Verdeling van ’ambitiegeld’ vereist moeilijke keuzes

Uitgerekend de twee atleten die verrassend een zilveren medaille wonnen tijdens de EK, doen dat zonder de centrale programma’s van de atletiekunie. Ze kunnen op grond van hun prestaties in Barcelona wel extra steun verwachten.

Als tienkamper Eelco Sintnicolaas met een set nieuwe polsstokken hoger springt, dan moet hij volgens technisch directeur Peter Verlooy dat materiaal krijgen. En als het budget van Yvonne Hak onvoldoende is om haar trainer drie weken mee op stage te nemen, moet daar een mouw aan te passen zijn.

Hoe dichter de Olympische Spelen naderen, hoe specifieker het zogenaamde ambitiegeld zal worden ingezet. „Eelco en Yvonne hebben zich bewezen op internationaal niveau”, aldus Verlooy. „Voor hen moet je iets extra's doen.”

Twee jaar geleden besloot de atletiekunie op Papendal centrale programma’s aan te bieden. Verlooy wil daarmee een solide infrastructuur voor topsportmodellen opzetten waarvan zoveel mogelijk topatleten kunnen profiteren. Iedereen is vrij om van die ‘kans’ gebruik te maken. Met een budget van twee ton voor programma's moeten in een sport met zeventien disciplines moeilijke keuzes worden gemaakt.

Dat persoonlijke trainers tijdens de EK op campings bivakkeerden, verbaast Verlooy niet. „Dat is niet uniek voor Nederland, bij veel landen is dat zo omdat er een beperkt aantal accreditaties is. En wat trainers op trainingskampen betreft, Frankrijk en Groot-Brittannië (tweede en derde in het medailleklassement, red.) hebben de ideale structuur. Daar worden alle persoonlijke trainers van topatleten betaald. Dat is met ons budget onmogelijk.”

Met zes plaatsen bij de top acht bleef de Nederlandse ploeg van recordomvang achter bij de twee voorgaande EK’s. Toen rolden er acht (Gotenburg) en tien (München) van die posities uit. Met de kwaliteitsmedailles van Hak en Sintnicolaas keerde het toernooi voor Nederland ten goede, na een begin in mineur. Titelverdediger Bram Som zegde ziek af, medaillekandidaat Hilda Kibet werd vierde.

Arnoud Okken was zaterdag op de 800 meter dicht bij een medaille. Een moment van onoplettendheid brak hem op in zijn tweede EK-finale. Hij raakte ingesloten, en vergat met zijn ellebogen te werken. „Ik was even niet scherp, twijfelde of ik een duw moest uitdelen en deed het niet. Dat kostte me twee posities.”

Als aanstormend talent werd hij in München vijfde. Acht jaar later bleek zijn progressie als oudste finalist één plaats. Okken kwam in de eindsprint 0,09 seconden tekort op de Pool Kszczot voor het erepodium.

Verrassend was zijn comeback wel. Nadat hij in 2007 de Europese indoortitel had gewonnen, raakte de atleet door blessures in de versukkeling. Ook dit seizoen moest hij ondanks een aangepast trainingsprogramma alert zijn op zijn kwetsbare achillespezen.

In de finale van de 4x400 mannen, het afsluitende onderdeel, werden Moerman, El Rhalfioui, Spillekom en Lathouwers zevende. Met 3.04,13 bleef het stokoude nationale record (3.03,18) uit 1979 buiten bereik.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden