Verdi ver sus Wagner

De negentiende eeuw werd op operagebied gedomineerd door Giuseppe Verdi (1813-1901) en Richard Wagner (1813-1883). Twee eeuwen oud zijn ze dit jaar en hun opera's bepalen nog altijd wereldwijd het repertoire. De maestro en de Meister zagen kans om elkaar de hele eeuw te ontlopen. Wagner hield vooral de kenner bezig, Verdi de liefhebber. Trekt Wagner aan het langste eind en begint Verdi uit de mode te raken?

Ze hebben elkaar nooit in de ogen gekeken, nooit elkaar de hand geschud, nooit elkaar publiekelijk de oren gewassen. Gedurende de hele negentiende eeuw, waarin zij beiden de kunstvorm opera vernieuwden en van tijdloze meesterwerken voorzagen, meden zij elkaar.

Dat Verdi en Wagner het voor elkaar kregen om nooit van aangezicht tot aangezicht te staan, is een wonderlijke speling van het lot. Het roept die andere beroemde non-ontmoeting in herinnering, die van Händel en Bach. De twee grootste barokcomponisten spraken elkaar ook nooit, al heeft Bach weleens een reis ondernomen om Händel in 1719 in Halle te kunnen ontmoeten. Tevergeefs. Toen hij daar aankwam was Händel net een dag eerder weer vertrokken. Tien jaar later was Händel opnieuw in Halle, op doorreis van Italië naar Londen. Bach was te ziek om te reizen en stuurde zijn zoon Wilhelm Friedemann, en dus heeft Händel wel een Bach ontmoet, maar niet dé Bach.

De wil om elkaar te zien was er bij Händel en Bach dus wel, in ieder gavel bij de laatste. Verdi en Wagner deden geen enkele moeite. Wat zouden ze elkaar immers te zeggen hebben gehad? Loze hoffelijkheden over en weer. Of had een ontmoeting de wederzijdse appreciatie kunnen verhogen? De stadse Wagner, beschermd en betaald door koningen, tegenover de plattelandse en ploeterende Verdi, die zich tot op hoge leeftijd boer bleef noemen.

In 1853 waren ze ooit heel dicht bij elkaar. Verdi was - na het gigantische Italiaanse succes van 'Il trovatore' in januari, en van 'La traviata' in maart - in onderhandeling met de Parijse Opéra over een nieuw werk voor de Franse hoofdstad. Dat zou uiteindelijk 'Les vêpres siciliennes' worden. Verdi besloot om de winter in Parijs door te brengen om op die manier dicht op de huid van de recalcitrante librettist Eugène Scribe te zitten. Verdi kwam tussen 18 en 22 oktober in Parijs aan, Wagner en zijn latere schoonvader Liszt waren daar ook.

Ze logeerden op vijf minuten lopen van elkaar. Maar Verdi had waarschijnlijk geen idee dat Wagner in Parijs was, en in de Franse pers werd Verdi's aanwezigheid pas gemeld op de 30ste, en toen was Wagner al weer weg. In die laatste week in oktober 1853 waren de twee componisten dus heel dicht bij elkaar, zonder het van elkaar te weten, en ook nog geheel onwetend dat ze allebei tot de grootste operacomponisten van de eeuw zouden uitgroeien.

In de uitvoerige correspondentie van Wagner komt Verdi amper voor. En áls de Duitser de Italiaan al een keer in het voorbijgaan noemt, dan is het in een bijzonder denigrerende bijzin. Omgekeerd is het iets anders. Verdi had moeite met Wagner, en maakte daar soms uitgebreid gewag van. Maar hij bekende wel dat 'Tristan und Isolde' hem ontzag en angst tegelijkertijd inboezemde. "Wagner is geen wild dier, zoals de puristen beweren, en ook geen profeet zoals zijn apostelen verkondigen", was zijn nuchtere constatering in 1863.

Peter Tsjaikovski, die met heel veel beroemde collega's in 1876 naar Bayreuth was afgereisd om in Wagners Festspielhaus de wereldpremière van 'Der Ring des Nibelungen' bij te wonen, sprak zijn verwondering uit dat juist Verdi daar de grote afwezige was.

Toen Wagner in 1883 in Venetië stierf, had Verdi nog bijna twee decennia voor de boeg. Jaren waarin hij geheel tegen de verwachting in nog twee meesterwerken zou componeren: 'Otello' en 'Falstaff'. Verdi liet zich meteen uit toen hij over Wagners dood hoorde: "Treurig. Treurig. Treurig. Wagner is dood! Toen ik gisteren de depêche las waar het in stond, was ik, mag ik wel zeggen, ontsteld! We hoeven er niet over te discussiëren. Het is een grote persoonlijkheid die ons ontvalt. Een naam die in de geschiedenis een zeer machtig spoor nalaat!" Verdi schreef eerst potenta (machtig), maar streepte dat door en verving het door potentissima.

Rancuneus was Verdi niet gauw, in tegenstelling tot zijn machtige Duitse collega. En ondanks dat zijn er tussen beiden opvallend veel overeenkomsten. Hun omgang met vrouwen bijvoorbeeld.

Verdi verloor nog vóór hij grote successen boekte zijn vrouw en beide kinderen. Hij raakte daarna in de ban van sopraan Giuseppina Strepponi, die er mede voor had gezorgd dat zijn 'Nabucco' zo'n overdonderend succes zou worden. Hij 'redde' deze verdoolde (la traviata), die meerdere buitenechtelijke kinderen had, door haar te trouwen. Het was een gelukkig huwelijk, maar Verdi onderhield daarnaast nog wel affaires.

Wagner zette zijn eerste vrouw Minna aan de kant voor Cosima Liszt die getrouwd was met Wagners vaste dirigent Hans von Bülow. Hun verhouding en latere huwelijk leverde een van de grootste schandalen van de eeuw op. Een ook Wagner had aan Cosima uiteindelijk niet genoeg.

Verdi had het geluk dat Strepponi vóór hem stierf en niet met zijn nalatenschap aan de haal kon gaan, zo zij dat al gewild zou hebben. Cosima overleefde Wagner bijna een halve eeuw en zwaaide als weduwe met ijzeren discipline de scepter over Bayreuth en de erfenis van haar man - lang niet altijd met gunstig effect. Cosima zorgde ervoor dat er een heuse cult ontstond rondom haar gestorven Meister, zoals ze Wagner ook na zijn dood constant bleef noemen. En met haar rabiate anti-semitisme - nog schaamtelozer dan dat van Wagner zelf - deed ze de zaak geen goed. Maar overal ter wereld ontstonden door haar inspanningen Wagner-verenigingen waarin fervente fans en vurige vereerders elkaar vonden.

Die massale, georganiseerde ondersteuning heeft Verdi nooit gekend. En ook nooit nodig gehad, omdat zijn opera's door een breed publiek gedragen en geapprecieerd werden. Maar het tij lijkt de laatste jaren ietwat te keren, ten gunste van Wagner. Kijk alleen maar eens naar wat De Nederlandse Opera op touw heeft gezet om het Wagner-jaar cachet te geven. Nieuwe producties van 'Parsifal' en 'Die Meistersinger von Nürnberg' plus de vier opera's van 'Der Ring des Nibelungen', die begin 2014 ook twee keer als cyclus te zien is. Daar steekt de enkele reprise van 'La traviata', hoe spectaculair goed die enscenering ook is, schamel bij af.

Zelfs in Verdi's thuisland ontstond vorige maand heftig rumoer. Als openingsproductie van het nieuwe seizoen - altijd een hoogtepunt op de culturele agenda - had de Milanese Scala gekozen voor Wagners 'Lohengrin'. Er werd schande geroepen. Inderdaad was het publicitair niet zo handig, al heeft de Scala dit lopende seizoen heus een rijke keus aan Verdi-titels op het affiche staan. En laten we niet vergeten dat Verdi gedurende zijn leven een zeer problematische verhouding met de Scala heeft gehad. Een kwarteeuw lang verbood hij opvoeringen van zijn opera's daar. Als Verdi al een Bayreuth heeft, dan is het eerder het Teatro Regio in Parma.

De explosieve muziek van Verdi gaf het genre opera een enorme nieuwe energie, een puls die zijn gelijke daarvoor nooit had gekend. De puls van kolkend bloed, een adrenalinestoot in dynamiek en ritme. Bij Wagner was dat gans anders. Hij schreef, in tegenstelling tot Verdi, zijn eigen tekstboeken waaraan enige wijdlopigheid niet vreemd is. Die wijdlopigheid vertaalde zich in lange, oneindige muzikale frases. Een gemiddelde Verdi-opera is al snel de helft eerder afgelopen dan eentje van Wagner.

Opvallend genoeg zijn er in hun beider eerstelingen al aanwijzingen voor hun latere werk. Verdi heeft het in 'Oberto' al over de patria terra, het vaderland dat later zo belangrijk in zijn opera's zou worden. Ook vinden we hier al de aanzetten tot de belangrijke vader-dochter-relatie van zijn volwassen werken. Wagner speelt in 'Die Feen' al met het gegeven van de verboden vraag ('Lohengrin') en met het leerproces waar zijn hoofdpersonages doorheen moeten gaan ('Siegfried' en 'Parsifal').

Opvallend is dat beiden als tweede werk een komische opera schreven. Verdi's 'Un giorno di regno' (1840) werd de grootste flop uit zijn leven. Wagners mislukte 'Das Liebesverbot' (1836) ging pas in 1888, dus na zijn dood, in première. De twee brengers van ultieme kommer en kwel componeerden later allebei nog één keer een komisch werk. Wagners 'Die Meistersinger von Nürnberg' is komisch in aanleg, maar log en zwaar in de uitvoering. Verdi's 'Falstaff' is licht, zwierig en zit vol fijnzinnige levenswijsheden. Dat Verdi op zeer oude leeftijd zijn carrière met deze 'Falstaff' beëindigde, zegt iets over zijn levenshouding. Niets moest hij hebben van pretentieuze onoprechtheid - alles op de wereld is slechts gekkigheid.

Wagners opus ultimum is 'Parsifal', waarin hij een nieuw soort godsdienst probeerde uit te venten. De filosoferende Wagner, dat spreekt nog steeds massa's mensen aan. Meer dan de nuchtere, of zelfs ontnuchterende werken van Verdi. Wereldwijd lijkt zijn muziek op zijn retour. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het grote tekort aan echte Verdi-stemmen, maar er zit waarschijnlijk ook meer achter. De ijdele en zelfs verachtelijke Wagner spreekt meer tot de verbeelding dan die simpele en sympathieke boer uit de Po-vlakte.

En toch. Bernard Shaw constateerde ooit al dat Wagners 'Götterdämmerung' in wezen niet veel verschilt van Verdi's 'Un ballo in maschera'. Je moet het alleen wel willen zien en horen. Het grote verschil blijft uiteindelijk wel dat de vrouwen in Wagners opera's zich voortdurend opofferen voor een groter en edel doel. De aardsere vrouwen van Verdi zijn eerder een speelbal van het lot, maar dragen en zingen dat uit met hartverscheurende oprechtheid.

Bij zowel Wagner als Verdi zijn het dan toch vooral de vrouwen die uiteindelijke het loodje leggen. Dat dan weer wel.

De meezingers komen vooral van Verdi
Wat kunnen we van Verdi en Wagner meezingen? Is dat een indicatie van wie het meest populair is?

Bij Wagner is het niet zoveel. Een beetje meehummen met het Bruidskoor uit 'Lohengrin' lukt waarschijnlijk wel, en bij de 'Walkürenritt' uit 'Die Walküre' gaan meestal wel een paar ogen glimmen van herkenning en opwinding. En misschien dat nog een enkeling opveert als Loge en Wotan afdalen naar Nibelheim en daar de Nibelungen op hun aambeelden ritmisch het goud smeden.

Nee, dan Verdi. Werkelijk iedereen kan het Slavenkoor uit 'Nabucco' meebrullen, of het Zigeunerkoor uit 'Il trovatore' - ook met aambeelden, en net als 'Das Rheingold' uit 1853! Om nog maar te zwijgen van de trompetterende Triomfmars uit 'Aida', immens populair van de Kuip tot de Arena. En nu we toch aan het lallen zijn, het drinklied 'Libiamo' uit 'La traviata' kent iedereen, net als 'La donna è mobile' uit 'Rigoletto'. Ja, een deun bedenken, dat kon je wel aan Verdi overlaten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden