijfsvergunning. En in februari dit jaar vlogen Marwa en de kinderen hem achterna.

Rust
Omar kijkt uit het raam. Er roert zich niets op straat. "We houden van de rust hier", zegt hij.

"Jíj houdt van de rust", corrigeert Marwa hem. "Ik niet. Ik ben een stadsmens. Ik mis de levendigheid op straat, de massa. Latakia vond ik eigenlijk al te rustig."

Omar: "Met een auto zouden we ons minder geïsoleerd voelen. Maar mijn Syrische rijbewijs kan ik hier niet gebruiken."

Marwa: "Gelukkig kom je met de fiets ook wel ergens. Al die fietspaden hier! In Syrië fietsen vrouwen niet. Ik vind het heerlijk."

Contact met de buren hebben ze niet. "Die zeggen niets tegen ons", zegt Omar. Hij neemt het ze niet kwalijk, onvriendelijk zijn ze niet. Hun enige Nederlandse kennissen zijn de ouders van een klasgenoot van Zakria (nu 4). Die komen soms op de koffie. Maar hun eigenlijke sociale leven beperkt zich vooralsnog tot de drie andere Syrische families die Heerenveen rijk is. Ze eten geregeld samen, maken samen uitjes. Marwa: "Vorige week gingen we met zijn allen naar Ballorig."

Ballorig?

Omar: "Dat is een, ehm." Hij pakt zijn smartphone en zoekt het op. Leest dan hortend voor: "Kin-der-speel-pa-ra-dijs."

Bloedfanatiek
Hun dag verloopt volgens vast stramien. 's Ochtends eerst de kinderen naar school en kinderdagverblijf. Dan fietsen ze naar wijkcentrum De Kempenaar voor taalles.

Het lokaal heeft vrolijke gele luifels. Met zestien andere nieuwe Nederlanders, de meeste uit Syrië, Eritrea, Irak en Somalië, leren ze het verschil tussen 'vis' en 'vies', 'man' en 'maan'. Ze leren dat hetzelfde woord soms meerdere dingen kan betekenen. 'Arm'. 'Bank'. Bij dictees heeft Marwa, bloedfanatiek en gezegend met veel taalgevoel, alles goed. Omar struikelt nog over sommige woorden.

's Middags halen ze Zakria en Mirna weer op. Marwa: "Nederlanders gaan zo zorgvuldig met hun kinderen om! Vaccinaties zijn gratis, ze komen zelfs bij ons thuis om te kijken hoe het met ze gaat. Ik weet: ze hebben een toekomst hier. Dat is voor mij het belangrijkste."

En hun eigen toekomst? Omar overweegt zich om te laten scholen tot elektricien, Marwa wil doorstuderen aan de universiteit; waarin weet ze nog niet.

Na het avondeten, als Zakria en Mirna in bed liggen, in een kamer vol autootjes, legoblokken en Spiderman-posters, zet Marwa een thermoskan met koffie op tafel. Dan slaan ze hun schriftjes open en studeren ze Nederlands, vaak tot diep in de nacht.

Omar lacht. "We hebben toch niets anders te doen."

In de serie 'Nieuwe Nederlanders' portretteert Trow mensen die een verblijfsstatus hebben gekregen. Hoe ontwikkelt hun leven zich na dat moment? Dit is deel 1.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden