Verena Becker, tussen RAF en geheime dienst

Becker na het proces in het hoger gerechtshof in Stuttgart, op 28 december 1977. (FOTO EPA) Beeld EPA
Becker na het proces in het hoger gerechtshof in Stuttgart, op 28 december 1977. (FOTO EPA)Beeld EPA

Veertig jaar na de oprichting van de Rote Armee Fraktion kan Duitsland het boek over de linkse terreurorganisatie langzaam sluiten. Alleen aan het laatste hoofdstuk valt nog veel te doen. Werktitel: ’De betrokkenheid van de Duitse geheime dienst bij de misdaden van de RAF’.

Antoine Verbij

De sfeer is niet meer zoals toen. In de jaren zeventig heersten er grimmige toestanden in en rond de gevangenis in de Stuttgartse buitenwijk Stammheim. In een speciaal daarvoor gebouwde hal op het gevangenisterrein was een rechtszaal ingericht. Onder de allerstrengste veiligheidsvoorzieningen werden daar de kopstukken van de RAF berecht.

Diezelfde hal is nu het toneel van het waarschijnlijk laatste grote RAF-proces. De rechtszaal is nog altijd even zwaar beveiligd, maar het veiligheidspersoneel is vriendelijk. Het deel waar rechters, aanklagers, verdachten en verdedigers zitten, is weids – het ging destijds om een groepsproces. Nu acteren de paar juristen en de enige verdachte, Verena Becker, op een veel te ruime bühne.

Ruim dertig jaar geleden zat Becker hier ook. Klein, spichtig en ongelooflijk fanatiek. Ze behoorde destijds tot de subtop van de RAF. De orders voor haar operaties had ze direct van de top ontvangen. Van Andreas Baader, die met andere RAF-leden op de zevende verdieping van de Stammheim-gevangenis zat. Hun advocaten smokkelden hun orders naar buiten.

Toen Becker in november 1977 terechtstond, waren Baader en de zijnen dood. Zelfmoord, luidde de officiële versie. Moord, schreeuwden de sympathisanten van de RAF. Na de mislukte poging om hen met een dubbele gijzeling vrij te krijgen waren drie RAF-leden dood in hun cellen aangetroffen. Inmiddels twijfelt bijna niemand meer aan zelfmoord.

De laatste maanden van het jaar 1977 staan te boek als de ’Duitse Herfst’. Ze vormden het bloedige dieptepunt in de geschiedenis van de RAF. De poging om Baader en anderen te bevrijden, heeft veel slachtoffers geëist. Die herfst is nog altijd het grootste trauma uit de Duitse naoorlogse geschiedenis en heet de bleierne Zeit (’loden tijd’).

De verwerking is des te moeilijker doordat steeds vaker de vraag opduikt of de Duitse geheime diensten wel zuiver hebben gehandeld. Hebben ze, in hun poging om grip op de RAF te krijgen, zich wel gehouden aan de regels van de rechtsstaat die ze geacht werden te beschermen? Ze heten niet voor niets Verfassungsschutz (’grondwetbescherming’).

Welke rol speelden de diensten bijvoorbeeld bij de moord op procureur-generaal Siegfried Buback, de opmaat voor de Duitse Herfst? Becker, zoveel is nu duidelijk, had een leidende rol bij die moord. Maar ze werd niet veroordeeld voor de moord, maar voor het neerschieten van agenten bij haar arrestatie. „Nazizwijnen!” gilde ze na de veroordeling tot levenslang.

Nu staat Becker alsnog terecht voor haar aandeel in de moord op Buback. Het wordt een lang proces, met talloze getuigen en een reeks nieuwe bewijsstukken op grond van DNA-analysen. Maar of ze ook aan de moord deelnam, blijft onduidelijk. Volgens sommigen verbleef ze op het moment van de aanslag zelfs in Bagdad, een belangrijke uitvalsbasis voor de RAF.

Verena Becker zelf zwijgt. Van het opgefokte fanatisme van vroeger is weinig over. Ze ziet er vaal uit, het gezicht aangetast door een zeldzame ziekte. Daar, in dat ouwelijk ogende hoofd met de korte donkere haren, zit de waarheid verborgen die velen zo graag zouden willen horen. En dan gaat het niet alleen over de vraag of zij nu wel of niet de fatale schoten loste.

Rond de figuur van Verena Becker duiken allemaal vragen op over haar contacten met de Duitse geheime dienst. Bekend is dat Becker begin jaren tachtig, toen ze haar straf uitzat, gesprekken heeft gevoerd met de geheime dienst. Die contacten duurden ruim twee jaar en hebben waarschijnlijk bijgedragen aan de onverwachte gratie die ze in 1989 kreeg.

Nadat ze de gesprekken had afgekapt, nam ze contact op met leden van de RAF. Ze heeft toen haar spijt betuigd, maar dat accepteerden haar vroegere kameraden niet. Ze zou toen zelfs hebben aangeboden om zelfmoord te plegen, maar ook dat aanvaardden ze niet. Eens een verrader, altijd een verrader, was de reactie. Ze werd genadeloos verstoten.

Hoewel, genadeloos? Daarmee kwam ze er juist genadig van af. Dat ging vroeger anders. Activist Ulrich Schmücker bijvoorbeeld werd in 1974 op verdenking van contacten met de geheime dienst door zijn kameraden terechtgesteld. Extra brisant daarbij is dat geheime agenten mogelijk getuige waren van de executie en Schmücker niet te hulp kwamen.

De affaire-Schmücker groeide uit tot het grootste schandaal uit de geschiedenis van de Duitse geheime dienst. Vijftien jaar lang is geprocedeerd. Telkens weer werd de geheime dienst betrapt op misleidende uitspraken, verduistering van bewijsmateriaal en beïnvloeding van de onafhankelijke rechters. Uiteindelijk is niemand voor de moord op Schmücker veroordeeld.

Sommige RAF-kenners, onder wie de gerenommeerde Hamburgse onderzoeker Wolfgang Kraushaar, gaan ervan uit dat Schmücker destijds niet de enige infiltrant in de RAF was. Eén ander geval is inmiddels uit en te na bekend: Peter Urban. Die leverde zelfs wapens en bommen aan de RAF, ook al in de tijd dat de RAF nog niet naar buiten was getreden.

Kraushaar heeft onlangs de hypothese opgesteld dat ook Verena Becker al begin jaren zeventig contacten met de geheime dienst onderhield. Dus lang vóór de moord op Buback en ook lang vóór de reeds bekende contacten met de geheime dienst. In een zojuist verschenen boek voert hij daar een reeks argumenten voor aan.

Toen Becker begin jaren zeventig gevangen zat vanwege een bomaanslag, is ze net als andere gedetineerde terroristen benaderd door de geheime dienst. Het valt Kraushaar op dat Becker in de gevangenis opmerkelijke privileges genoot. Ze had vrij verkeer met collega-terroristen, onder wie topvrouw Ulrike Meinhof, die tijdelijk naar Beckers gevangenis was overgeplaatst.

Als het waar is dat Becker Meinhof voor de geheime dienst heeft uitgehoord, verklaart dat de beschermende hand die ze rond de aanslag op Buback genoot. In de eerste persverklaring na de moord werd ze nog als verdachte genoemd, in de daaropvolgende verklaringen was ze van de verdachtenlijst verdwenen. Na haar arrestatie werd ze niet voor de moord aangeklaagd.

Kraushaar meent aanwijzingen te hebben dat zowel de binnenlandse als de buitenlandse veiligheidsdienst van de gangen van Becker in de periode vóór haar arrestatie nauwgezet op de hoogte was. De arrestatie zou zelfs door die diensten zijn geregisseerd. Dat is des te pijnlijker, omdat bij die gebeurtenis een agent zwaargewond raakte.

In het proces tegen Becker in 1979 deden zich tal van ongerijmdheden voor. Bewijsstukken verdwenen, getuigenissen werden genegeerd, uit Beckers dagboek waren cruciale pagina’s verwijderd. Na het proces werden belangrijke delen van het dossier gemanipuleerd, tot geheime stukken verklaard of zelfs vernietigd.

Kraushaar maakt in zijn analyse veel gebruik van het werk van Michael Buback, de zoon van de vermoorde procureur-generaal. Buback wil niet accepteren dat het Openbaar Ministerie nooit heeft uitgezocht wie bij de aanslag op zijn vader de trekker overhaalde. Bij zijn naspeuringen ondervond hij zoveel tegenwerking van Justitie dat hij wantrouwig werd.

Michael Buback is niet het type dat in samenzweringstheorieën gelooft. Maar de ongerijmdheden waarop hij stuitte en die hij in zijn boek ’De tweede moord op mijn vader’ uitvoerig heeft beschreven, dwingen hem tot de conclusie dat Becker van hogerhand bescherming genoot. Die bescherming, meent Kraushaar, kan alleen van de geheime dienst zijn gekomen.

Een opmerkelijke aanwijzing voor Beckers vroege contacten met de geheime dienst stamt van de spionageafdeling van de DDR. Twee televisiejournalisten waren in 2008 in Stasidossiers op een intrigerende notitie gestuit. Daarin heet het dat Verena Becker „sinds 1972” door de West-Duitse geheime dienst „in het vizier respectievelijk onder controle wordt gehouden”.

De notitie is niet eenduidig. Werkte Becker met de geheime dienst samen of werd ze alleen geobserveerd? Wat de notitie wel duidelijk maakt, is dat de Stasidossiers – die weliswaar toegankelijk maar nog lang niet allemaal ontsloten zijn – nog veel meer informatie over contacten tussen RAF-leden en West-Duitse geheime diensten zouden kunnen bevatten.

Welke verrassingen uit de geheime dossiers van de DDR kunnen opduiken, bleek in mei vorig jaar. Toen ontdekte een historicus bij toeval dat de West-Berlijnse politieagent Karl-Heinz Kurras voor de Oost-Duitse Stasi had gewerkt. Kurras had op 2 juni 1967 de student Benno Ohnesorg bij een demonstratie gedood. Vanaf toen radicaliseerde de studentenbeweging.

Nu is de vraag: handelde Kurras in opdracht van de DDR? Was het een van de vele manieren waarop de Stasi aan de escalatie van de jongerenopstand in de Bondsrepubliek werkte? Feit is dat de DDR veel contacten onderhield met de RAF. Wat wisten de Stasi-agenten allemaal over de RAF? En wat wisten ze over het doen en laten van hun West-Duitse collega’s?

De RAF heeft zichzelf in 1998 opgeheven. De veroordeelden zijn op één na allemaal weer op vrije voeten; er staan nog een paar verdachten op de opsporingslijst. Maar het boek over de RAF kan pas dicht wanneer het slothoofdstuk over de manipulatie van de terroristische beweging door de geheime diensten van West- én Oost-Duitsland is geschreven.

Een lastig hoofdstuk, want hoewel de Stasidossiers nu open liggen, zitten de West-Duitse archieven nog potdicht. Maar Wolfgang Kraushaar is er klaar voor. Volgens hem staat er niets meer of minder op het spel dan „de geloofwaardigheid van de Duitse rechtsstaat”. Want als blijkt dat de geheime dienst via Verena Becker bij de aanslag op Buback heeft staan toekijken, is de staat mede schuldig aan de dood van haar eigen hoogste aanklager.

De Duitse geheime diensten zullen het proces tegen Becker met spanning volgen. Misschien zitten ze wel in de zaal? Nee, niet die twee jonge punkmeisjes, die de klassieke links-radicale mening zijn toegedaan dat het hier een „politiek proces” betreft. Ook niet de ijverig in hun blocnote krabbelende dames en heren, want die zijn duidelijk van de schrijvende pers.

Maar wie is toch die stille man met die regenjas achterin de zaal?

Procureur-generaal Siegfried Buback werd op 7 april 1977 in Karlsruhe in zijn auto doodgeschoten. Ook zijn begeleiders kwamen daarbij om. (FOTO AFP ) Beeld AFP
Procureur-generaal Siegfried Buback werd op 7 april 1977 in Karlsruhe in zijn auto doodgeschoten. Ook zijn begeleiders kwamen daarbij om. (FOTO AFP )Beeld AFP
RAF-terroriste Becker in de jaren zeventig. Procureur-generaal Siegfried Buback in 1976. (Trouw) Beeld EPA
RAF-terroriste Becker in de jaren zeventig. Procureur-generaal Siegfried Buback in 1976. (Trouw)Beeld EPA
Becker anno 2010. (FOTO'S EPA/AFP) Beeld AFP
Becker anno 2010. (FOTO'S EPA/AFP)Beeld AFP
Procureur-generaal Siegfried Buback werd op 7 april 1977 in Karlsruhe in zijn auto doodgeschoten. Ook zijn begeleiders kwamen daarbij om. (FOTO AFP ) Beeld
Procureur-generaal Siegfried Buback werd op 7 april 1977 in Karlsruhe in zijn auto doodgeschoten. Ook zijn begeleiders kwamen daarbij om. (FOTO AFP )
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden