Verder met vinex?

Succesverhaal | Precies 25 jaar geleden werden de vinexwijken bedacht. Ze zijn grotendeels klaar, maar alweer is er behoefte aan honderdduizenden nieuwe woningen. Zijn die grootschalige 'suffe' nieuwbouwwijken voor herhaling vatbaa ONNO HAVERMANS r? En zijn ze eigenlijk wel zo suf? Deel 1 van een tweeluik.

Eentonige buitenwijken voor gezinnetjes, zonder vertier, alleen her en der een verdwaalde wipkip. Hoe vaak is het slechte het imago van de vinexwijken nu al weerlegd en rechtgezet? Toch blijven de vooroordelen hardnekkig. Nog dit voorjaar opperde een ChristenUnie-raadslid in Amersfoort dat de eenzijdige samenstelling en de eentonigheid van de vinexwijk zouden leiden tot meer echtscheidingen. Niet waar, constateerde demograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek begin deze maand. De als burgerlijk beschouwde wijken trekken volgens hem bewoners met een standvastige relatie.

Voor Friso de Zeeuw, hoogleraar gebiedsontwikkeling aan de TU Delft, is het CBS-onderzoek een bevestiging van zijn 'hartstikke positieve' beeld van vinexwijken. "Een huis met een tuin heeft toch de voorkeur. Gek genoeg leidt dat tot schaamte, dat is een merkwaardig Nederlands trekje. Jongeren die naar een buitenwijk verhuizen, krijgen van de smaakelite het verwijt dat ze de vertrutting instappen. Heb je een keer een succesnummer waar buitenlanders naar komen kijken, zegt een minister: 'Vinex, dat moesten we maar niet meer doen'."

Niet meer doen? De vraag is relevant, nu de behoefte aan woningen in de komende 25 jaar weer bijna net zo groot is als 25 jaar geleden. Tussen 1995 en 2010 zijn 1,2 miljoen huizen gebouwd, waarvan driekwart het gevolg is van de massale nieuwbouwplannen uit de in 1991 opgestelde Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex).

De minister op wie De Zeeuw doelt, is VVD'er Sybilla Dekker, die kort na haar aantreden in 2003 zei dat er in de vinex te weinig was gedaan aan voorzieningen en infrastructuur. Daarmee is De Zeeuw het trouwens wel eens. "We moeten niet blind zijn voor de minpunten: het is niet gelukt om het autoverkeer terug te dringen door minder parkeerruimte, er zijn te weinig voorzieningen voor jongeren, het openbaar vervoer had beter gekund en de architectuur is soms wat gemaakt."

Lekker groen en rustig

Maar is dat reden vinex weg te zetten als kleinburgerlijk en saai? De huizen zijn ruim, de omgeving is groen en de buurten zijn rustig, zegt stedenbouwkundige Riek Bakker. "Wij hebben niet de problemen van België en Frankrijk, met uitzichtloze wijken, waar niemand van buiten meer in durft." Bakker ontwierp twee van de bekendste stadsuitbreidingen: de Kop van Zuid in Rotterdam en Leidsche Rijn bij Utrecht. De een binnen, de ander buiten de stad, maar allebei "een laaiend succes", zegt ze.

Dat vinexwijken bepaald niet eentonig zijn, stelden onderzoekers van het huidige Planbureau voor de Leefomgeving tien jaar geleden al vast in hun morfologische verkenning 'Vinex!'. De variatie in bouwstijlen en architectuur is groot, zowel tussen de wijken onderling als binnen wijken zelf, ontdekten de architecten Jelte Boeijenga en Jeroen Mensink toen ze drie jaar later vijftig wijken in kaart brachten in de 'Vinex Atlas'. Ze maken melding van straten vol rechttoe rechtaan rijtjes, maar ook van de nagebootste vestingstad Brandevoort in Helmond en de woonkastelen in Haverleij aan de rand van Den Bosch.

Is vinex dan misschien voor herhaling vatbaar? Nee, zegt architect Tom Bergevoet. Niet dat hij zo negatief is over vinex, die de woningnood weliswaar niet heeft opgelost, maar wel verlicht. Bovendien is het open landschap behouden, door dichtbij de stad te bouwen. Maar, zegt Bergevoet, geschikte grote terreinen buiten de steden zijn 'op' aan het raken. "Ik denk dat vinex de laatste grootschalige planuitleg was, na de wederopbouw in de jaren vijftig en zestig en de bloemkoolwijken uit de jaren zeventig en tachtig."

Bedrijventerreinen

Om te voorzien in de woningbehoefte, moeten we andere oplossingen verzinnen, stelt Bergevoet. In 'The Flexible City, Sustainable Solutions for a Europe in Transition', dat dit voorjaar verscheen, vergelijkt hij samen met collega Maarten van Tuijl trends in de stadsontwikkeling in de Europese landen. "Omwille van duurzaamheid zouden we moeten stoppen met nog meer stadsuitleg. De volgende generatie woongebieden moet ontstaan vanuit de transformatie van de bestaande, in onbruik geraakte stadsdelen, zoals bedrijventerreinen."

In die richting denkt ook Cees-Jan Pen, lector aan de Fontys Hogescholen. Hij wijst erop dat ruim een derde deel van de vinexwijken binnen de steden is gebouwd, "niet alleen in de wei. Het kan dus best in de bestaande stad". Pen ziet bevestiging in een deze zomer verschenen onderzoek van het PBL, dat in de steden nog volop onbenutte terreinen en leegstaande gebouwen ziet die bewoonbaar kunnen worden gemaakt.

"De actuele suggestie dat Nederland woningnood kent, is schromelijk overdreven en lijkt soms meer een bouw- en ontwikkellobby dan nuchtere analyse. Het klinkt als een pleidooi voor weer snel veel weiland opspuiten", zegt Pen. "Er is in de vinex meer gebouwd dan was gepland, om de opbrengsten. In de toekomst zullen we echt veel secuurder moeten omgaan met groen en landschap, want dat bepaalt de woonaantrekkelijkheid steeds meer."

Pen neemt daarmee stelling tegen de Delftse hoogleraar woningmarkt Peter Boelhouwer, die berekende dat tot 2040 nog een miljoen nieuwe woningen nodig zijn. "Ik denk dat we er gezien de druk op de woningmarkt en de toekomstige vraag niet aan ontkomen om ook wat kleine locaties aan de randen van de steden te ontwikkelen", aldus Boelhouwer. "Wel minder grootschalig dan de vinex en in combinatie met verdichting - dus hogere gebouwen - en transformatie van leegstaande gebouwen, wat overigens in een veel te laag tempo gaat."

Boelhouwer constateert fijntjes dat de vinex er door afgebakende stadsgrenzen voor heeft gezorgd dat er geen 'Belgische toestanden' zijn ontstaan. "Ook zijn er fraaie natuur- en wandelgebieden aangelegd. Zelf woon ik naast het grootste bos van Zuid-Holland, het Bentwoud." Voor dat nieuwe bos is in 2009 de eerste boom geplant, vlakbij de Zoetermeerse vinexwijk Oosterheem.

Toch verdient de vinex geen navolging, stelt de Delftse hoogleraar urban design Rients Dijkstra, die volgende week officieel afzwaait als rijksadviseur infrastructuur en stad. "De wooncultuur veranderde van veel sociale woningbouw naar meer markt, eigen bezit. De vinexlocaties zijn goed bezet, er is niet gebouwd voor leegstand zoals bij kantoren wel het geval is. Dat is dus goed gelukt. Maar die woningbouw vond meestal plaats in het buitengebied, in lage dichtheden, er is niet compact gebouwd, zoals was afgesproken, en de beloftes voor openbaar vervoer en goede voorzieningen voor de fiets zijn niet altijd vervuld. De vinexwijken leggen een groot beslag op de ruimte en ze zijn sterk op de auto gericht."

Kwart miljoen huizen

Kan een volgende grote opgave op een andere manier worden uitgevoerd, vraagt Dijkstra retorisch. "Boelhouwer heeft gelijk dat we tot 2040 enorme aantallen woningen nodig hebben, in Noord- en Zuid-Holland elk zo'n 250.000, dat is vergelijkbaar met vinex. De bestaande steden hebben waarschijnlijk te weinig ruimte om dat allemaal in te passen, maar we moeten het wel proberen. We hebben nog een beetje groen en er wordt ook internationaal hoog opgegeven van die kleine Nederlandse steden met veel groen eromheen. Als elke generatie daar een hap uitneemt, dan is het over een paar generaties op."

De rijksoverheid moet de regie nemen, herhaalt Dijkstra een eerder pleidooi dat hij als rijksadviseur deed. "We hebben gezien dat de gemeenten in een spagaat raken doordat ze de gemeentekas kunnen spekken met grondverkoop. De rijksoverheid is een goede partij om de lange termijn in het oog te houden en dat is nodig als je duurzaamheid wilt."

Kneuterigheid

Hoogleraar Friso De Zeeuw en stedenbouwkundige Riek Bakker vinden juist dat de rijksoverheid het bouwen aan de provincies en gemeenten moet overlaten, ook al leidt dat soms tot kneuterigheid. "Bouwen en wonen kunnen de gemeenten en provincies heel goed zelf, als ze maar duurzaam en flexibel bouwen. Niet klakkeloos uitvoeren wat mensen willen - dan staat heel Nederland straks vol boerderettes - maar wel met de bevolking aan de gang. De Kop van Zuid en Leidsche Rijn hadden we nooit voor elkaar gekregen zonder de mensen die er willen wonen. Doe je dat goed, dan worden die mensen pioniers van het gebied."

1.Leidsche Rijn (Utrecht/Vleuten-De Meern) 54.360

2.Almere Stad 42.085

3.Almere Buiten 31.665

4.De Reeshof (Tilburg) 28.355

5.Ypenburg (Den Haag) 26.785

6.Oosterheem (Zoetermeer) 26.590

7.Carnisselande (Barendrecht) 24.555

8.Stadshagen (Zwolle) 22.340

9.IJburg (Amsterdam) 20.740

10.Houten Vinex 20.665

Er zijn 81 vinexwijken in Nederland.

De Vinex top-10, wie heeft de meeste inwoners?

De wijk Terwijde in Leidsche Rijn, de grootste vinexwijk van Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden