Vergeefs wachten op excuses van de zuster

Twee slachtoffers vertellen over hun jeugd bij de zusters van Onze Lieve Vrouw van Amersfoort. Deze congregatie komt er in het rapport-Deetman slecht vanaf.

Merapi Obermayer (1947)
geboren in Nederlands-Indië, verbleef van haar zesde tot haar twintigste in het Maria-internaat in Amersfoort. "Ik ga nooit naar begrafenissen. Ik kan er niet tegen om iemand in een kist te zien liggen. De laatste keer, een paar jaar geleden, kreeg ik plotseling ademnood. Ik kreeg beelden dat ik weer in de kleine kast stond waarin een non mij had opgesloten en waarin ik bijna was gestikt. Ik heb vaker angstgevoelens. Ik zie hier in Amsterdam wel eens vrouwen helemaal gesluierd over straat lopen. Soms krijg ik dan flashbacks van nonnen met een kap.

"De zusters waren niet te vertrouwen. Soms waren ze aardig. Maar dan werden ze ineens gemeen. Indische mensen werden gebruikt als sloof. Een non had echt een hekel aan mij. Dan moest ik op de knieën de gang boenen. Had je dat gedaan, mocht je het meteen nog een keer doen. Op een gegeven moment werd ik zo boos dat ik de kap van haar kop trok. Toen moest ik voor straf de marmeren trap honderd keer op- en afrennen. Ik had al pijn aan mijn knieën, maar daarna is het nooit meer goed gekomen. Nu loop ik met krukken.

"De lichamelijke en psychische pijn die ik nu nog lijd, herinnert je voortdurend aan wat er is gebeurd. Neem mijn hoofdpijn. Die komt doordat ik in mijn nek ben geslagen. Ik heb ook een tijdlang antidepressiva genomen. Maar toen bleek dat dit mijn creativiteit aantastte, moest ik dat weer afschaffen. Het is een krankzinnig geworstel om evenwicht aan te brengen in je leven.

"De impact op mijn leven is enorm. Ik heb geen liefdesrelaties kunnen opbouwen en dat soort dingen. Niet dat ik verbitterd ben - er zijn veel mensen zonder relatie. Ook heb ik geen echte relatie met mijn lichaam. Ik moet zorgen dat het intact blijft, het mag mij niet in de weg staan om mijn werk als kunstenaar te kunnen doen. Meer is het niet. Mijn laatste psychiater zei: 'Je hebt het altijd over dát lichaam, zeg eens míjn lichaam'.

"Ik heb een ander leven dan andere mensen. Daar heb ik geen problemen meer mee, maar dat heb ik natuurlijk wel moeten leren. Op een gegeven moment heb ik het besluit genomen: leef volgens je eigen mores, anders word je gek.

"Ik heb toen ik net uit het tehuis kwam met de gedachte rondgelopen om er een einde aan te maken. Een vriend van mij, Anil Ramdas, heeft eens aan mij gevraagd hoe ik sta tegenover zelfdoding. Toen heb ik gezegd: 'Ook al zie je het niet meer zitten, voor je geliefden is het van belang dat je het volhoudt'.

"Nu kan ik geen eind meer aan mijn leven maken want er zijn weer mensen die om mij geven, ook al verlang ik er wel eens naar als ik veel pijn heb.

"De schade die mij is aangedaan is onherstelbaar. Ik heb een les geleerd, namelijk dat veiligheid altijd tijdelijk is. Dat is niet negatief. Dat is realistisch."

Carla Meijers (1954)
verbleef van haar zesde tot en met haar zestiende in kindertehuizen, waaronder negen jaar in Huize Dominicus Savio in Rotterdam. "Ik ben heel bang om later dement te worden. Weet je waarom? Vaak grijp je in je dementie terug op ervaringen uit jeugdjaren en word je weer afhankelijk van anderen.

"Heus niet alle nonnen waren slecht, maar ik heb er twee meegemaakt die me stelselmatig mishandelden. Gedwongen gevoerd worden. Mijn handen achter de rug, mijn hoofd aan mijn haren achterover getrokken. Ik plaste dagelijks in mijn broek. Met mijn ondergepieste onderbroek in mijn mond gepropt werd ik met de handen op mijn rug opgesloten in de douchecel. Ook andere kinderen op onze zaal hadden erg te lijden onder hun terreur. Onderling spraken we er zelden over.

"Nadat onze moeder was overleden kwamen wij, vijf kinderen, in huize Dominicus Savio terecht. Voor rouw was in die tijd geen ruimte. De oudste kinderen werden gescheiden van de jongste twee en onderling contact werd afgeweerd. Uiteindelijk heb ik daar een aantal jaren zonder broers en zussen gewoond. Niemand kwam op bezoek.

"Die twee nonnen hebben mijn leven blijvende schade toegebracht. Ik heb het gevoel meegekregen dat ik geen bestaansrecht heb. Mijn eigen identiteit werd afgebroken. Ik werd een depressief kind. Op mijn negentiende ben ik voor het eerst een jaar opgenomen geweest in de psychiatrie.

"In 1981 ging ik werken in een justitiële rijksinrichting voor jongens, uit mijn behoefte iets te doen voor kinderen in probleemsituaties. Ik realiseerde me te laat dat dit een te grote confrontatie was met mijn verleden. Ik hield het daar een jaar vol, toen ben ik weer tweeënhalf jaar opgenomen geweest. Ik heb meerdere zelfmoordpogingen gedaan in mijn leven. Op psychische gronden ben ik arbeidsongeschikt verklaard.

"Mijn kindertijd heeft invloed op alles. Relaties bijvoorbeeld. Ik vind het heel moeilijk om me te geven, om me open te stellen.

"Ik heb mijn dochter, die nu zesentwintig is, in mijn eentje opgevoed. Tijdens haar jeugd heb ik mijn hele verleden in de kast opgeborgen, anders had ik niet voor haar kunnen blijven zorgen. Toen ze in de laatste klas van de middelbare school zat, kwam het terug. Ik was herstellende van een hernia en kreeg een auto-ongeluk. Ik kon niets meer. Ik viel in een afgrond van ellende, alle onverwerkte dingen kwamen weer boven. Ik ben nu weer bijna zeven jaar in therapie.

"Een van de twee zusters die mij mishandelde leeft nog. Een paar jaar geleden heb ik geprobeerd met haar in contact te komen. Maar de overste van haar orde is nooit werkelijk ingegaan op mijn vragen. Zelfs nu het zo lang geleden is, geven ze je het gevoel dat je niks voorstelt. Wat zou het schelen als de zuster zou erkennen wat er is gebeurd en als er excuses zouden volgen. Pas dan kan ik het afsluiten. Die zuster is tachtig, dus veel tijd heeft ze niet meer."

Seksueel, psychisch en fysiek misbruik
Hoewel de naam anders doet vermoeden, waren de zusters van Onze Lieve Vrouw van Amersfoort verspreid over heel Nederland. De nonnen runden een aantal kindertehuizen, onder meer Dominicus Savio in Rotterdam en het Maria-internaat in Amersfoort. De gemeenschap komt er in het onderzoek van de commissie-Deetman slecht vanaf. Tegen vijf zusters zijn klachten ingediend wegens seksueel, psychisch of fysiek misbruik. De meldingen komen uit de jaren vijftig en zestig.

Tegenwoordig wonen de laatste zusters in (besloten) gemeenschappen in Amersfoort, Leusden en Bussum. Hun moraal ontlenen de zusters aan de Bijbel. "De roep van Jezus hebben wij gehoord. Hij liet ons zien wat mens zijn in Gods ogen is: iedereen telt mee, niemand is te min", zo staat te lezen op de website van de zusters.

Slachtoffers zeggen dat ze op een muur van onbegrip stuiten als ze zich melden bij de orde. Slachtoffer Carla Meijers: "Wij worden door deze orde opnieuw geslachtofferd, nog steeds ter meerdere eer en glorie van hen." De congregatie zet vraagtekens achter de klachten tegen de zusters, schrijft Deetman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden