Verfijnde ruigheid en klaar voor smachtende vrouwen

Nog in Gent op 13, 15, 18 (vrije voorstelling met alleen losse kaarten), 21 en 23 juni en in Antwerpen op 30 juni, 2, 5, 7, 9 en 12 juli.

In het programmaboek van de Vlaamse Opera voor de nieuwe productie van Puccini's 'La fanciulla del West', staat zo'n glimmende cowboy afgedrukt; wijdbeens, de handen in de zij en een big smile op zijn gezicht. De prijzen van de verschillende onderdelen van zijn outfit staan erbij; in de jaren veertig kostte die grap dertienhonderd dollar! Dream on! doorsnee bioscoopbezoeker.

Regisseur Robert Carsen liet in zijn productie van Puccini's opera die droom voor een handjevol mannen uitkomen. Na het The End van de film waar die mannen naar hadden zitten te kijken (Puccini's prelude klinkt als geniale filmmuziek), stonden ze als in trance uit hun bioscoopstoelen op, vonden ineens cowboyhoeden en revolvers en toverden de bioscoop om tot de Polka-Saloon die gerund wordt door Minnie.

Dit ijzersterke toneelbeeld bleef niet op zichzelf staan, maar kreeg - zoals altijd bij Carsen - een volslagen logische tegenhanger in het slotbeeld. Bij Carsen begint het verhaal bij The End en eindigt het bij het begin, als de mannen hun hoeden weer afdoen en een kaartje kopen voor de western 'The Girl of the Golden West'.

Deze nieuwe Carsen-regie, waarin met droom, werkelijkheid en fictie een ingenieus spel wordt gespeeld, had veel weg van zijn visie op 'Tosca' en was net als in die opera op fantastische wijze uitgewerkt. Zo visualiseerde het begin met filmbeelden op het witte doek (cowboy neemt afscheid van zijn meisje in een ruig western-landschap) op schitterende wijze de eerste ontmoeting tussen Minnie en Johnson, waarover in de opera alleen maar verteld wordt.

Vanachter het inmiddels donkere filmdoek kon Minnie haar spectaculaire entree maken tegen een fraai geschilderd western-decor; alsof ze zo uit de film stapte. Dit beeldcitaat uit Woody Allens film 'The Purple Rose of Cairo' was een mooi symbool voor de sterstatus die Minnie in het kamp met goudzoekers heeft. Voor hen is zij een soort onbereikbare pin-up, een moviestar, die aan het slot, als ze de bioscoop uitkomt, haar cowgirl-pakje verruild heeft voor een bontmantel.

Het tweede bedrijf (prachtig benauwend blokhutdecor van Paul Steinberg en subtiele belichting van Patricia Collins) werd geheel in het zwart-wit van vóór de kleurenfilm gespeeld.

Puccini's 'La fanciulla del West' (1910) is niet bijster bekend. Het werk haalt bij lange na niet de populariteit van zijn 'Bohème', 'Tosca' of 'Butterfly'. Het nogal drakerige verhaal over Minnie en haar liefde voor de edele schurk Johnson (voor wiens leven ze valsspeelt met poker om zodoende van hun belager, sheriff Rance, af te komen) kan daar niet debet aan geweest zijn, want ook de relaties tussen Tosca-Cavaradossi-Scarpia en Butterfly-Pinkerton balanceren op het randje van drakerig sentiment.

Veeleer was Puccini's vernieuwende partituur, waarin weinig meezing-aria's, er de oorzaak van. En toch, wie goed luistert, hoort het muzikale theaterdier door alle nieuwe noten heen. Zo'n schitterend ostinato, schier eindeloos herhaald tijdens het verbergen van de gewonde Johnson, verschilt in vorm niets van de orkestbegeleiding in de grote slotaria van 'Manon Lescaut'.

Carsens zesde Puccini-regie bij de Vlaamse Opera (volgend seizoen wordt de cyclus afgesloten met 'Il Trittico') werd eveneens voor de zesde keer muzikaal begeleid door Silvio Varviso. In het eerste bedrijf, waarin veel losstaande scènes de juiste couleur locale van het mijnwerkersdorp en hun inwoners moeten schetsen, moest Varviso echt op gang komen om Puccini's zeer gedetailleerde partituur kleur en reliëf te geven.

Daarna vonden Varviso en het orkest van de Vlaamse Opera hun haast spreekwoordelijke Puccini-vorm. Prachtig hoe Varviso de spanning tijdens het pokerspel liet horen, of hoe hij het derde bedrijf opende met die schitterend desolate muziek. En vooral viel ook nu weer op hoeveel Varviso van zangers houdt.

Het meest profiteerde Stephanie Friede daarvan. De Amerikaanse sopraan maakte haar debuut in de zeer zware rol van Minnie. Optimaal gesteund door de dirigent slaagde zij met vlag en wimpel in het vocaal en theatraal uitbeelden van het eenvoudige meisje. Met niet aflatend temperament en vocale allure maakte zij enorme indruk.

Richard Margison (in de laatste drie voorstellingen wordt hij vervangen door Fabio Armiliato) wist Johnson precies het vocale gezicht te geven, waardoor het begrijpelijk wordt dat Minnie voor hem valt. Helder van klank, verstaanbaar en met mooie fraseringen wist Margison zich met gemak staande te houden naast Friede. In de Scarpia-achtige rol van Jack Rance imponeerde William Stone met nasaal-doordringende toon.

De Vlaamse Opera, die een paar jaar geleden alle coupures in 'Madama Butterfly' in ere herstelde, koos overigens niet voor de complete 'Fanciulla'-partituur. De kleine scène tussen Minnie en Billy na de Bijbellezing schrapte Puccini uit de definitief herziene partituur, maar hij handhaafde wel het later toegevoegde slot (met extatische hoge c's) aan het liefdesduet in de tweede akte. Kleine kanttekeningen bij wederom een weergaloze Puccini-avond in Vlaanderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden