Verdronken dorpen spreken tot de verbeelding, ook 600 jaar na de eerste St. Elisabethsvloed.

Volgens Zeeuwse vissers kun je de kerkklokken van Reimerswaal in de Oosterschelde horen luiden en de gouden daken van de verdronken stad zien schitteren. In Zeeuws-Vlaanderen gaat de legende dat de ondergang van het dorp Namen (in het Verdronken land van Saeftinghe) ooit is aangezegd door een haring die in een waterput zwom. En in verhalen over stormvloeden is geregeld melding gemaakt van wonderen, zoals gevangen zeemeerminnen en een wiegje dat met baby en al op het water dreef.

Verdronken dorpen hebben altijd tot de verbeelding gesproken. En dat doen ze nog steeds, moeten Robert van Dierendonck en Jan Kuipers toegeven. Beide Zeeuwen zijn gegrepen door het fenomeen, dat zij het belangrijkste archeologische 'exportartikel' van hun provincie noemen. Zeker op een dag als vandaag, waarop zes eeuwen geleden de eerste St. Elisabethsvloed over het zuidwesten van ons land raasde. Of waarop in 1421 het Deltagebied getroffen werd door een tweede St. Elisabethvloed, waaruit de Biesbosch is ontstaan.

,,Het feit dat er niets meer van sommige dorpen is overgebleven of dat verdronken dorpen zelfs niet eens op een kaart terug te vinden zijn, is een fascinerend gegeven”, zegt Kuipers. De historicus is documentalist bij de stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ) en publiceerde talloze boeken over de natte kant van Zeeland. Hij heeft een archief en een database aangelegd van verdronken dorpen. Van maar liefst 117 kerkdorpen en steden, die door het water van de kaart zijn gespoeld (de meeste in 1530 op Sint Felix quade saterdach, 5 november), is informatie verzameld. Soms gaat het om heel summiere gegevens en soms is het dorp niet eens meer te lokaliseren. Van 45 plaatsen zijn archeologische resten aangetroffen, meestal bij toeval blootgelegd bij graafwerkzaamheden en attent gemeld door een amateurarcheoloog of kraanmachinist. In 23 gevallen waren de vondsten zo interessant dat de locatie op de Archeologische Monumenten Kaart van Zeeland werd geplaatst.

Slechts één verdronken dorp is aangewezen als beschermd archeologisch monument: het Zuid-Bevelandse Valkenisse, dat in 1682 door z'n laatste bewoners werd verlaten. Het 'vlaggenschip' van de verdronken dorpen wordt wettelijk en fysiek beschermd, sinds het in 1990 te voorschijn kwam onder een dikke laag slib en er geregeld schatgravers werden gesignaleerd. Wie nu nog het lef heeft om er met een metaaldetector rond te scharrelen, kan op een stevige bekeuring rekenen. Er zijn inmiddels twee strek2dammen (kribben) aangelegd, die de eroderende stroming veel verder uit de kust houden. Het bijkomende effect is dat de resten van het dorp verdwenen zijn onder een verse laag modder.

Valkenisse sluimert weer in het slik, nadat er tien jaar lang intensief onderzoek is gedaan. Het is een unicum in Nederland, zegt provinciaal archeoloog Van Dierendonck, die ook werkzaam is bij de SCEZ. Terwijl er elders in het land nog genoeg andere verdronken dorpen zijn (Biesbosch, Dollard), is alleen Valkenisse uitvoerig onderzocht. ,,Het duidt er ook op dat er bij historici weinig belangstelling is voor verdronken dorpen. Er zijn weinig gegevens van en de archieven zijn nog slecht ontsloten. Pas de laatste tien jaar is er werkelijke interesse, sinds het blootspoelen van Valkenisse. Dankzij de recente Malta-wetgeving - wie een substantiële archeologische vindplaats verstoort, moet onderzoek betalen - komen verdronken dorpen bij archeologen in beeld.”

Bij gewone stervelingen bestaat die belangstelling al langer. Die liepen volgens Van Dierendonck en Kuipers al jaren rond in de buitendijkse gebieden en verzamelden veel voorwerpen én kennis. ,,Gelukkig zijn het niet allemaal schatgravers, die hun vondsten hebben verkocht waardoor we de historische informatie nooit meer kunnen achterhalen. Een groot aantal amateuronderzoekers wil hun kennis met ons delen en is bereid hun vondsten te laten zien. Wij zijn nu ook zelf actief bezig deze vinders te benaderen. Dat doen we niet om hun materiaal af te pakken, hoewel het strafbaar is te graven en vondsten niet aan te melden. Wij willen alleen meer weten van nederzettingen die niet meer bestaan.”

Verdronken dorpen zijn tijdcapsules, zegt Kuipers. ,,Ze zitten volgepakt met informatie over leven en werken in voorbij eeuwen. Ze zijn uniek omdat het leven er op een bepaald tijdstip tot stilstand is gekomen. Weliswaar is die tijdcapsule niet ongeschonden, maar ze geeft toch een beeld van de situatie in een Zeeuws dorp gedurende een groot aantal eeuwen.”

Eigenlijk hadden ze vandaag een symposium over de St. Elisabethsvloed van 1404 willen organiseren - ,,Dat waren orkanen zoals je laatst in Florida zag”, zegt Kuipers -, maar het archeologenleger van Nederland houdt juist deze dag zijn jaarlijkse toogdag. De vraag of de watersnood een natuurramp was of een kwestie van menselijk falen is nu een week opgeschoven. Het symposium maakt deel uit van een compleet project over verdronken dorpen, waarbij ook amateurs en schoolkinderen worden betrokken, een tentoonstelling is ingericht, een prachtig boek is verschenen en over een jaar een monument voor verdronken dorpen zal verrijzen. Hoe dat er uit zal zien, is nog de vraag. Was er tot voor kort weinig belangstelling voor het onderwerp, nu wil elke Zeeuwse gemeente dat monument wel op haar grondgebied hebben. Als het tenminste geen website wordt met heel veel informatie die door Van Dierendonck en Kuipers is geordend. Want kun je verdronken land niet het beste verbeelden met een virtueel monument?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden