Vergeet de barmhartigheid niet

Na jaren van discussiëren, delibereren en amenderen is de nieuwe euthanasiewet aangenomen. Maar gloort hiermee ook een begin van een antwoord op onze vragen over leven, lijden en het levenseinde? Begrijpen we nu beter wat 'ondraaglijk en uitzichtloos lijden' is, dat begrip dat een hoofdrol speelt in de nieuwe euthanasiewet? Of staat het taaiste deel van het debat ons nog te wachten? Trouw vraagt het aan voor- en tegenstanders van euthanasie, aan juristen en artsen, aan mensen van de praktijk en mensen van de theorie. Vandaag: hoogleraar psychiatrie Frank Koerselman en hoogleraar strafrecht Eugène Sutorius.

Ze zaten bij elkaar op het gymnasium, de een een klas hoger dan de ander. Maar pas veel later leerden ze elkaar echt kennen. Hoogleraar psychiatrie Frank Koerselman: ,,Hij verdedigde psychiater Chabot en daar schreef ik allemaal kritische dingen over.' Hoogleraar strafrecht Eugène Sutorius, lachend: ,,En hij schreef van die foute boekjes. 'De ballonvaart der hartelozen', noemde ik dit.' Hij wijst op het felroze boekje dat tussen hen in ligt op tafel in hotel Krasnapolsky, getiteld 'Als de dood voor het leven'. Een pamflet van Koerselman en vier anderen die hun verontrusting uitspraken over het fameuze arrest van de Hoge Raad in de zaak-Chabot (1994). Gewettigde euthanasie hoefde sinds dat arrest niet meer beperkt te blijven tot lichamelijk zieken in hun laatste levensdagen.

'Er wordt met opvallend gemak gesproken over uitzichtloosheid en ondraaglijkheid van het lijden zonder nadere specificatie', schreef Koerselman in het manifest. 'Wat bepaalt of lijden ondraaglijk is? En vooral: wie bepaalt welk lijden niet meer gedragen zou mogen worden?' De psychiater nu: ,,Die vraag is nog urgenter geworden. De andere zorgvuldigheidseisen voor stervenshulp geloof ik nu wel. Uiteindelijk gaat het om het criterium 'ondraaglijk en uitzichtloos lijden'. Dan moet dat criterium helder zijn, en dat is het niet. Lijden is subjectief. Laat artsen en psychologen dat beoordelen met hún subjectieve meningen en je bent nog veel verder van huis.'

,,Of iemands lijden ondraaglijk is, moet de arts kunnen invoelen. Maar hij kan het inderdaad moeilijk objectief vaststellen', beaamt Sutorius, die als advocaat artsen in vrijwel alle spraakmakende euthanasiezaken verdedigde. ,,Artsen en juristen kunnen echter wél toetsen op het tweede deel van het criterium: 'uitzichtloos'. Daarvoor hebben artsen goede maatstaven. Of er nog een reëel behandelperspectief is, of het leed op een andere manier te verzachten valt, of mensen met goede palliatieve zorg behandeld kunnen worden.'

Zo eenduidig zijn die maatstaven niet, vindt Koerselman. ,,Welke behandelingen mag je mensen vragen nog te ondergaan voor je hun lijden als uitzichtloos bestempelt?' vraagt hij zijn gesprekspartner. ,,Mag je iemand met een ernstige psychiatrische aandoening zoals een dwangstoornis - die zeer invaliderend kan zijn - dwingen tot een hersenoperatie? Elektroshocks zijn vaak een effectieve, weinig belastende behandelwijze. Maar ik ken gevallen waarin hulpverleners vonden dat je zelfs dat niet van mensen mocht vergen. Zo subjectief is het.'

Hij verhaalt van een man die laatst naar hem doorverwezen werd, een vijftiger die verschillende depressieve periodes had doorgemaakt. ,,Geneesmiddelen, therapie, niets hielp. Een afschuwelijke situatie. Hij vroeg om euthanasie. Hulpverleners gaan dan de criteria na. De ondraaglijkheid voelden ze wel in. Over de uitzichtloosheid zeiden ze: elektroshocks zijn nog niet geprobeerd. Daarom werd deze man naar mij verwezen: als stap op weg naar euthanasie. Ik verdom het daarin mee te gaan.'

Sutorius onderbreekt: ,,Terecht, als je daarin gemanipuleerd wordt. Artsen die hierin meegaan, zonder dat er een duidelijke indicatie voor euthanasie is, horen voor de tuchtrechter.'

Koerselman vervolgt: ,,Dergelijke verzoeken zijn schering en inslag. Je kunt kritiek hebben op artsen die hierop ingaan, maar het is wel de wet die dat mogelijk maakt. Ik vind dat zeer riskant.'

Sutorius: ,,Jij blijft haken bij dat lijdensbegrip. Je zegt, het valt niet te toetsen, en dus wijs je euthanasie principieel af. Maar als een zeventigjarige longkankerpatiënt niet meer aan chemotherapie wil beginnen, zou je ook dan principiële bezwaren tegen euthanasie hebben?'

Koerselman: ,,Als zo iemand echt onbehandelbare pijn heeft en bijvoorbeeld in zijn bloed dreigt te stikken... Natuurlijk laat je dat niet gebeuren.'

Sutorius begrijpt: ,,Je zegt dus nee tegen euthanasie, tenzij de patiënt anders een akelige dood zal sterven. Als iemand nog drie maanden te leven heeft en ontluisterd raakt, dan blijft het nee. Maar jullie hele geneeskunde is toch gebouwd op het voorkómen en bestrijden van lijden?'

Koerselman: ,,Veel artsen vinden dat, ik niet. Ik vind dat artsen er zijn om biologische functiestoornissen te verhelpen. Daarvoor heeft hij instrumenten als pillen en psychotherapie. Het lijden is slechts wat mensen bij de dokter brengt. Dat de arts dit lijden soms kan verlichten, is een prettige bijkomstigheid.'

De samenleving verwacht meer van de geneeskunde, brengt Sutorius daar tegen in. ,,Wij rekenen erop dat artsen ons lijden bestrijden. En dat, als dat niet meer lukt, jullie ons helpen sterven.' Hoewel artsen nooit kunnen worden gedwongen die hulp te verlenen, is er langzamerhand wél veel op hun bord beland, knikt hij bedachtzaam. Hij vraagt zich af of artsen dat weer kunnen terugdraaien door zich, zoals Koerselman, te beperken tot een nauwe, biologische interpretatie van gezondheidszorg.

Zoals hij zich ook blijft afvragen waar de vraag naar euthanasie nu eigenlijk vandaan komt. Sutorius: ,,Is het onze illusie dat alles in het leven op te lossen valt, en gaan we daardoor anders om met het lijden? Komt het doordat we ouder worden en langer lijden, terwijl mensen vroeger na een kort ziekbed overleden? Of is het onze verregaande autonomie waardoor we ook over ons levenseinde zelf willen beslissen?' De euthanasiewet is het resultaat van een goed, afgewogen debat, hij zal het nog meermalen herhalen. ,,Maar zolang we de wortels van de vraag naar euthanasie niet volledig kennen, heeft de wet wel iets van een therapie zonder afgeronde diagnose.'

Koerselman vult aan: ,,En als we de reden niet kennen, is er een levensgroot risico dat we die vraag ook niet kunnen beheersen.'

Hij maakt zich zorgen over de dominantie van het autonomie-denken, zegt de psychiater. ,,Autonomie is een ideologie, een betrekkelijk fanatieke ideologie zelfs, waaraan de grens tussen leven en dood ondergeschikt wordt gemaakt. Hetzelfde geldt voor 'mensen mogen niet lijden': ook dat is een ideologische opvatting. Ik acht een leven zonder lijden onmogelijk.'

Sutorius: ,,Je vergeet de barmhartigheid. Ik vind het van wezenlijk belang mensen niet aan hun lot over te laten.'

Koerselman: ,,Ook als dat inhoudt dat je iemand doodt?'

Sutorius: ,,Jullie nemen in de geneeskunde voortdurend beslissingen over leven en dood.'

Koerselman: ,,Daar maak ik me dan ook ernstig zorgen over. Dat dokters van dertig jaar oud beslissen een 75-jarige niet te reanimeren vanwege diens hoge leeftijd. Ik vind het buitengewoon riskant als artsen gaan oordelen over de kwaliteit van leven van een patiënt.'

Sutorius: ,,Een dokter die níet oordeelt over de kwaliteit van leven van zijn patiënt is een robot. Ik wil dat hij daar wel over oordeelt, mits hij dat uitsluitend door de ogen van die patiënt doet. Ook ik ben bang voor waardeoordelen die losstaan van de individuele patiënt, voor afwegingen die louter zijn gebaseerd op leeftijd of schaarste. Maar ik heb geen aanwijzingen dat dit gebeurt.'

Koerselman: ,,Ik wel. Er is geen onderzoek naar gedaan, maar er is casuistiek. En barmhartigheid... Daar is niemand tegen. Dat is net zoiets als tegen mooi weer zijn.'

Sutorius, verbaasd zijn hoofd schuddend: ,,Man, man... Je bent toch zorgverlener!'

Koerselman zet door: ,,Het is normaal en medemenselijk om narigheid te verlichten. Als arts kan ik desondanks zeggen: tot hier en niet verder.' Nadrukkelijk: ,,Er wordt níet gedood.'

De psychiater voert opnieuw een patiënt op, een vrouw die zichzelf in brand had gestoken. Haar man kwam binnen, vlak voor zij stierf. Ze zei hem: 'Dit heb jij op je geweten'. Dat is het probleem met lijden, legt Koerselman uit. ,,De woede, de vijandigheid en perversie die ermee gepaard kunnen gaan. Er zijn psychiatrische ziektebeelden die eruit bestaan dat mensen zichzelf verminken met het doel anderen te treffen. Daar kun je met je barmhartigheid volledig in verstrengeld raken. Ook daarom mag er niet worden gedood. Zo vreemd is het niet de arts-patiëntrelatie aan restricties te onderwerpen. Denk aan het absolute verbod op seksueel contact met patiënten - en dat is toch een stuk minder definitief dan doden.'

Koerselman neemt de patiënt in bescherming tegen diens eigen doodswens, analyseert jurist Sutorius. Zelf vindt hij dat artsen onder strikte voorwaarden op het stervensverzoek van de patiënt in mogen gaan. Sutorius: ,,Jij zegt: nee, dat vind ik fout. Dat is een res pectabel standpunt. Maar ik ben het er niet mee eens. Ik vind dat de geneeskunde zich niet behoort te distantiëren van het lijden, ook als dat lijden geen direct medische oorzaak heeft.' Waarbij Sutorius wel aantekent dat de samenleving hierover in vrijheid moet beslissen. Niet onder druk van een toenemend aantal zelfdodingen.

,,Inderdaad', valt Koerselman hem bij. ,,Alsof we mensen zouden dwingen van het dak te springen als we hen stervenshulp onthouden. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat mensen die gruwelijke zelfmoordpogingen doen, in biologisch en psychologisch opzicht een aparte groep vormen. Daarbij spelen allerlei lichamelijke en erfelijke factoren een rol. Dit betekent dat we deze suïcides waarschijnlijk niet eens kunnen voorkómen door soepeler om te gaan met de criteria voor hulp bij zelfdoding.'

Nee, de psychiater put geen vreugde uit het feit dat Nederland vorige week een wereldprimeur had met de nieuwe euthanasiewet: ,,Een wet die doden toestaat, is mij een gruwel.'

Sutorius ontkent niet dat er soms dingen niet goed gaan bij beslissingen rond het levenseinde. Artsen volgen niet altijd strikt de voorgeschreven procedure. ,,Maar we komen in het euthanasiedebat wel steeds een stapje verder. Rechters wisten al langer hoe ruim dat begrip 'ondraaglijk en uitzichtloos lijden' uit te leggen valt, maar pas nu realiseert de samenleving zich dat ook en kunnen we het daar over hebben. Ik vind de wijze waarop we in Nederland de discussie voeren echt een compliment waard. Maar het kan alleen bij de gratie van onze solidariteit in de zorg. Euthanasie mag nooit in de plaats van goede zorg komen. Als de maatschappelijke solidariteit afneemt, moeten we opnieuw praten.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden