Verdrongen herinnering

’Er zit je iets dwars, maar je hebt het vast verdrongen.’ In drinknachten rond 1970 werd het me voorgehouden, bij het doorlichten van mijn karakterologische minpunten. Na een paar bier kwam de psychoanalyticus in ons los. En als die iets diepzinnigs over iemand naar voren bracht, moest verdringing er in elk geval bij zitten.

Zo’n goedbedoeld inzicht kreeg je in vroegere eeuwen niet aangereikt. Voor 1800 bestond het begrip ’verdrongen herinnering’ niet, beweren psychiaters in Psychological Medicine (2007, vol. 37). In geschriften van vóór die tijd komen ze er geen voorbeeld van tegen.

We gaan hier niet de geloofsstrijd over het al dan niet bestaan van klassieke verdringing beslechten. Beide kampen verstaan elkaars argumenten niet. Therapeuten wijzen op de enorme huiver bij kinderen om ervaringen van seksueel misbruik prijs te geven. Anderen ontkennen die blokkade niet maar betwijfelen of de luiken van het geheugen bij zo’n kind echt dicht zitten. Kun je traumatische gebeurtenissen zo verbannen? Tien jaar geleden betoogden experimenteel psychologen dat er niet één gedocumenteerd geval is van een Vietnam- veteraan die niet meer weet dat hij daar heeft gevochten of van een overlevende van een nazi-kamp die niet meer weet dat hij er is geweest.

Intense ervaringen zijn juist opdringerig. Kijk niet naar livebeelden van een onthoofding, want probeer ze maar weer kwijt te raken. Daarbij toonde psycholoog Daniel Wegner aan dat het opzettelijk wegduwen van gedachten, averechts werkt. Zelfs als het onschuldige beelden betreft, zoals van een groene zwaan: juist als je er niet aan mág denken, zwemt ze langs.

In nieuwe psychologieboeken kom je het begrip ’verdringing’ nog maar schaars tegen. Het sneuvelde in de jaren negentig, in wat ’de geheugenoorlog’ wordt genoemd. Bij discussies rond hervonden herinneringen van seksueel misbruik werd ons geheugen ontmaskerd als een fantast. Dat maakt de ervaring van seksueel misbruik niet minder erg, maar de herinneringen eraan bleken niet altijd even betrouwbaar, en soms zelfs aangepraat.

Sindsdien zijn psychologen voorzichtig, maar de volksmond mag het begrip ’verdringing’ nog graag gebruiken. Was het dan maar een modeconcept, door Freud in volle glans neergezet? Volgens psychiaters uit Boston wel, zij geven het begrip een nieuw zetje richting afgrond: het verschijnsel bestond voor 1800 zelfs niet.

Ten bewijze daagden ze de wetenschappelijke goegemeente uit om in de literatuur één voorbeeld van voor 1800 aan te wijzen dat duidelijk verwijst naar een verdrongen trauma. Beloning 1000 dollar. De oproep verscheen op tientallen websites, in het Engels, Duits en Frans. Zelf vonden de psychiaters alleen voorbeelden van na 1800, onder meer bij Charles Dickens. Hun eisen zijn streng: het moet een traumatische ervaring betreffen die niet door ordinaire vergeetachtigheid achter de coulissen is verdwenen. De herinnering moet aantoonbaar gevangen zitten.

Ruim honderd wetenschappers dachten de dollars op te strijken, maar geen van hun voorbeelden deugde. Er worden gevallen beschreven van opmerkelijke amnesie, maar vaak betreft het mensen met hersentrauma’s of patiënten met epilepsie. De psychiaters houden hun geld voorlopig op zak, en concluderen dat klassieke verdringing een recente uitvinding is.

Voorbeelden van andere psychologische verschijnselen, zoals hallucinaties, depressies, dementie en waanideeën, zijn door de eeuwen heen wél beschreven, in fictie en non-fictie. Waarom verdrongen ervaringen niet?

Natuurlijk rekenen de psychiaters op hevige verontwaardiging en daarom lopen ze de tegenargumenten zelf vast af. A) Niet goed gezocht. Onzin, er zijn vele zoeksites op internet met tientallen miljoenen pagina’s literatuur uit de 18de eeuw. B) Men kende het begrip niet, dus beschreef men het niet. Maar waarom vind je in de literatuur dan wel waandenkbeelden en hallucinaties, die evenmin werden begrepen? C) Verdringen van ervaringen hebben onze hersenen pas na 1800 geleerd. Ongeloofwaardig, zeker omdat het een onvrijwillig breinmechanisme heet te zijn. D) Vroeger waren we beter bestand tegen trauma’s. Absurd!

Natuurlijk kunnen we herinneringen kwijtraken, door een dreun op ons hoofd. Maar niet door een etherische cipier die trauma’s achter slot en grendel doet omdat ze ondraaglijk zijn. In die zin is verdringing een pseudoverschijnsel, een culturele uitvinding, menen de psychiaters. Nou bedankt, reageren therapeuten: noem de poging van kinderen om de angst en vernedering uit hun gedachten te bannen maar pseudo. Vind je het gek dat je die kinderdrama’s niet in de literatuur vindt? En dan zijn we weer terug bij de vraag of bij die kinderen het geheugen echt op slot zit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden