Vergeet de ellende, zet een plaat op

De recessie bezingen doen succesvolle artiesten niet graag. Er vloeien altijd wel tranen, maar vanwege een meisje. Niet vanwege dreigend ontslag.

Een schrijver heeft een ongelukkige jeugd nodig, dat weten we allemaal, anders wordt het niets. En is het niet net zo met muziek? Stel dat Bob Marley in een vrijstaand huis in Voorschoten was opgegroeid, en via een studie politicologie geïnteresseerd was geraakt in de situatie in Jamaica. Had hij dan net zo'n hartverscheurende 'Redemption Song' geschreven als de versie die we kennen? Waarschijnlijk niet.

De Britse muziekcriticus Simon Reynolds komt in zijn dit jaar verschenen boek 'Retromania' tot de pessimistische conclusie dat de popmuziek op een dood spoor zit. En een van de redenen die hij aanvoert, is: het gaat ons in het Westen te goed. We zijn te volgevreten. Elders op de wereld vechten mensen nog een strijd om het bestaan uit, en die leidt tot muziek die urgent is, die uit pure noodzaak geboren wordt. In het Westen zitten verveelde twintigers achter hun laptop te pielen met sample-tjes van die muziek van elders. Het leidt tot onthechte collagemuziek die er eigenlijk niet toedoet.

Als het klopt wat Reynolds zegt, dan is een crisis in elk geval een zegen voor de muziek. Dan gaat het tenminste weer ergens over.

Maar klopt het ook? Nou, laten we eens luisteren. Laten we onze ogen sluiten, en ons op een zomeravond in 1930 wanen, ergens in de Verenigde Staten. Het is misschien warm, maar er is weinig reden om onbezorgd van de zomer te genieten. Bijna een jaar eerder is de beurs ingestort, en die heeft de rest van het land in zijn val meegesleept: de fabrieken draaien op halve kracht, de werkloosheids-cijfers klimmen snel, richting de 25 procent die ze een paar jaar later zullen bereiken, en geen enkele reddingsmaatregel die de regering van president Hoover bedenkt, lijkt aan te slaan. Het voelt alsof het land een zinkend schip is.

Maar ook op zinkende schepen blijft het orkest doorspelen, weten we. En deze zomer spelen alle orkestjes 'Dancing With Tears in My Eyes', het nummer van Joe Burke dat elf weken lang de hitlijsten aanvoert. En vanwaar die tranen? Nou, gewoon, vanwege een meisje. Niet vanwege dreigend ontslag.

Terwijl de economie steeds verder in het slop raakt, bloeit de popmuziek juist in de jaren die volgen. Songschrijvers als Cole Porter en Jerome Kern schudden de ene na de andere klassieker uit de mouw. En in de wereld die ze in hun liedjes oproepen, is er van alles aan de hand, behalve een recessie.

Het zijn de dagen dat cultuurfilosoof Theodor Adorno, toch al wat zwaar op de hand, zijn sombere gedachten over de 'cultuurindustrie' formuleert: die is er volgens hem op gericht om mensen geestelijk te verdoven, zodat ze niet in opstand komen tegen hun lot.

Natuurlijk, er wordt ook weleens wat gezongen over de recessie. Beroemd is het nummer van The Carter Family: 'There's No Depression in Heaven'. Maar ook dat is, op zijn eigen manier, een escapistisch nummer: het leven is een tranendal, maar in het hiernamaals komt alles goed. Alleen in 'Brother, Can You Spare a Dime', een bescheiden hitje van Bing Crosby uit 1932, schuilt enige kritiek. 'Ooit legde ik de spoorwegen aan, nu zijn ze af. Heb je een dubbeltje voor me?' zingt hij.

De hoogtijdagen van het protestlied breken pas aan in de jaren zestig, als het in economisch opzicht juist meezit. Laten we die dus overslaan op onze korte tijdreis, en in de zomer van 1984 weer landen, ergens in een uitgaansgelegenheid vol mensen met spijkerjacks en ingewikkelde kapsels. De grootste economische depressie sinds de jaren dertig is al een aantal jaren onderweg, en heeft zijn dieptepunt bereikt.

Toch dansen de mensen. Waarop? Op een nummer dat die zomer overal in Europa in de top-10 staat. De titel kennen we al: 'Dancing with Tears in My Eyes', van Ultravox. En vanwaar deze keer de tranen? Niet vanwege de werkloosheid, wederom. vanwege een nucleaire catastrofe.

Veel muziek uit die jaren klinkt beklemmend. Er zit weinig lucht in. Dat lijkt geen economische oorzaak te hebben. 'Koos Werkeloos', over wie het Klein Orkest in 1983 zingt, heeft het best naar zijn zin; de uitkeringen zijn dan ook een stuk hoger dan in de jaren dertig. Nee, iets veel angstaanjagenders drukt de mensen op het gemoed: de bom.

Ook nu valt op dat het escapisme het wint van de maatschappijkritiek. 'We drinken om de komende storm te vergeten', klinkt het in het nummer van Ultravox. En Ernst Jansz van Doe Maar gebruikt in 'De Bom' de naderende apocalyps als stijlmiddel om tot een liefdesverklaring aan een onbekende vrouw te komen.

Natuurlijk, ook nu worden er wel weer kritische noten gekraakt, en gezongen. Een stuk meer dan in de jaren dertig. Als in 1981 rellen zich over Groot-Brittannië verspreiden, dan prijkt 'Ghost Town' van The Specials boven aan de hitlijsten. Een nummer dat over vervallen binnensteden gaat.

Maar het scheelt maar een paar honderd verkochte singles, of het leeghoofdige fuifnummer 'Can Can' van Bad Manners had in die weken de lijsten aangevoerd. Bovendien is protestmuziek sinds de jaren zestig een stevig verankerd genre geworden, dat zich relatief onafhankelijk ontwikkelt van de economische omstandigheden. Ook later, in de jaren negentig, als de bomen weer tot in de hemel groeien, maken de linkse oproerkreten van Rage Against The Machine veel indruk bij menig gymnasiast uit de middenklasse. Dat multinational Sony ze van harte ondersteunt bij hun antikapitalistische propaganda had Adorno overigens hogelijk verward, maar dat terzijde.

Dat protestmuziek haar eigen koers volgt, blijkt wel uit het feit dat het genre de grote afwezige is tijdens de huidige crisis. In de hitlijsten tref je geen spoortje crisisstemming aan, en in de alternatieve muziek al evenmin. Ja, in alle Occupy-tentenkampen ter wereld kon je dit najaar goedbedoelende amateurs ontmoeten die op hun akoestische gitaar zaten te hannesen. Maar een culturele impact hadden ze niet.

Eigenlijk deed alleen Neil Young een poging om de crisisstemming te vangen, in 2009, met zijn plaat 'Fork in the Road'. 'Where did all the money go? Where did all the cash flow?' vraagt hij zich in een van de nummers af. Een legitieme vraag, in een tijd van overmatige bonussen in de bankensector. Maar uit de mond van iemand die in datzelfde jaar tot zeker honderd euro toegang vroeg voor zijn concerten ook een beetje een ironische vraag.

Het illustreert wel de aard van deze crisis. In de jaren dertig hoorden we naast escapisme af en toe een verwijzing naar de werkloosheid. In de jaren tachtig hoorden we naast escapisme af en toe wat nucleaire beklemming. En tijdens de huidige crisis, die in eerste instantie een crisis is van het financiële systeem, horen we naast escapisme vooral heel veel materialisme.

In de zomer van 2010 was het nummer 'Billionaire' van Travie McCoy en Bruno Mars een nummer 1-hit. Als je het voor het eerst hoort, zet het nummer je op het verkeerde been. Zo onbeschaamd wordt het verlangen bezongen om miljardair te zijn, dat je elk moment een moralistische wending in het nummer verwacht. Die blijft uit: het bestaat slechts uit een verlekkerde opsomming van de leuke dingen die je zoal met een miljard dollar kunt doen.

Maar misschien is de meest representatieve artiest van deze crisis wel de Amerikaanse zangeres Ke$ha. Zij lijkt het erom te doen: in 2009, midden in de crisis, brak ze door, met een dollarteken in haar artiestennaam. Haar debuutalbum, 'Animal', stootte begin 2010 vrij snel door naar de hoogste plek in de Amerikaanse hitlijsten. Wie dat album draait, schrikt op een gegeven moment op als er een bekend refrein voorbij komt. Inderdaad: 'Dancing with Tears in My Eyes'.

Want een crisis kan tot heel verschillende muziek leiden. Maar één ding kun je wel met zekerheid voorspellen: gedanst zal er worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden