Vergeet het maar, die Arabische vrijheid

Onverdraagzaamheid is in Verenigde Arabische Emiraten bij wet verboden. Nergens in de Arabische wereld is de onvrijheid zo verdoezeld door rijkdom en schijnmaatregelen als in de Golfstaten.

Judith Spiegel (1970) is jurist en journalist; met haar man werd ze in 2013 in Jemen een half jaar ontvoerd. Inmiddels werkt ze weer als correspondent, met als standplaats Koeweit.

De islam geeft iedere onderdaan van de islamitische staat het recht op vrijheid van meningsui-ting, onder de voorwaarde dat die wordt gebruikt voor de verspreiding van nobele waarden en de waarheid, en niet voor het verspreiden van kwaad.

Dit komt niet uit het handvest van Islamitische Staat (IS), maar uit een handboek van een gerespecteerd docente mensenrechten uit Koeweit. Volgens haar is het islamitische concept van vrijheid van meningsuiting 'superieur' aan dat van het Westen. De islam staat nooit toe dat 'kwaad wordt gepropageerd' en geeft niemand het recht om 'beledigende taal te gebruiken onder het mom van kritiek'.

Ik sla het boek dicht, met een ongemakkelijk gevoel. Je mag zeggen wat je wilt, zolang het maar is wat wij willen horen - en de rest is 'kwaad'? Deze mevrouw vindt dat islam en mensenrechten goed samengaan. Veel mensenrechtenactivisten in de regio laten me telkens weten dat zij het daar volledig mee eens zijn.

Wie de islamitische waarden toch ter discussie stelt, stuit op draconische wetten. Dat die nodig zijn, duidt in wezen op weinig geloof in de eigen beschaving. Zonder die wetten kan hun geloof kennelijk niet voortbestaan.

Helemaal onterecht is dat gebrek aan zelfvertrouwen niet, want zo goed gaat het de laatste tijd niet. Wij zouden zeggen: onderkennen en oplossen. Maar hier schiet men in de verdediging en krijgt het Westen de schuld van de teloorgang van de ooit zo rijke Arabische beschaving. Of krijgen we te horen dat de pot de ketel verwijt dat hij zwart ziet. Hoe bedoel je, geen vrouwenrechten? Bij júllie worden vrouwen pas nagefloten en verkracht. Of: het christendom is óók homo-onvriendelijk en ook de Bijbel predikt geweld. Of, die hoorde ik laatst: "Ja maar in Amerika steunen ze Donald Trump." Alsof je daarmee de opkomst van IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi goedpraat.

Het is een kinderlijke manier van discussiëren. Nu leer je in deze regio op school ook vooral dingen uit je hoofd, wordt kritisch denken eerder bestraft dan beloond en wordt een debat gezien als iets waarbij jij je standpunt luid presenteert en nog luider roept dat de ander ongelijk heeft, dus verrassend is het niet.

Laatst vroeg ik aan een hoogopgeleide en niet al te religieuze Koeweitse vriend waarom de godslasteringswetten er zijn, en waarom zo veel mensen ze voor zoete koek slikken. 'Omdat er heel veel domme mensen zijn', was zijn eerste antwoord. Zijn tweede antwoord was meer een cirkelredenering: "Als de emir zo'n wet uitvaardigt, beschermt hij in wezen Allah, en je trekt niet in twijfel of Allah die bescherming nodig heeft."

Dat geldt niet alleen voor blasfemie, maar ook voor majesteitsschennis. Het beledigen van de koning, sultan of emir is in alle Golfstaten verboden. "Dat is omdat hun troon een wankele basis heeft", zei de vriend. Eigenlijk, vond hij, kun je al die koningshuizen het beste op onbeperkte vakantie naar Zwitserland sturen. "Alleen wordt het hier dan niet beter maar slechter, want wij zijn niet klaar voor democratie. Dan komen er geen verkiezingen, maar zal de ene stam de andere bevechten, net zolang tot alles naar de haaien is."

Maar dat rechtvaardigt toch niet dat het verboden is om te schrijven dat de koning een idioot is of dat de rol van godsdienst je niet bevalt? Dat vond hij ook, maar hij begreep niet waarom ik me daar zo druk om maakte. Ik legde uit dat het me fijn leek voor mensen als Raif Badawi - de tot duizend zweepslagen veroordeelde Saudische blogger - dat ze gewoon zouden kunnen schrijven wat ze willen. Maar ik zei ook dat ik ervan overtuigd was dat de regio net zo goed tenonder gaat als de koningen en imams kritiek blijven smoren. Waarbij het dan niet zozeer atheïstische hordes zijn die de boel komen versjteren, maar islamitisch-fundamentalistische.

De koningshuizen in de Golf hebben inmiddels ook wel in de gaten dat hun positie wordt bedreigd door groeperingen als IS. Zoals gezegd: dat leidt niet tot een open debat, maar juist tot verdere inperking van de persvrijheid. Onder het mom van terrorismebestrijding worden nu zelfs in Koeweit - dat altijd als behoorlijk open werd beschouwd - oppositiekranten gesloten. Niet omdat die iets met terreur te maken hebben, maar omdat tegendraadse geluiden instabiliteit brengen en dat is levensgevaarlijk in deze moeilijke tijden.

Maar zelfs als die geluiden geweld verheerlijken, dan is censuur zinloos. Je kunt ze smoren, maar ook zonder Twitter horen kinderen al heel jong dat niet-islamieten slechte mensen zijn: dat staat in je schoolboek en je vader zegt het ook. Dat is de waanzin van de op wahabitische leest geschoeide ideologie. Het wahabisme, de officiële staatsideologie van Saudi-Arabië, is tegen het Westen en eigenlijk tegen iedereen die er anders over denkt dan de wahhabisten. De Saudiërs hebben dit denken verspreid over de hele Arabische wereld en daarbuiten, met geld, moskeeën en imams.

De verspreiding maakt het probleem groter, maar het vergif zit al in de bron. Toch pakken de Golfstaten - die het probleem dus zelf hebben veroorzaakt - de bron niet aan, ze concentreren zich met verbeten paranoia op de verspreidingskanalen. Daarbij wordt gemakshalve iederéén het zwijgen opgelegd. Een mooi voorbeeld is de 'wet tegen onverdraagzaamheid' die in de zomer van 2015 werd ingevoerd in de

Emiraten, in de media gepresenteerd als een lichtend voorbeeld voor de regio. Een voorbeeld is het waarschijnlijk wel, lichtend zeker niet.

De wet in een notedop: haatzaaiende taal is verboden, belediging van welke godsdienst dan ook is verboden, het bestempelen van andersgelovigen als ongelovige is verboden. De straf op overtreding: zes maanden tot tien jaar gevangenis en/of een boete van 10.000 tot 400.000 euro. "Deze wet beschermt individuen tegen religieuze onverdraagzaamheid en benadrukt dat iedereen erbij hoort", zei Mohammed bin Rashid, de baas van Dubai, erover in The National, een niet al te kritische krant uit de Emiraten. Met andere woorden: 'Kijk eens hoe goed wij zijn dat we extremistische ideeën de kop indrukken. Zo blijkt maar weer hoe open minded wij zijn.'

De wet verbiedt elke belediging van 'het geloof', ongeacht welk. In die redenering mag de staat geen godsdienst opleggen in schoolcurricula of wetgeving. Dat zou als een belediging van 'het geloof' kunnen worden opgevat door diegenen wier geloof níét in de schoolboeken voorkomt of wier geloof níét de basis van wetgeving vormt.

Het geniepige is dat de wet in al zijn tolerantie stiekem slechts gelovigen beschermt. De ene gelovige mag de andere gelovige geen ongelovige noemen. Zijn god of zijn interpretatie van een heilig boek moeten worden gerespecteerd. Maar atheïsten en afvalligen hoef je niet te beschermen. Die mag je vrijelijk ongelovig noemen. Dat is geen punt, want dat zijn ze ook, maar mag je ze ook bedreigen, mag je haat tegen ze zaaien, mag je zeggen dat afvalligen de doodstraf verdienen?

De Golf is al net zo bang voor terroristen als voor atheïsten. Sterker, in Saudi-Arabië staat met zoveel woorden in de wet dat atheïsten terroristen zijn. Wat een 'atheïst' precies is, is onduidelijk, maar laten we het erop houden dat het in brede zin wordt uitgelegd. Seculieren, bijvoorbeeld, worden in deze regio steevast op een hoop gegooid met atheïsten. Die zagen allemaal aan de stoelpoten van het koningshuis en dienen daarom bestreden te worden.

Kritiek daarop komt niet van de bevolking van de Golfstaten; die heeft altijd gedeeld in de olierijkdom - dat moet je hun leiders nageven - en kende geen traditie van tegenspraak en liberaal-democratische debatten. Het volk bestond grotendeels uit ongeletterde bedoeïenen en was blij dat iemand de leiding nam. De enige kennis die hun was bijgebracht, was religieuze kennis, en vooral in de soennitische leer betwist je het leiderschap niet, of dat nou goed of slecht leiderschap is.

En zo konden de koningen in de Golfstaten decennialang in alle rust heersen over volk en olie. Tot de Arabische Lente hen deed opschrikken. Slecht leiderschap stond ineens wél ter discussie, en er moest snel meer geld bij om dat de kop in te drukken.

Het grootste gevaar kwam volgens de koningen uit de hoek van de Moslimbroederschap, die de macht zou willen en kunnen grijpen omdat hun 'gematigde' gedachtengoed populair was. Oplossing in de Golf: de salafisten, de belangrijkste vijand van de Moslimbroeders, kregen alle geld en ruimte. Wie zijn steun voor IS of andere soennitische extremistische clubs liet doorschemeren, werd met rust gelaten.

Maar sommige salafisten bleken zo extreem dat ze een eigen islamitische staat voor ogen hadden. De Golfstaten kwamen in gevaar, want IS heeft het niet alleen op de sjiieten in die landen gemunt, maar ook op de koningshuizen zelf, die volgens hen heulen met de Verenigde Staten en een poel van corruptie zijn.

Je zou verwachten dat ze in Riyadh, Doha of Koeweit-Stad uitriepen: 'Help, we hebben een monster gecreëerd!' Maar dat vereist zelfreflectie en daar doet men in de Golf niet aan, dus wordt de censuur nog wat aangescherpt.

Zelfs in Qatar. Daar zit sinds 2008 het Doha Centre for Media Freedom, dat vlijtig over schendingen van persvrijheid in de wereld rapporteert. Behalve dan over die in eigen land. Toen in mei 2015 een ploeg van de BBC werd opgepakt en vastgezet na het filmen van belabberde en zelfs dodelijke arbeidsomstandigheden rond het aanstaande WK voetbal, plaatste het Doha Centre for Media Freedom de verklaring van de regering op zijn website waarin staat dat de BBC-journalisten waren gearresteerd omdat ze op verboden terrein waren gekomen. Zonder verder commentaar.

De Saudiërs doen niet geheimzinnig over persvrijheid. Wie op internet iets onwelgevalligs schrijft over de rol van het koningshuis of religie in het land, krijgt tien jaar gevangenis en duizend zweepslagen. In Saudi-Arabië zijn geen aardig klinkende wetten tegen onverdraagzaamheid of instituten die persvrijheid monitoren. Daar is het gewoon rechttoe-rechtaan rampzalig.

Zelf heb ik al die jaren redelijk goed mijn werk kunnen doen. Er wordt niet zo gelet op wat je voor buitenlandse media schrijft, en al helemaal niet voor Nederlandse.

Ik ben bereid wat risico te nemen. Toch geef ik toe dat ik zelf nerveus werd toen ik in Jemen over alcoholisme had geschreven en dat stuk met naam en toenaam werd overgenomen door The Jerusalem Post. Een Israëlische krant. Dat was even slikken, want voor je het weet word je ervan beschuldigd te spioneren voor de zionistische entiteit (zoals Israël steevast wordt genoemd) en dát moet je echt niet hebben.

Kunnen we op korte termijn verbetering verwachten? Van binnenuit wordt dat moeilijk. De rechterlijke toets laat nogal te wensen over. Dat is niet altijd omdat de rechter een familielid van de beledigde emir is - hoewel dat ook kan - maar omdat de rechter vaak juist geen Golf-Arabier is. Hij is bijvoorbeeld een Egyptenaar, die in de Golf vele malen meer verdient dan als rechter in zijn eigen land. Dat gaat hij niet op het spel zetten door oordelen te vellen die de emir tegen het zere been schoppen. Nog daargelaten dat ook hij niet is opgeleid in een sfeer van open kritiek.

Van buitenaf dan maar? Ook moeilijk. Het Westen kijkt vooral weg. Natuurlijk, Ensaf Haidar, de moedige, kortgerokte vrouw van de Saudische blogger Raif Badawi, wordt overal met open armen ontvangen om de zaak van haar man kracht bij te zetten. Ministers van buitenlandse zaken beloven de kwestie aan te kaarten bij hun Saudische evenknie, maar daar lachen ze om in Saudi-Arabië.

De vraag is wat ze het lachen doet vergaan. Geld misschien. Zonder geld zakt het huis van Saud als een plumpudding ineen. Een olieboycot dus. Klinkt goed, maar die zit er niet in. Dan moet de hele wereld bereid zijn met minder - en duurdere - olie genoegen te nemen. Misschien dat ze dat in Zweden nog wel willen overwegen, maar in China niet.

Wapens zijn een andere zwakke plek van de Golfstaten. Als de Amerikanen, Fransen en Britten geen wapens meer zouden leveren, zouden de soennitische koninkrijken in de Golfregio zenuwachtig worden - zeker nu aartsvijand Iran bevriend is geraakt met de VS. Alleen, ook dat gaat niet gebeuren. De Amerikanen lieten Saudi-Arabië zelfs na 9/11 met rust, ook al kwamen vijftien van de negentien kapers uit het land.

Het valt dus niet te verwachten dat iemand zich écht sterk gaat maken voor lokale bloggers. Ik vraag mijn Koeweitse vriend wat volgens hem de oplossing is. Hij is het onderwerp eigenlijk zat, omdat hij vindt dat ik primitieve reacties van Golfleiders rationeel probeer te verklaren. Een heilloze weg, volgens hem. Er zit wat hem betreft maar een ding op: "De storm uitzitten."

Dit essay verschijnt op 3 mei

- Dag van de Persvrijheid - in 'Blad voor de Mond', een boek

dat aan alle Nederlandse parlementariërs en ambassadeurs wordt aangeboden. Het is voor

euro 19,95 te bestellen via:

www.bladvoordemond.nu

De pers is slecht af in de moslimwereld

Op de jongste ranglijst van persvrijheid, opgesteld door Reporters without Borders, prijkt Nederland vrijwel bovenaan (plaats 2, na Finland). Op een schaal van een tot vijf scoort geen enkel islamitisch land hoger dan een twee. Ook de Golfstaten bungelen, net als Turkije, in de onderste regionen. In geen ervan is ruimte voor kritische journalistiek.

Het station Al Jazeera doet redelijk onafhankelijk verslag vanuit Qatar (tot ongenoegen van menig Arabisch heerser), maar mag niet berichten over misstanden in dat land zelf (117 op de lijst).

Bahrein en Saudi-Arabië (162 en 165) zitten in de slechtste categorie, net als bijvoorbeeld China en Iran.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden