Verfilmen van geschiedenis doet waarheid soms geweld aan

Sinds 'Schindler's List' is de discussie rond de 'historische speelfilm' hoog opgelaaid. Mag je een zwaar beladen historische gebeurtenis, zoals de holocaust, onderwerpen aan de dramawetten van Hollywood? Misschien niet, maar één ding is zeker: bij de verbeelding van het verleden spelen film en tv een steeds grotere rol.

Ons historisch besef wordt voor een belangrijk deel gevormd en beïnvloed door (vaak fictieve) beelden van de televisie. Cleopatra krijgt het gezicht van Elizabeth Taylor, Marcus Antonius de blonde lokken van Marlon Brando en Derek Jacobi staat voor eeuwig in het geheugen gegrift als de stotterende Claudius uit de tv-serie 'I Claudius'. Op zich is er met deze verbeelding van het verleden niets mis. Want door een dramatisering van de geschiedenis betrek je mensen bij wat anders dorre feiten zouden blijven.

Hoe leg je een twaalfjarige scholier iets uit over de vernietigingskampen in nazi-Duitsland? Misschien is Steven Spielberg daar wel beter in dan historicus Loe de Jong. Niet omdat Spielberg het beter zou weten, maar omdat deze speelfilmregisseur de kunst verstaat om zaken op een dramatische manier in beeld te brengen. En voor veel jonge mensen is het beeld nou eenmaal een belangrijke, zo niet de belangrijkste informatiebron.

Welke invloed heeft de audiovisuele geschiedschrijving op ons historisch besef, vroeg de Vereniging Geschiedenis Beeld en Geluid zich af op een studiebijeenkomst, vrijdag aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Aan programma's over historische onderwerpen is op de Nederlandse tv geen gebrek. Volgens Chris Vos, docent aan de faculteit historische en kunstwetenschappen aan de Erasmus Universiteit, werden in de periode 1951-1990 maar liefts 850 documentaires over historische onderwerpen uitgezonden. Toch is Vos niet onverdeeld positief over deze vorm van geschiedschrijving. “Uitgezonderd series als 'De Bezetting' van De Jong stellen de meeste programmamakers zich op als amateur-historici die elke keer opnieuw het wiel uitvinden. De vragen die worden gesteld zijn vaak door vakhistorici al lang beantwoord.”

Ook de keuze van onderwerpen die op tv aan de orde komen, vertoont een opvallende vertekening. Favoriet zijn de bezettingsjaren '40-'45, die ook in de bioscoop voor een onuitputtelijke stroom van heldenverhalen zorgen. Een derde van de documentaires, ruim driehonderd, is aan deze periode gewijd. Deze hang naar WO II-programma's is, vreemd genoeg, in de loop der jaren alleen maar toegenomen. Meer pijnlijke onderwerpen uit onze geschiedenis lijken collectief uit het tv-geheugen te zijn verdwenen. Aan het onderwerp 'Indië' werden de afgelopen veertig jaar slechts een schamele vijftig programma's gewijd. Pas onlangs lijkt een soort taboe doorbroken door onder andere de speelfilm 'Oeroeg' van Hans Hylkema.

Niet alleen de keuze van onderwerpen, ook de wijze van behandeling doet de vakhistoricus vaak de wenkbrauwen fronsen. Mag een programmamaker (zoals in de overigens alom geprezen VPRO-documentaire 'Vastberaden, maar soepel en met mate', over de jaren twintig en dertig in Nederland) een radiospeech van Colijn zetten onder Polygoon-beelden van Colijn uit een heel andere periode? “Soms heb je als programmamaker geen keus”, zei Hans Keller, een van de samenstellers van het programma. “Er is nou eenmaal niet van alle historische momenten beeldmateriaal voor handen.”

Archiefmateriaal door elkaar husselen, omdat dat voor de loop van het (beeld)verhaal beter uitkomt, is de praktijk van alledag in Hilversum. Men deinst er zelfs niet voor terug om, als er helemaal geen materiaal te vinden is, zelf maar iets 'authentieks' in elkaar te knutselen. Docudrama's als '58 miljoen Nederlanders', waarin een groepje actrices in tweederangs toneelkostuums een middeleeuwse hofscène moest verbeelden, zijn hiervan het schrijnende voorbeeld. Helemaal bont maakte speelfilmregisseur Ate de Jong het, die omwille van de 'dramatische lijn' in zijn film 'In de schaduw van de overwinning' de verzetsstrijder Gerrit van der Veen (gespeeld door Jeroen Krabbé) een cel laat delen met de voorzitter van de Joodse Raad Weinreb (Edwin de Vries). In werkelijkheid hebben de twee elkaar nooit ontmoet. Om juridische complicaties te voorkomen werden de namen van beide filmpersonages veranderd in Bloemberg en Van Dijk. Reden voor deze verkrachting van historische feiten was de eis van de producent van de film, Mathijs van Heijningen, die het gegeven van de collaborateur Weinreb dramatisch gezien wat magertjes vond. Er moest wat meer tweespalt in het verhaal, waarna men voor het gemak niet alleen twee verschillende historische figuren, maar ook twee totaal verschillende gebeurtenissen (de aanval op het bevolkingsregister in Amsterdam en de overval op het huis van bewaring aan de Weteringschans) als een goedkope cocktail door elkaar heen mixte.

Historici kunnen in voetnoten van wetenschappelijke artikelen zorgvuldig hun bronnen vermelden, maar hoe zit dat bij tv? In de al eerder genoemde documentaire 'Vastbesloten, maar soepel en met mate' werden door beeldmateriaal van het München uit de jaren veertig met het grootste gemak beelden uit Neurenberg van ruim tien jaar eerder gesneden. Is hier sprake van geschiedvervalsing? Of hadden de makers in zo'n geval moeten aangeven waar het gebruikte materiaal vandaan kwam? “Op zich geen slecht idee”, vindt Keller, “maar praktisch gezien onuitvoerbaar. In praktijk heb je voor dat soort zaken als programmamaker helemaal geen tijd. Eén keer heb ik een lijst bijgehouden van waar we welk materiaal vandaan hadden, maar dat was mogelijk omdat ik toen met een gebroken been op bed lag.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden