Verdwijnend Burma

Burma opent zich. Het land verandert in razend tempo. Aan het Inle Lake zorgen vissers voor beelden die ver teruggaan in de tijd.

Zu Zu loopt kaarsrecht voor ons uit over het smalle pad naar het hooggelegen bergdorpje. Zonder zichtbare inspanning sjouwt ze enkele tassen mee naar boven. Die zijn gevuld met schooluniformen voor een lager schooltje. En eten. Veel eten. Hoewel ze zelf als serveerster omgerekend 70 euro per maand verdient, zetten zij en haar oom geld opzij om dit schooltje te steunen.

Onze donatie is door haar omgezet in snacks - lekkers dat ze normaal nooit krijgen. Haar oom, en wij ook, hadden liever papier en pennen gegeven, maar Zu Zu lachte dat voorstel weg. Zij is ervan overtuigd dat haar idee veel beter in de smaak zal vallen bij de kinderen. Haar verende tred onderstreept haar besluit.

Wij kwamen Zu Zu tegen in Nyaungshwe, een levendig stadje vlakbij het Inle Lake. Dit meer heet één van de toeristische hoogtepunten van Burma (of Myanmar, zoals het in 1989 door het militaire regime is gedoopt) te zijn en eerlijk gezegd: dat is ook zo. Wij reizen op eigen houtje door Burma en blijven hier uiteindelijk negen dagen. Het hadden met gemak twee weken meer kunnen zijn.

Na een halve eeuw militaire onderdrukking bevindt het ooit zo hermitisch gesloten Burma zich sinds de 'burgerverkiezingen' twee jaar geleden in een stroomversnelling die zijn weerga niet kent. Er is een hervormingsgezinde, gekozen president en buitenlandse investeerders mogen een meerderheidsaandeel in bedrijven hebben - wat de Deense brouwer Carlsberg meteen aanzette tot een investering van 50 miljoen euro in het land. Het samenscholingsverbod is begin dit jaar opgeheven, de pers kreeg meer vrijheid, Aung San Suu Kyi mag ongehinderd het land uit en, belangrijker, weer in.

Ook het toerisme groeit in deze stroomversnelling: vorig jaar bezochten 1 miljoen toeristen Burma.

Wat maakt het Inle Lake zo uniek voor toeristen? Het tachtig kilometer lange meer ligt op een prettige hoogte (900 meter), waardoor het in januari overdag aangenaam weer is en de avonden koel zijn. Zelfs zo koel dat wij in ons hotel worden voorzien van warmwaterkruikjes. Het meer is omringd door bergen en een vruchtbare vallei met rijstvelden, suikerrietplantages en zelfs wijngaarden. De akkers worden bewerkt door ossen die met een trage stap een houten ploeg voorttrekken. Het levert beelden op die ver in de tijd teruggaan.

Bijzonder zijn de vissers. Niet voor niets siert een visser van dit meer de cover van de nieuwste editie van de 'Lonely Planet'. Het zijn ware evenwichtskunstenaars, ontdekken we tijdens een tochtje over het meer.

Ze staan op de voorplecht van hun prauw, bijna in het water, waarbij ze met één hand en één been hun roeispaan omklemmen en roeien. Voor het vissen gebruiken ze een meer dan twee meter hoge conisch gevormde visserskorf.

Hun bijzondere manier van voortbewegen gaat eeuwen terug, maar staat op het punt overgenomen te worden door lawaaiige Chinese buitenboordmotoren.

Zelf maken we ook lawaai. Onze bootsman zet op ons verzoek zijn moter uit, en zo dobberen we op het water, bij de vissers. Eentje slaat met veel kracht zijn roeispaan op het water en drukt vervolgens snel zijn korf in het ondiepe water. Hij houdt met zijn voet de korf onder water en pakt een spies waarmee hij haastig door het midden van de korf in het water prikt, in de hoop een vis te vangen. Een techniek die in de genen van deze vissers zit opgesloten en fascinerend is om naar te kijken. Maar voor hoelang nog? Onze ogen speuren het meer af. We ontdekken dat het aantal vissers met deze korven al ver in de minderheid is. Onze bootsman bevestigt het vermoeden dat hij zijn beroep als visser heeft ingeruild om toeristen rond te varen.

Zijn boot komt uit het grotendeels voor toeristen verborgen, idyllische vissersdorpje Maing Thauk aan de oostkant van het Inle Lake. Ongeveer een uur fietsen vanaf Nyaungshwe. De huizen van het dorpje zijn op hoge palen in het water gebouwd, met outhouses die nu nog probleemloos in het meer lozen. Er is nog geen stromend water. Aan het einde van de 500 meter lange toegangsbrug is één waterkraantje. Het water is afkomstig van het klooster dat op het land is gevestigd. Prauwen peddelen beurtelings naar het kraantje om gele plastic jerrycans te vullen. Een elektriciteitsaansluiting wordt dit voorjaar verwacht en zal ongetwijfeld het einde inluiden van een eeuwenlange stilte. Nu ademt het idyllische dorpje de sfeer van Venetië rond het jaar 800.

De eigenares van het pas geopende Shwe Yee Win restaurant, die uitstekend Engels spreekt, regelt voor ons een prauw om door het verstilde dorpje te glijden. Haar vader, met een brede grijns op zijn gezicht door deze onverwachte westerse buit, peddelt ons rond. Zachtjes, geluidloos glijden we langs de huizen op palen. De wanden zijn gemaakt van bamboematten. De huizen worden gedragen door vaak heel iele bamboestammetjes. We vangen een glimp op van een verdwijnende wereld want de honger naar vooruitgang is hier groot - en begrijpelijk. Maar nu is de rust nog tastbaar. Enkele vrouwen knielen op een vlondertje en doen de was of wassen zichzelf. Een paar vissers repareren hun netten. Iedereen wuift ons vrolijk toe.

De bootsman introduceert ons bij een tomatenhandelaar die zijn tomaten verbouwt op een pinknageltje grond . Trots nodigt de man ons in zijn woning. We klimmen achter hem aan over een brede trap van bamboestokken. De weinige Burmese woorden die we kennen, worden door hem en zijn familie met veel enthousiasme ontvangen. Voor de rest verzorgen onze handen de communicatie. Tussen de spleten in de gevaarlijk verende bamboevloer glinstert het water. Met muizenstapjes lopen we over de bamboestammetjes en hopen vurig dat ze bestand zijn tegen ons gewicht .

Zijn moeder roostert rijstkoeken op een open vuurtje en biedt ons er glimlachend eentje aan, als ze onze rode konen en ons gestuntel op haar vloer bestudeert. Haar tanden zijn rood en voor een groot deel verdwenen door het kauwen op betelnoten. Ze heeft haar gezicht ingesmeerd met tanaka, een gele substantie afkomstig van de schors van de tanakaboom. Een gebruik dat al eeuwenlang de gezichten van (vooral) vrouwen en kleine kinderen siert.

Haar zoon neemt ons mee naar het slaapvertrek. Een zwak licht filtert de ruimte. Onze ogen moeten wennen aan het gebrek aan licht. We ontdekken een viertal bamboematjes op de grond waarboven klamboes van dicht gewoven lakens hangen. De man telt op zijn vingers het aantal personen dat over de vier lakenkooitjes is verdeeld. Zeven personen. Wij vragen naar de bekende weg. Of hij last heeft van malariamuggen? Burma neemt nu eenmaal van Zuidoost- Azië 20 procent van alle malariagevallen voor zijn rekening. De man knikt. De malariamuggen zijn nog niet verdwenen.

Burma op eigen houtje
wanneer en hoe?
De beste reistijd is na afloop van het regenseizoen, van november tot en met februari; hoewel Yangon in februari al onaangenaam warm kan zijn.

Burma is een veilig land als u zich houdt aan de toegestane routes; een groep of een gids is niet noodzakelijk. Zonder groep of gids komt u sneller in contact met de bevolking. Er is wel enig doorzettingsvermogen nodig voor het zelf organiseren van de reis. Via internet en skype zijn veel hotels vooraf te boeken, wat raadzaam is omdat het aantal accommodaties beperkt is. Wie ter plekke iets wil regelen, is vaak veel tijd kwijt. Ook zijn de hotelprijzen hoog.

Niet alle delen van het land zijn vrij toegankelijk, daarom maakt vrijwel elke toerist het rondje langs de plaatsen Yangon-Bagan-Mandalay-Inle Lake. Het transport van en naar die plaatsen is eenvoudig ter plekke zelf te organiseren. Zo bestaat er intensief (lees: concurrerend) binnenlands vliegverkeer tussen deze plaatsen, maar rijden er ook bussen en treinen. Daarnaast zijn (gedeelde) taxi's een goede mogelijkheid om door het land te reizen. In Yangon is één op de twee auto's een taxi, met bijbehorende lage tarieven.

Sinds vier jaar bestaat er een gloednieuwe vierbaansweg tussen Yangon en Mandalay. Er rijden nog vrijwel geen auto's, wel enkele ossenkarren, fietsen en brommers.

In Bagan en Inle Lake kunt u veel plezier beleven aan het huren van een fiets, en als u moed heeft een brommer (lichte motorfiets) in Mandalay.

Internationale vluchten komen aan in Yangon (Rangoon), tot 2005 de hoofdstad van Burma en met bijna

2,5 miljoen inwoners de grootste stad. Alleen vluchten uit China komen aan in Mandalay. Er zijn nog geen directe vluchten naar Yangon. Voor de binnenlandse vluchten zijn meerdere aanbieders. Wij hebben van te voren enkele binnenlandse vluchten laten boeken via ons guesthouse in Yangon, maar ter plaatse is het ook prima te regelen.

Nederland staat nog op de wachtlijst voor een VOA: Visa On Arrival. U kunt momenteel onder andere via het CIBT in Den Haag uw visum laten regelen en het desgewenst aangetekend laten opsturen (www.visum.nl).

Met uitzondering van de hotelketen Aureum (via Paypal) kunt u geen geld overmaken naar uw accommodatie. In het land zelf worden credit cards en traveller checks nog niet of nauwelijks geaccepteerd. Resteert dus voldoende baar geld mee te nemen. Dollars of euro's. Alleen gloednieuwe biljetten (zonder enige beschadiging!) worden geaccepteerd. Op het vliegveld van Yangon kunt u tegen gunstige koersen geld wisselen (ook al zegt de 'Lonely Planet' van niet) en hoeft u niet op zoek naar een zwarte markthandelaar in de Bogyoke markt in Yangon. De munteenheid is de Kyat (spreek uit Shet).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden