Verdwijnt de Nederlandse taal in Brussel? ‘Het vak Nederlands wordt gehaat’

Ook in schrift blijkt het Nederlands een lastige taal voor de Brusselaars. Beeld Hollandse Hoogte / Gerhard van Roon

In tweetalig Brussel holt de kennis van het Nederlands achteruit. Bijna driekwart van de ambtenaren spreekt de taal niet of nauwelijks, op Franstalige opleidingen is het een verplicht vak, maar wordt het gehaat.

Goeiedagbonjour!’, zegt de cassière van de Hema in het centrum van Brussel geroutineerd tegen haar volgende klant. Die steekt van wal in het Nederlands, maar al snel blijkt dat het kassameisje de taal niet machtig is. Ze begrijpt de klant wel, maar antwoordt in het Frans.

Woordenschat

Haar collega bij zeepwinkel Lush doet minder moeite en blijft ook bij een haperende klant stug doorratelen in het Frans. De jongen bij lunchcafé Exki heeft meer doorzettingsvermogen. In zijn beste middelbareschool-Nederlands probeert hij de bestelling op te nemen. “Met… melk?”, peilt hij zijn woordenschat. “En sau-zuiker?”

Op veel plaatsen in Brussel is ‘goeiedagbonjour’ de standaard begroeting. Maar het impliceert lang niet altijd dat je er ook daadwerkelijk terechtkunt in het Nederlands.

Nederlandstalige Brusselaars (5,6 procent van de bevolking) zijn het wel gewend. Negen op de tien schakelt in winkels en aan loketten automatisch over op het Frans, blijkt uit de nieuwste Taalbarometer van het Brussels informatie-, documentatie- en onderzoekscentrum (BRIO). Een kleine twintig jaar geleden – toen de meting voor het eerst werd gehouden – deed amper veertig procent dat, zegt Rudi Janssens van de Vrije Universiteit Brussel.

Meertalig

“De jongere generaties Nederlandstaligen in Brussel hebben er minder moeite mee om andere talen te spreken”, zegt hij. Zij zijn hoger opgeleid, vaker meertalig (in 10 procent van de Brusselse gezinnen spreekt men Frans én Nederlands) en ze kiezen voor gemak: de ervaring leert dat wie aan de balie bij de politie, gemeente of in het ziekenhuis op Frans overschakelt vaak sneller aan de beurt is of een vlotter gesprek voert.

Officieel is de Belgische hoofdstad tweetalig. Dat betekent onder meer dat tijdens politiepatrouilles minimaal één agent naast Frans ook het Nederlands machtig moet zijn. Ambtenaren aan het gemeenteloket moeten een taalexamen doen om een vast contract te krijgen. Maar de praktijk is anders, zegt Janssens. “In 2002 voldeed nog 36,2 procent van het gemeentepersoneel aan de taalwetgeving, vorig jaar was dat 27 procent.” Kortom: bijna driekwart van de ambtenaren spreekt geen of beperkt Nederlands.

Ook in de rest van Brussel (1,2 miljoen inwoners) holt de kennis van het Nederlands achteruit. In 2001 sprak een op de drie inwoners van de Belgische hoofdstad naar eigen zeggen goed of uitstekend Nederlands, nu is dat nog amper 1 op de 6. Onder jongeren tot dertig jaar is de situatie nog dramatischer: van hen beheerst maar 7,8 procent het Nederlands goed.

Verplicht vak

Opvallend, omdat leerlingen op Franstalige scholen in Brussel verplicht Nederlands krijgen. Vier uur per week voor havo en vwo, twee uur voor vmbo’ers. Op papier, tenminste. In de praktijk is dat vanwege een tekort aan leraren lang niet altijd het geval.

“Toen ik vorig jaar op deze school kwam werken hadden mijn leerlingen een à twee jaar geen Nederlands gehad”, zegt lerares Karen Delvoye van Institut Notre-Dame. Dat de kennis van het Nederlands in Brussel daalt, verbaast haar niet. “Mijn leerlingen horen geen Nederlands om zich heen. Daarom is het moeilijk voor ze om het nut ervan in te zien. Pas als ik ze meeneem op excursie naar Gent begint het te dagen: er zijn echt mensen die Nederlands spreken, het is geen dode taal.”

Davy Casteleyn heeft negatievere ervaringen. Tot afgelopen zomer gaf hij Nederlands op een Franstalig Atheneum in Brussel. “Het vak wordt echt gehaat, ik kan het niet anders omschrijven.” Het niveau van de leerlingen noemt hij ‘belabberd’. “Wanneer ze achttien jaar zijn kunnen ze zich amper voorstellen. Eigenlijk kunnen ze zich amper verstaanbaar maken. Dat was ook niet echt goed voor mijn zelfvertrouwen als leerkracht.”

Leerlingen hebben vaak een negatief beeld van Vlamingen, merkte Casteleyn. Er waren zelfs leerlingen die bang waren om goede cijfers te halen voor het vak, omdat ze dan uitgelachen zouden worden. Ook zijn Franstalige collega’s staken niet onder stoelen of banken dat zij het vak als scholier haatten. “Verder waren ze best aardig.”

Migranten

Dat veel van haar leerlingen van buitenlandse komaf zijn, maakt het nog ingewikkelder om ze het Nederlands te onderwijzen, zegt Karen Delvoye. “Ze spreken thuis Arabisch of Portugees, op school is de voertaal Frans en dan moeten ze bij mij ook nog Nederlands leren. Ze vinden het vak stom en moeilijk. Voor veel van mijn leerlingen geldt dat ze niet één taal echt goed beheersen. Mijn collega’s klagen ook over de gebrekkige beheersing van het Frans.”

Toch zijn het juist migranten die de neergang van het Nederlands in Brussel afremmen, zegt onderzoeker Janssens. Zo stuurt de helft van de migranten zijn kinderen naar het Nederlandstalig onderwijs omdat het de naam heeft beter te zijn dan Franstalige scholen. Ook volgen migranten vaker dan hun autochtone stadsgenoten Nederlandse taallessen, in de hoop meer kans te maken op de arbeidsmarkt. Janssens: “Zij spreken de taal niet goed, maar kunnen zich wel redden. Daar zit het groeipotentieel voor het Nederlands. De van oorsprong niet-Nederlandstaligen zullen de toekomst van de taal in Brussel bepalen.”

Gebruik op straat

Ook die ontwikkeling is zichtbaar in de jongste Taalbarometer. Het niveau van het Nederlands daalt weliswaar, maar het gebruik van de taal op straat, op het werk en in winkels stijgt. Dat merken ze ook bij het Brusselse Huis van het Nederlands, zegt Gunther Vanneste. Je zou het niet altijd zeggen, gezien bovenstaande ervaringen in het winkelhart van Brussel, maar winkelketens vinden het belangrijk dat hun personeel klanten ook op basisniveau in het Nederlands te woord kan staan. “Toen onlangs een nieuw winkelcentrum in het noorden van Brussel werd geopend, kregen werknemers van álle winkels een training Nederlands.”

Die positieve ontwikkelingen zijn best opvallend in tijden van politieke polarisering tussen Vlamingen en Walen, vindt onderzoeker Janssens. Uit zijn onderzoek blijkt namelijk dat het begrip ‘Nederlandstalige’ voor 30 procent van de Franstalige Brusselaars een negatieve connotatie heeft. Tien jaar geleden was dat maar drie procent. Volgens sommigen heeft dat te maken met het succes van de Vlaams-nationalistische N-VA in de politiek. Janssens: “In het licht van die politieke polarisatie kun je dat ‘goeiedagbonjour’ in winkels ook zien als teken van goede wil. Die was er vroeger minder.”

Lees ook: 

Aan het eind van deze eeuw is het aantal talen op de wereld gehalveerd

Hoe komt het dat de ene na de andere taal verdwijnt? En hoe erg is dat?

Spitten naar de wortels van de Nederlandse taal

Nederland, wat is dat eigenlijk? Flip van Doorn reisde kriskras door het land op zoek naar de oorsprong van taal, grenzen en tradities.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden