Verdwijnen van soorten is juist de grootste ramp

Filosoof Bas Haring vindt het niet erg als veel plant- en diersoorten uitsterven. Kent hij het laatste nummer van Nature wel?

Als rechtgeaarde 'volksfilosoof' gooit Bas Haring graag nu en dan een knuppel in het hoenderhok. Dit keer beweert hij dat het verdwijnen van plant- en diersoorten niet zo'n ramp is (Trouw, 9 november). De helft van de biodiversiteit zal vroeg of laat toch door menselijk toedoen verdwijnen. Het geloof in soorten is een 'bedenksel'.

Dat we ons geen zorgen hoeven te maken, wordt echter krachtig weersproken door wetenschappers. In Nature ('A safe operating space for humanity') schreven dertig vooraanstaande ecologen en milieuwetenschappers dat dat verlies van biodiversiteit juist de meest verontrustende trend is op milieugebied. Onder hen waren Paul Crutzen (de Nederlandse Nobelprijswinnaar scheikunde) en Martin Scheffer (winnaar van een Spinozapremie, de hoogste Nederlandse wetenschapsonderscheiding). Zij noemen verlies van biodiversiteit nog onrustbarender dan de klimaatverandering.

Het uitsterven van soorten is weliswaar een natuurlijk proces, maar het huidige tempo is ongehoord en wordt geschat op 100 tot 1000 keer hoger dan wat als normaal of natuurlijk beschouwd moet worden. Dit tempo kan volgens de auteurs niet worden volgehouden zonder dat de veerkracht van ecosystemen ernstig wordt aangetast.

Volgens de zogenaamde 'verzekeringshypothese' is een systeem veerkrachtiger naarmate het meer soorten met eenzelfde functie (bijvoorbeeld bestuiving) telt. Soorten die op het eerste gezicht overbodig lijken omdat ze in een systeem eenzelfde rol hebben, blijken bij nader inzien juist heel erg nodig omdat ze verschillend op veranderingen en verstoringen reageren.

Maar soorten dienen niet alleen maar voor uitsterven behoed te worden omdat ze een verzekering zijn tegen het risico van systeembedreigende verstoringen. Er zijn ook morele redenen om soorten te sparen.

Haring bestrijdt ook 'het adagium dat dieren en planten intrinsieke waarde hebben'. 'Als een aap die waarde heeft, waarom heeft mijn iPhone die dan ook niet?'

Hij gaat er volstrekt aan voorbij dat er wel degelijk grote verschillen bestaan tussen dingen en dieren, verschillen die er ethisch toe doen. De waarde van een telefoon schuilt primair in zijn bruikbaarheid - filosofen zeggen dat we zo'n ding vooral instrumenteel waarderen: omwille van wat wij eraan hebben, en niet omwille van wat het in zichzelf is. Misschien dat Haring zo gehecht is geraakt aan zijn telefoon dat hij ervan houdt en ervoor zorgt, maar waarschijnlijker is dat hij het ding moeiteloos zal inruilen zodra het stuk gaat of er een nieuwere versie in de winkels ligt. Voor dieren en planten ligt dat wezenlijk anders; die hebben een eigen leven, kunnen verkommeren of floreren.

Het menselijk bestaan op deze planeet zou een stuk armoediger en eenzamer zijn wanneer mensen alleen nog maar zouden worden omringd door soortgenoten en door zaken die ze zelf hebben gemaakt. Andere soorten verrijken ons bestaan, bijvoorbeeld omdat ze een geheel eigen perspectief op de wereld innemen, en mensen confronteren met een blik van buiten, een spiegel voorhouden, inspireren, fascineren, of met angst vervullen. Ze geven betekenis aan de wereld. Hun waarde hangt niet af van de vraag of ene Bas Haring ze wel of niet zal missen.

Als Haring suggereert dat alleen dát waardevol en beschermwaardig is wat nuttig is voor de mens, en dat alle waarde dus uiteindelijk slechts om mensen draait, lijkt dat misschien kritisch en tegendraads, maar het getuigt van een achteloze manier van denken. Precies de achteloze manier die ten grondslag ligt aan veel ecologische problemen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden