VERDIEPING - Het Rijk vs. de rest

null Beeld

Het Rijk botst met lagere overheden over het bestuursakkoord, waarin taken worden gedecentraliseerd, gekoppeld aan fikse bezuinigingen. Drie belangrijke onderdelen onder de loep: de sociale paragraaf, natuur en de jeugdzorg.

Elke gemeente is 'n laboratorium voor uitvoering sociale wetten

LIDWIEN DOBBER


Het is vaak niet meer dan een bijzin in de betogen van criticasters van het bestuursakkoord. 'Op zich zijn we niet tegen het akkoord, maar...'. En dan volgt, in korte of lange versie, de waarschuwing dat er van het bestuursakkoord niets terechtkomt als het kabinet er een bezuiniging van 1,8 miljard aan blijft vastplakken.

En zo gaat het al wekenlang over niets dan geld en sneeuwt dat bijzinnetje onder. Waarom was het ook al weer een goed idee dat de rijksoverheid alle verschillende regelingen voor mensen in de bijstand, in de sociale werkvoorziening en jonggehandicapten in de Wajong bundelt in de Wet Werken naar Vermogen en gemeentes verantwoordelijk maakt voor de uitvoering?

Hoewel ze woensdag op het VNG-congres tegen het akkoord stemt, kan de Utrechtse wethouder Rinda den Besten haar aanvankelijke enthousiasme voor die wet nog direct oproepen. "De gedachte erachter is mooi. We hebben geknokt voor één regeling, zonder een apart financierinkje voor de wajongers of nog een bepalinkje voor mensen in de sociale werkvoorzienig. Eén regeling voor iedereen is efficiënt, scheelt dubbel werk en geld. De sfeer ervan: help die beschermde groepen uit de sociale werkplaatsen. Stop ze niet weg."

De ruim 400 Nederlandse gemeentes zijn bij uitstek de partij om die ene Wet Werken naar Vermogen uit te voeren, meent niet alleen Den Besten, maar ook René Paas, voorzitter van Divosa, dat de directeuren van de gemeentelijke sociale diensten vertegenwoordigt. "De gemeente kent de mensen, of kan ze makkelijk leren kennen. Vaak hebben mensen meerdere problemen: werkloosheid, verslaving, iets met de kinderen. De thuiszorg hoort iets en weet de weg naar de wijkagent te vinden. Er is basale kennis."

Kennis van de mensen én van de lokale arbeidsmarkt. Paas: "Waar zit de meeste werkgelegenheid? In het midden- en kleinbedrijf. Dat is de werkgever om de hoek. Die doet het liefste zaken met de gemeente."

Den Besten: "De 28 gemeentes in onze regio zijn vorige week bij elkaar geweest, want natuurlijk moeten we ook samenwerken, zodat we werkgevers een samenhangend pakket bieden. Vacatures in het ene deel bijvoorbeeld kunnen worden ingevuld door mensen uit een ander deel."

Laat gemeentes ook leren van elkaar, bepleiten beiden. Paas: "Gemeentes zijn 418 laboratoria, tegelijk op zoek naar de beste methode. Als wat Philips afspreekt met Eindhoven werkt, kan dat een recept zijn voor andere gemeentes." Al blijven die alle autonoom, benadrukt hij.

En precies daar zit de angst van de vakcentrales FNV en CNV: de angst voor versnippering. "Ik geloof er niets van dat al die ruim 400 gemeentes hoogwaardige dienstverlening gaan bieden", zegt Leo Hartveld van de FNV, die in het bijzonder over de wajongers spreekt. Hem is de bijzin dat hij niet tegen het bestuursakkoord is, nooit over de lippen gekomen. "Het UWV dat de Wajong nu uitvoert, heeft hele specifieke kennis. Laat die toch intact, versnipper die niet over al die gemeentes."

Decentralisatie zorgt ervoor dat de uitvoering veel ingewikkelder wordt, voorziet vicevoorzitter Maurice Limmen van het CNV. Ook hij heeft vooral zorgen om de wajongers. "Er zit niet echt een nieuw beleidsidee achter dit bestuursakkoord. Hoe reëel is het, als je niets verandert aan de werkelijkheid, om te verwachten dat mensen nu wel aan het werk komen?" Al is zijn zorg groot, hij is niet ten principale tegen.

En dan toch nog even: het geld. Allen zijn zeer verontwaardigd over de bezuinigingen die het kabinet verbindt aan dit deel van het bestuursakkoord, van de huishoudtoets die Wajongers met werkende partner of ouders uitsluit van een uitkering tot de korting op de reïntegratiegelden en alles daar tussenin. Den Besten: "Gemeentes zullen in de rode cijfers komen en dat doet al onze mooie idealen teniet."



Psychiaters in de bres voor kinder- en jeugdpsychiatrie


WILFRIED VAN DER BLES

Bij alle rumoer over met name de bezuinigingen op de sociale werkvoorziening blijft het betrekkelijk rustig rondom dat andere onderdeel van het bestuursakkoord: de overheveling van belangrijke onderdelen van de zorg naar de gemeenten.

Begeleiding - om de zelfredzaamheid van mensen met een matige of ernstige beperking te bevorderen - wordt uit de AWBZ (volksverzekering voor langdurige zorg) gehaald. Voor die zorg - bijvoorbeeld dagopvang of hulp bij de financiële administratie voor licht verstandelijk gehandicapten - worden gemeenten verantwoordelijk. Vanaf 2013 voor alle nieuwe gevallen, vanaf 2014 ook voor mensen die deze vorm van zorg al hadden.

Met dit onderdeel van de decentralisatie is een bedrag gemoeid van 2,1 tot 3,3 miljard euro. Voor het Rijk ligt volgens het regeerakkoord een doelmatigheidswinst in het verschiet van 140 miljoen euro. Over deze decentralisatie is weinig discussie.

Meer is er te doen over de jeugdzorg waarover de gemeenten de volle verantwoordelijkheid krijgen. Alles gaat in fases over van het Rijk dan wel de provincies naar de gemeenten, inclusief jeugdbescherming en jeugdreclassering. De bureaus jeugdzorg verdwijnen. De gemeenten nemen alles voor hun rekening: kindertelefoon, diagnostiek, indicatiestelling, casemanagement, advies en meldpunt kindermishandeling.

De gedachte is dat de gemeenten met hun Centra voor jeugd en gezin - laagdrempelige voorzieningen waar ouders gemakkelijk naar binnen stappen voor advies - samen met scholen en consultatiebureaus veel problemen met jongeren vroeg en goedkoop kunnen oplossen of voorkomen. Nu is volgens stapels rapporten die daarover zijn geschreven de jeugdzorg te versnipperd en niet efficiënt. Volgens het bestuursakkoord zijn van de overheveling besparingen te verwachten, oplopend van 80 miljoen netto in 2015 tot 300 miljoen netto vanaf 2017.

Zacht uitgedrukt zijn er twijfels over de wijsheid van de hele operatie met de jeugdzorg. Veel kan inderdaad beter aan de gemeenten worden overgelaten. Maar is het bijvoorbeeld goed om de bureaus jeugdzorg met hun specialistische kennis op te doeken? Moet straks iedere gemeente voor zich opnieuw het wiel uitvinden? Nee, wordt gezegd, kleinere gemeenten zullen voor specialistische hulp met elkaar moeten samenwerken. Maar waarom dan de bureaus jeugdzorg niet in tact gelaten?

Behoorlijk kritisch is GGZ Nederland. Deze koepelorganisatie van instellingen in de geestelijke gezondheidszorg maakt zich met de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), beroepsorganisatie van psychiaters, zorgen over het feit dat de gemeenten verantwoordelijk worden voor de kinder- en jeugdpsychiatrie. Daarmee vervalt voor deze kinderen het wettelijke recht op zorg.

Kinderen met een lichamelijk ziekte maken aanspraak op hulp, gefinancierd uit de Zorgverzekeringswet, dan wel de AWBZ. Maar straks moeten kinderen met een psychiatrische aandoening maar afwachten of en welke hulp ze krijgen. Dat hangt af van het beleid van de gemeente waar zo'n kind woont. GGZ Nederland vreest dat deze kinderen speelbal worden van (lokale) politieke discussies. Tandartszorg of kindergeneeskunde worden toch ook niet overgeheveld naar gemeenten?

"Psychiatrische ziekten zijn serieuze ziekten en geen maatschappelijk ongemak", meent Rutger Jan van der Gaag, kinder- en jeugdpsychiater en voorzitter van de NVvP. Nederland is straks het enige land ter wereld waar een medische discipline buiten de verzekerde zorg valt. Zover mag het niet komen, meent hij.


Natuur: provincies staan recht tegenover staatssecretaris


HANS MARIJNISSEN

Het onderwerp 'natuur' is volgens ingewijden een van de onderwerpen die de meeste spanning opleveren bij de totstandkoming van het bestuursakkoord. Dat komt doordat de forse bezuiniging op deze sector van 60 procent door de rijksoverheid wordt gekoppeld aan een overdracht van verantwoordelijkheden aan de provincies. Die krijgen daardoor meer in de melk te brokkelen, en de rijksoverheid minder, terwijl deze laatste juist de bezem door het natuurbeheer wil halen.

Een mooi voorbeeld daarvan is de discussie over het Oostvaarderswold in Flevoland, de robuuste verbindingszone tussen de Oostvaardersplassen en de Veluwe. Staatssecretaris Bleker (landbouw) zei bij zijn aantreden dat hij een streep wil zetten door zones die natuurgebieden aan elkaar verbinden en zeker geen landbouwgrond meer wil opofferen voor natuur. Maar het nieuwe bestuur van Flevoland zette in zíjn recente coalitie-akkoord dat de provincie het Oostvaarderswold op eigen houtje gaat aanleggen, met hulp van het Wereld Natuurfonds (WNF). Daarbij zijn nieuwe onteigeningen niet uitgesloten. Bleker kan daar niets tegen doen, want de provincie maakt gebruik van de verantwoordelijkheden die het Rijk juist aan de provincie heeft overgedragen.

Nederland zit vol met zulke 'groene' conflicten en conflictjes tussen Rijk en provincie, en de stemming is er na het aantreden van het nieuwe kabinet niet beter op geworden. Bleker liep in het begin van zijn ambtstermijn nogal hard van stapel, en confronteerde de provincies eenzijdig met het stopzetten van de ontwikkeling van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De provincies hadden daar in de loop der jaren juist kapitalen in gestoken. Om de verstoorde relaties te herstellen, deed Bleker daarom een stapje terug en stelde vijf werkgroepen in die verschillende onderwerpen uit deze sector moeten uitwerken in voorstellen voor het bestuursakkoord.

De eerste werkgroep buigt zich over 'de herijking van de EHS'. Werkgroep twee houdt zich bezig met de bezuinigingen op het natuurbeheer, waarvan de kosten van 500 miljoen euro jaarlijks terugmoeten naar 190 miljoen. De derde werkgroep houdt zich bezig met de natuur rond de stad, die niet zozeer ecologische waarde heeft, maar vooral recreatief belang. De gemeenten zouden het beheer hiervan moeten overnemen. De vierde werkgroep heeft beziet toekomst van de Europees beschermde natuur in Nederland. De laatste werkgroep houdt zich bezig met juridische aspecten en wetgeving op natuurgebied. Nog deze maand moet elke club zijn voorstellen presenteren.

Alle werkgroepen staan onder leiding van Hans van der Vlist, topambtenaar en tot oktober 2010 secretaris-generaal bij het toenmalig ministerie van Vrom. Blekers keuze voor Van der Vlist is zeer strategisch. Hij is van PvdA-huize, was negen jaar gedeputeerde van Zuid-Holland, en ligt goed in de groene wereld. Zo werd hij in 2006 door Milieudefensie uitgeroepen tot 'de machtigste milieumens' en maakte hij ooit deel uit van een vriendenclub van milieudeskundigen die vijf tot zes keer per jaar bijeenkwamen om over milieuproblemen te praten. Deelnemers waren onder anderen Jacqueline Cramer, Klaas van Egmond en Wouter van Dieren.

Alle partijen die Bleker met nieuw beleid moet overtuigen, zijn in de persoon van Van der Vlist vertegenwoordigd. Dus als met voorstellen komt, is het voor de tegenstanders moeilijker om bezwaar te maken.

Van der Vlist zal een hele kluif hebben aan het formuleren van voorstellen die zowel de rijksoverheid als de provincies kunnen omarmen. Op de eerste plaats omdat staatssecretaris Bleker een particuliere visie heeft op wat natuur eigenlijk is. In zijn ogen bestaat natuur vooral uit arcadisch landschap, en dat kan volgens hem heel goed door boeren worden beheerd. De provincies denken ruimer, en wetenschappelijker. Natuur wordt in hun ogen vooral gevormd door ecosystemen, zelfstandiger (dus natuurlijker) kunnen functioneren, naarmate ze meer ruimte krijgen. Het aaneenschakelen van natuurgebieden is daarbij essentieel.

De rijksoverheid kan de eigen visie op natuur ondersteunen door eenvoudigweg de geldkraan dicht te draaien voor het beheer van de grote gebieden, zolang er maar aan internationale afspraken hierover wordt voldaan. Maar als de provincies alternatieven vinden voor bezuinigingen zoals de samenwerking met het Wereld Natuurfonds in Flevoland, heeft de staatssecretaris het nakijken.

Bleker heeft nog één troef in handen: een nota die voor de ontwikkeling van het buitengebied misschien nog wel belangrijker is dan het bestuursakkoord. Onlangs stuurde de staatssecretaris aan de Tweede Kamer per brief alvast een deel van de Grondnota, die de verkoop van gronden van Staatsbosbeheer aankondigt die buiten de Ecologische Hoofdstructuur vallen en voor het departement minder prioriteit hebben.

Die verkoop moet in de eerste plaats gewoon geld opleveren: het ministerie verwacht zo'n 115 miljoen euro binnen te halen. Het ministerie wil de grond bij voorkeur terecht laten komen bij boeren en particulieren, waarmee Landbouw ook de natuurontwikkeling inhoudelijk wat kan sturen. Geen provincie die daar wat tegen kan doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden