Verenigde Staten / Altijd maar op oorlogspad

Meer soldaten naar Irak en minder benzine in de tank. De twee thema’s uit de State of the Union van president Bush hebben alles met elkaar te maken, betoogt Andrew Bacevich, hoogleraar internationale betrekkingen aan de universiteit van Boston. „Carter wilde ook minder afhankelijk zijn van olie uit het Midden-Oosten. Hij werd weggelachen.”

Een quizvraag. Het is 1947. De VS zijn – samen met de Sovjet-Unie – de grote overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog. Op het hoogtepunt daarvan telden de Amerikaanse strijdkrachten ongeveer 8 miljoen manschappen. Hoeveel man heeft het Amerikaanse leger onder de wapenen? Zijn dat er: a - 8 miljoen; b - 4 miljoen of c - 1 miljoen?

Het juiste antwoord is vandaag de dag nauwelijks meer voor te stellen. Het is c, en dan moet je nog naar boven afronden. Direct na de oorlog stuurde Amerika zijn leger grotendeels gewoon naar huis. En het restant was vooral bezettingsmacht in Duitsland, Japan en andere overwonnen landen. Een vechtleger hadden de VS niet meer. De oorlog was namelijk voorbij. Het idee dat dat de VS overal in de wereld militair aanwezig zouden moeten zijn om kleine oorlogen uit te vechten, of onwelgevallige regimes af te zetten, was nog niet meer dan een wolkje aan de blauwe hemel.

Een herkansingsvraag. Het is 1941. Na de Japanse aanval op Pearl Harbour mengen de VS zich in de oorlog tegen Duitsland en Japan. Ze steunen de Britten militair, maar ook met geld en met olie voor hun schepen en vliegtuigen. Kwam die olie: a - uit de Sovjet-Unie; b - uit de VS zelf of c - uit Saoedi-Arabië?

Het juiste antwoord laat zien hoe de wereld in een halve eeuw een halve slag gedraaid is. Het is b. De VS waren een groot deel van de vorige eeuw zelfvoorzienend in olie, en konden zelfs exporteren naar hun bondgenoten.

Die twee grote veranderingen kunnen niet los van elkaar gezien worden, betoogde Andrew J. Bacevich in 2005 in zijn boek ’The new American Militarism’. Wie het uit heeft, kijkt er niet van op dat dinsdag de Amerikaanse president in zijn State of the Union stond te pleiten voor meer troepen in Irak én voor minder olieverbruik thuis.

De stelling van Bacevich: de VS zijn uit zorg om hun energievoorziening gevallen voor de verleiding van het militarisme. En elke stap die de regering-Bush zet, leidt het land verder die weg op.

Dus de cynici hadden gelijk? Het ging al die tijd niet om massavernietigingswapens, of over democratie, maar gewoon om de olie?

Bacevich: „Niet zo direct, maar je kunt verklaren waarom de strategie die de VS hebben gekozen zo aantrekkelijk is. Dat gaat al terug tot 1945, toen president Roosevelt een onderhoud had met koning Ibn Saoed over de banden met Saoedi-Arabië. Het verklaart waarom het Midden-Oosten nu nog steeds zo’n centrale plaats inneemt.”

„Elke stap van die weg hadden we kunnen zeggen: laten we een andere manier vinden om onze welvaart veilig te stellen. In 1979 zag president Carter het in, eindelijk. Maar hij werd om zijn voorstellen om minder afhankelijk te zijn van olie uitgelachen, weggehoond.

„En toen hem dat mislukt was, deed hij zelf één van de noodlottigste stappen: hij formuleerde de Carter-doctrine.”

Die luidt dat de VS met militaire macht hun belangen zullen verdedigen in de regio rond de Perzische Golf. U noemt dat het begin van de ’Vierde Wereldoorlog’. Maar iemand als George Bush de Oudere ging met die militaire macht voorzichtiger om dan zijn zoon. Hij bevrijdde Koeweit, maar bezette Irak niet. Is het verschil dat de oude Bush in een echte oorlog had gevochten?

„Dat betwijfel ik. De presidenten Lincoln en Roosevelt hadden ook geen militaire ervaring, en waren toch goede leiders in oorlogstijd – al vind ik het in het algemeen voor een president wel aan te bevelen.”

„Bush de Oudere groeide op tijdens de Koude Oorlog, die ik de Derde Wereldoorlog noem. Zijn hele carrière heeft hij gewijd aan het in de hand houden daarvan. Dat heeft bij die generatie een zekere voorzichtigheid, een afkeer van risico’s opgeleverd. Bush de jongere heeft niet alleen niet in een oorlog gevochten, hij had helemaal een verknoeide jeugd. En hij is nu veel intenser religieus dan zijn vader.”

„En toen kwam 11 september 2001, een verpletterende ervaring. Hij had toen geen enkel precedent om op terug te vallen, maar hij móest Amerika uitleggen wat dit te betekenen had. In hem zijn toen zijn godsdienstigheid en de beschikbaarheid van het neoconservatieve recept samengekomen. En toen heeft hij zijn standpunten compleet omgedraaid: Amerika heeft de plicht om wereldwijd de democratie te verbreiden.”

U noemt dat een nieuwe uiting van ’militarisme’. Da doet denken aan Pruisen, aan Japan. Zo’n cultuur hebben de VS toch helemaal niet?

„Ik maak wel een onderscheid met het paradepas-militarisme van die landen. Voor mij zijn de VS militaristisch omdat het land een hoge dunk heeft van militaire macht als middel om problemen op te lossen. Omdat het militaire macht ook ziet als de belichaming van de rol die Amerika in de wereld spelen moet. En omdat het soldaten beschouwt als de verpersoonlijking van burgerlijke deugden.”

Maar daar was na Vietnam toch niet veel meer van over?

„Dat is waar, maar daarna is de Amerikaanse kijk op die periode weer langzaam herzien. Vooral onder president Reagan werd gezegd dat daar toch wel voor een nobele zaak werd gevochten. Toen won het idee veld dat we in Vietnam gemakkelijk hadden kunnen winnen, ware het niet dat de politici grenzen hadden gesteld aan wat de militairen konden toen. Oorlog werd weer verdedigbaar.”

„In feite heb je dat nu ook weer. De neo-conservatieven, die in de voorhoede stonden bij het bepleiten van een inval in Irak, zeggen nu dat ze nu eenmaal niet konden weten hoe stom Bush en zijn mensen het aan zouden pakken.”

„Of ze die discussie ook gaan winnen weet ik nog niet. Maar de uitkomst ervan is wel enorm belangrijk voor de vraag of Amerika verder gaat op de weg van het militarisme.”

De regering-Bush heeft voorgesteld om het leger met nog eens 92.000 man uit te breiden, los van Irak. Is dat een verdere stap?

„Dat valt nog wel mee, want het gaat daar echt om het leger en het korps mariniers. De luchtmacht en de marine worden misschien wel ingekrompen. Het Pentagon lijkt te zeggen: we hebben meer soldaten nodig, niet zoveel hi-tech wapens.”

„En bovenden is het een relatief kleine toename, en smeren ze die uit over vijf jaar. Denk je dat het leger zo veel mensen niet zou kunnen trainen en uitrusten? Het zal eenvoudigweg moeilijk zijn zoveel rekruten te vinden. Daar zijn nu al problemen mee. Daarom bieden ze steeds meer bonussen, nemen ze meer mensen aan zonder middelbare schoolopleiding. Er zijn zelfs geluiden dat de VS maar wervingskantoren in het buitenland moeten openen, in Mexico bijvoorbeeld.”

En zo ga je van burgerwacht via dienstplicht en beroepsleger naar een vreemdelingenlegioen?

„Na Vietnam leek een beroepsleger, of zoals wij het noemen een ’volledig vrijwilligersleger’, de meest logische weg om een militaire macht te scheppen zonder sociale frictie. Maar wat het werkelijk betekende was: je schiep een professionele elite. En die is er zoetjesaan heel anders uit gaan zien dan de bevolking zelf. Het aantal zwarten in het leger is bijvoorbeeld groter dan het aantal blanken, terwijl zwarten toch echt maar ruim een kwart van de bevolking uitmaken. En het aantal studenten van Harvard, Yale, Princeton is echt op de vingers van een hand te tellen.”

Wat is daaraan te doen, zo lang de VS voor zichzelf een wereldwijde taak zien?

„Ik weet niet precies hoe je het voor elkaar kunt krijgen, maar ik heb er wel een aantal ideeën over. Je zou bijvoorbeeld opnieuw, net als na de Tweede Wereldoorlog, voor alle militairen die dat willen de studie moeten betalen. Dat moet het land voor ze over hebben. En alle andere overheidsbeurzen die er voor studenten bestaan, die schaf je af.”

In uw boek noemt u uw diensttijd in Vietnam een ’verwarrende ervaring’. Toch bleef u daarna lange tijd militair. Waarom?

„Ik vind dienen in het leger heel eervol. En de politiek van de Koude Oorlog, dat was toen een gegeven feit. De Sovjetmacht betekende een reëel gevaar voor de VS, en de aanwezigheid van onze krijgsmacht in Europa was terecht. Maar over de inzet in allerlei andere gebieden, waar ook bedreigingen werden gezien, weet ik dat niet zo zeker.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden