Verenigde Staten staan boven en onder de wet

Een ogenblik leek het erop dat de terroristische aanslagen op New York en Washington de wereld hadden veranderd. Amerika, sinds president Bush in zichzelf opgesloten, trad naar buiten; alle andere staten, zelfs de critici en de vijanden van Amerika, betuigden hun gevoelens van solidariteit. De sinistere dreiging van een mondiaal terrorisme schiep nieuwe eensgezindheid.

Inmiddels weten we dat we onszelf hebben bedrogen. In de internationale politiek regeren alleen harde belangen. Het terroristische spook bracht niet de staten tot elkaar maar bood ongezochte kansen om nationale doeleinden te realiseren die voorheen onhaalbaar waren. Zoals Amerika zich opmaakt alsnog met Irak -en wellicht met andere 'schurkenstaten'- af te rekenen, zo doet Israël het met de Palestijnen. Ook elders ontdekten allerlei landen, Rusland en China voorop, dat het etiket 'terrorisme' armslag geeft om weerspannige minderheden of regio's in het gareel te dwingen.

De wereld heeft een ruk naar 'rechts' gemaakt. Niet de wereldgemeenschap is versterkt, maar de macht van de staat in de afzonderlijke landen. Niet de Verenigde Naties en de Navo hebben zich weten te profileren maar enkele grote staten en hun militaire en veiligheidsdiensten. Het harde machtsnationalisme heeft de wind in de zeilen.

Het is moeilijk om in de toekomst te kijken, maar vooralsnog moeten we vaststellen dat de aanslag op de Twin Towers vooral retorisch is uitgebuit en tactisch is benut. Amerika loopt daarbij ongegeneerd voorop, in de veilige wetenschap dat niemand deze enig overgebleven supermacht de voet kan dwarszetten. Inderdaad: niet 11 september is een keerpunt, maar 1990, toen de Sovjet-Unie instortte, de enige rivaal waarmee Amerika rekening moest houden. Sindsdien gaat God's own country zijn eigen weg, alleen door eigen voorkeuren gedicteerd.

Dit waren in het afgelopen jaar enkele bijdragen van Amerika aan een betere en veiliger wereld: in maart verzet tegen het Kyoto Protocol, in juli de afwijzing van het verdrag over biologische wapens en het blokkeren van het akkoord over de spreiding van kleine wapens, in oktober de weigering het kernstopverdrag te tekenen, in december de aanval op het Internationaal Strafhof.

Al staat deze serie voorbeelden van het Amerikaanse njet op naam van George Bush, in feite doet hij niet anders dan de politiek van zijn voorgangers voortzetten, inclusief de iets soepelere Bill Clinton. Al in 1998 dreigden de Verenigde Staten de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in Europa te heroverwegen indien het beoogde Internationaal Strafhof te veel macht zou krijgen; met name de bevoegdheid óók van oorlogsmisdrijven verdachte Amerikaanse militairen te berechten, was (en is) voor de Verenigde Staten onacceptabel. En in 1999 wees Clinton in een toespraak voor de Verenigde Naties met tevredenheid op het Navo-optreden in Kosovo dat zonder goedkeuring van de VN had plaatsgevonden. Hij verbond er de conclusie aan dat ook andere landen, in Azië en Afrika, het recht hebben en moeten hebben in de eigen regio gewapenderhand orde op zaken te stellen.

Het Amerikaanse exceptionalisme is deels uit economische belangen te verklaren. Veel senatoren zijn door grote industriële conglomeraten ingehuurd om hun belangen te behartigen. Vandaar het verzet tegen de beperking van kleine wapens, tegen inspectie -op grond van het beoogde verdrag over biowapens- van de farmaceutische industrie, en bij president Bush en vice-president Cheney, afkomstig uit de olie-industrie, tegen ingrijpende milieumaatregelen, dus tegen 'Kyoto'. Dit evangelie wordt wereldwijd verspreid door Amerikaanse ambassadeurs die als dank voor hun financiële steun bij de verkiezing van de president, voor diplomaat mogen spelen.

Daarnaast is de Amerikaanse politiek te verklaren uit het reusachtige politieke en militaire overwicht van het land. Indien de Verenigde Staten bij het optreden in Kosovo het Navo-hoofdkwartier eenvoudig links laten liggen, dan zwijgen de bondgenoten, doordrongen als zij zijn van het feit dat ze militair niet in de schaduw van de Amerikanen kunnen staan. Als Amerika buiten de VN om bombardementen op Irak uitvoert, dan wordt dat door andere landen die Saddam Hoessein vrezen, oogluikend toegelaten. De eenzame, zij het niet altijd eerzame sheriff wordt niet tegengesproken, in ieder geval niet tegengewerkt.

Laten we toegeven dat het streven naar een wereldwijde Pax Americana voordelen heeft. Ook de Pax Brittanica, ook de Pax Romana hadden de verdienste in grote gebieden orde en rust te scheppen en daarmee een zekere mate van veiligheid en welvaart. Wat Bismarck zei van het streven naar een verenigd Duitsland, geldt onder omstandigheden ook voor het instandhouden van orde in de huidige wereld: het lukt niet door praten en overleggen maar 'durch Eisen und Blut'.

Blijft de vraag of de Amerikanen met hun suprematie goed kunnen omgaan. Dat hun bommen en raketten elke tegenstander op de knieën dwingen, is inmiddels wel bewezen. Of hun leiders -zoals Bismarck na de voltooiing van het Duitse Rijk- politiek en psychologisch volwassen genoeg zijn om het geweld door prudentie te laten volgen, moet worden afgewacht. Macht corrumpeert, zei Lord Acton, en absolute macht corrumpeert absoluut.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden