Verdrietig met toch nog hoop

Leden van de ChristenUnie in feestelijker tijden, met links André Rouvoet, helemaal rechts Arie Slob (FOTO: EVELYNE JACQ) Beeld Evelyne Jacq

Enthousiast en met gepaste trots trad de ChristenUnie drie jaar geleden toe tot het kabinet. Orthodoxe christenen hadden weer een plaats in de samenleving, vond de partij. Nu ziet het er somberder uit. Maar de voormannen Rouvoet en Slob zien nog kansen na de ’ramp’.

Diep teleurgesteld zijn ChristenUnie-politici in de PvdA. In het licht van de economische crisis en de voorspelde winst van de PVV, ervaren ze de val van het kabinet-Balkenende IV als een ramp. Voor het land in de eerste plaats, in de tweede plaats voor de ChristenUnie zelf. Want wat zal de toekomst voor de partij brengen?

Achtergelaten dossiers van PvdA'ers

De drie bewindslieden van de ChristenUnie slikken hun teleurstelling en zijn bedolven onder de dossiers die de PvdA’ers hebben achter gelaten. André Rouvoet heeft naast zijn vice-premierschap en ministerschap van jeugd en gezin een flink pakket onderwijs erbij gekregen. Minister van defensie Eimert van Middelkoop doet het ministerie van wonen, wijken en integratie erbij. Tineke Huizinga is gepromoveerd van staatssecretaris verkeer en waterstaat tot minister van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu.

De ex-collega’s van de PvdA voeren inmiddels volop campagne en zijn van de tv-schermen niet af te slaan, terwijl CDA en CU-bewindslieden hun werk moeten zien te combineren met campagnebezoeken. PvdA’ers kunnen voluit gaan, maar CDA en CU blijven gebonden aan de eenheid van regeringsbeleid.

'Niet weglopen voor verantwooordelijkheid'

Toch denkt Rouvoet dat de partij zich kan profileren door in het kabinet te blijven zitten. ,,Wij lopen niet weg voor onze verantwoordelijk nu de PvdA het kabinet heeft laten vallen. Dat is zeer te betreuren, maar er moet toch bestuurd worden. Weglopen, dat doen we niet, ook al is het verkiezingstijd. Wat dit betreft zijn we echt een bestuurderspartij geworden. Loodzwaar wordt het wel.’’

Arie Slob, de fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Tweede Kamer, heeft zich na wikken en wegen herkiesbaar gesteld voor de Tweede Kamer. ,,Ik vind de val van het kabinet echt een ongelooflijk drama. Wij zijn er ook niet in geslaagd dit te voorkomen, dat kun je ons ook aanrekenen. Drie jaar lang hebben we goed met elkaar samengewerkt. Daarover hadden we niks te klagen, ook niet met het CDA. Dus zo’n uiteenvallen van de coalitie is ook afscheid nemen van elkaar.’’

Het begin in Beetsterzwaag

Hoe anders was de situatie drie jaar geleden, toen André Rouvoet en Arie Slob samen met de collega’s van CDA en PvdA elkaar in het verre, Friese Beetsterzwaag hadden gevonden. Deze coalitie zou het antwoord worden op de polarisatie die ontstond ten tijde van de eerste twee kabinetten Balkenende als gevolg van de moord op Pim Fortuyn in 2002. Het parool luidde: we gaan het samen doen mét de samenleving. Nieuw elan hing in de lucht, al bleek in het uiteindelijke dikke regeerakkoord de eeuwige rivaliteit en wantrouwen tussen CDA en PvdA al weer ingebakken.

Voor de ChristenUnie in het bijzonder betekende het akkoord van februari 2006 een voorlopige einde van de mars uit de marge van de samenleving naar het centrum van de macht, in de jaren negentig ingezet onder leiding van de orthodox-gereformeerde vernieuwer André Rouvoet. Waar de voorgangers GPV en RPF opereerden als orthodoxe christelijke oppositiepartijtjes in de schaduw van de altijd tot compromissen geneigde CDA, moderniseerde de gefuseerde partij zich tot een bredere, beginselvaste, partij op christelijke grondslag, zoals ze dat zelf graag noemen. De partij haalde in 2006 zes zetels binnen en kon daarmee de CDA-PvdA-combi aan een meerderheid helpen.

Christenen telden weer mee

De achterban reageerde bijna euforisch. ,,Vele christenen ervaren onze deelname aan het kabinet als een bevrijding, vertelde Slob destijds in Trouw opgetogen. ,,In de afgelopen decennia voelden veel christenen zich in marge gedrukt. Ik heb mensen horen zeggen dat ze zich een vreemdeling in eigen land voelden. Dat ze hun geloof aan de kapstok moesten hangen als ze naar buiten gingen. Nu is er het gevoel dat ze meetellen.’’

Dat blije gevoel van toen is de bittere teleurstelling van nu. ,,We waren nog niet klaar. Er was nog zoveel te doen,’’ zegt de vice-premier. Net als Balkenende was Rouvoet voor een missionair kabinet in de komende maanden, omdat zo’n kabinet net iets meer kan doen dan een demissionair kabinet. Met dit advies onderstreepte de CU de bereidheid om verantwoordelijkheid te blijven nemen, stelt hij: ,,In de praktijk is er niet veel verschil. We denken alleen dat de bewegingsruimte van een missionair kabinet in de huidige economische crisis net iets groter zou zijn geweest. Stel dat er wat gebeurt rond Griekenland, dan moet je snel kunnen reageren. Uiteindelijk is er gekozen voor een demissionair kabinet. Ik reken op het verantwoordelijkheidsgevoel van de Tweede Kamer.’’

De spruitjeslucht

In het eerste jaar van Balkenende-IV moest het grote publiek wennen aan de ChristenUnie. Vanuit liberale hoek werd vooral gevreesd dat kwesties waar in de paarse jaren negentig voor was geknokt (abortus, euthanasie, koopzondagen en gelijke rechten voor homo’s) teruggedraaid zouden worden. Betutteling en spruitjeslucht, snoven Alexander Pechtold (D66), Mark Rutte (VVD) en Femke Halsema (GroenLinks) uit het coalitieakkoord op.

Dat viel alleszins mee. Zaken die al bij wet geregeld waren, accepteerde de junior regeringspartner als voldongen feiten. De CU bleek wel op de rem te kunnen trappen, zoals in het debatten over koopzondagen, embryo-onderzoek, alcohol- en drugsmisbruik onder jongeren.

,,Het regeerakkoord lag uiteindelijk heel dicht bij ons verkiezingsprogramma. Opvang voor tienermoeders is een serieus alternatief voor abortus geworden, naast adoptie, maar dat kon altijd al. De beschermwaardigheid van het leven is in het beleid opgenomen. Er kwam een generaal pardon voor uitgeprocedeerde asielzoekers. We hebben het (program)ministerie van jeugd en gezin gekregen, een grote wens van ons. Wij kunnen niet ontevreden zijn’’, meent Rouvoet.

Homo's

Lastiger voor de ChristenUnie waren de homo-kwesties, zowel in als buiten de partij. Rouvoet en Slob moesten als vertegenwoordigers van een regeringspartij laveren tussen een sputterende achterban en een argwanende buitenwacht, tussen orthodoxe scholen die op grond van de onderwijsvrijheid de ruimte eisten om homoseksuele leraren te kunnen ontslaan en minister Plasterk (onderwijs) die deze scholen de duimschroeven wilde aandraaien. Symbolisch voor zijn opvatting was dat hij als minister meevoer op een boot in de Amsterdamse gayparade.

Zowel intern als extern werden de hobbels door de ChristenUnie genomen, zij het soms met enig slikken. Wat hielp was de gedachte dat een partij met zes zetels in de Tweede Kamer ook weer niet een al te grote broek moest aantrekken.

Rouvoet: ,,Wij hebben onze verantwoordelijkheid genomen en zijn niet zoals D66 in 2006 uit het kabinet weggelopen. Wij zijn een betrouwbare partner gebleken.’’

In tegenstelling tot het CDA en de PvdA heeft de ChristenUnie van begin af aan met winst in de peilingen gestaan, variërend tussen de zes en negen zetels. Ook na de val van het kabinet noteert de partij een plus. Slob: ,,Dat is een prestatie waar we ons niet voor hoeven te schamen, zeker als je het vergelijkt met D66 die op zwaar verlies stond toen de partij nog in de coalitie zat. Dat was ons ook voorgehouden, maar die voorspelling is niet uitgekomen.’’

Rouvoet: ,,Ik denk dat onze rol in het kabinet goed gezien wordt. De val van het kabinet wordt ons niet kwalijk genomen. Dat zie je terug in de peilingen.’’

De kansen op nieuwe regeringsdeelname

De toekomst als regeringspartij is, ondanks de gunstige peilingen, een stuk ongewisser voor de CU. Een centrum-rechtse of een paarse coalitie, waarbij de CU aanschuift, lijkt niet het meest voor de hand liggend. Dat moet de CU verdrietig stemmen en dat blijkt ook tussen de regels door.

Rouvoet: ,,Tussen CDA en PvdA is iets geknakt. Zo’n coalitie, waaraan wij mee zouden kunnen doen, maakt geen grote kans, als er al sprake zou zijn van een meerderheid in de Kamer. Een centrum-rechts kabinet is wellicht mogelijk, gezien de peilingen, maar de vraag is of dat voldoende solide is om de grote problemen van deze tijd aan te kunnen. Als je de scenario’s laat passeren, word je niet vrolijk. Nederland gaat een heel moeilijke tijd tegemoet. De PvdA mag zich dat aanrekenen.’’

Toch acht Slob de CU niet bij voorbaat kansloos. ,,Bij de komende verkiezingen is alles mogelijk. Het is niet uitgesloten dat om een meerderheid in de Tweede Kamer te krijgen er een coalitie moet worden gevormd door vier partijen. Dan is de kans aanwezig dat de CU daarbij een rol kan spelen. Voor onze verantwoordelijkheid lopen we niet weg’’. Ook Rouvoet vlakt een meebepalende rol voor de CU niet bij voorbaat uit. ,,Laten we eerst maar eens de verkiezingen afwachten.’’

Partijleiders in de Kamer

Terugkijkend naar de afgelopen kabinetsperiode, erkent Rouvoet wel het gelijk van Gert Schutte, oud-voorman van het GPV. Dat de drie partijleiders in het kabinet zitting namen, noemde Schutte destijds een weeffout. Politieke conflicten zouden daardoor in het kabinet worden uitgevochten en niet in de Tweede Kamer, waardoor permanent het gevaar van het uiteenvallen van de regering op de loer zou liggen. In de discussie over de Uruzgan-missie kwam dit potentiële gevaar aan de oppervlakte

,,Idealiter hoort de politiek leider in de Kamer te zitten’’, erkent Rouvoet. ,,Er waren in 2007 zwaarwegende argumenten om van deze lijn af te wijken. De drie leiders gaven daarmee blijk ook persoonlijk te willen investeren in het akkoord. Het uitgangspunt blijft dat de politiek leider in de Kamer hoort.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden