Verdeeldheidverving de vernieuwing

Conservatieve bisschop moest in roerige jaren zeventig eigenzinnige katholieken weer naar Rome laten luisteren

Een ernstige darmaandoening noopte bisschop Johannes Gijsen in 1993 plots tot aftreden. De 21 roerige jaren dat hij bisschop van Roermond was, zouden een aanslag op zijn gesteldheid betekend hebben. IJsland bleek een gezondere omgeving. Het luttele aantal katholieken daar maakte polarisatie onmogelijk.

De elf jaar dat Jo Gijsen bisschop van Reykjavik was, kwam hij slechts sporadisch in de media. Niet door zijn eigenzinnige keuzes, maar in berichten over schimmige affaires, lang geleden in Nederland en zonder concrete gevolgen. Gijsen overleed, zes jaar na zijn emeritaat als bisschop van Reykjavik, gisteren op 80-jarige leeftijd in Sittard. Daar was hij geestelijk leidsman van enkele zusters.

Zelfs voor zijn eigen aartsbisschop Alfrink kwam de benoeming van Jo Gijsen tot bisschop van Roermond in 1972 als een verrassing. De pijprokende Gijsen was niet bepaald de favoriet van Alfrink. Maar Rome besliste. De Nederlandse kerkprovincie was wel erg hard van stapel gelopen met het moderniseren van de kerk, meende paus Paulus VI, de opvolger van de enthousiaste vernieuwer Johannes XXIII. Eerder was er een rem nodig dan een motor. Een dubbele rem, liefst. De als conservatief bekend staande Simonis was tot schrik van katholiek Nederland in 1970 benoemd als bisschop van Rotterdam. Twee jaar later kwam Gijsen op de bisschopszetel in Roermond.

Energiek nam Gijsen de reorganisatie van zijn bisdom ter hand. Hij ontsloeg bijna alle medewerkers en verving ze door vertrouwelingen. Samen met zijn zus Gertrude wierf hij via de stichting Paredis grote sommen geld. Daarmee richtte hij in 1974 een eigen priesteropleiding op, het grootseminarie Rolduc. Tegen de stroom in, want elders in het land waren de seminaries juist gesloten en studeerden aanstaande priesters samen met andere studenten, in plaats van in afzondering.

Maar Gijsen geloofde in afzondering. Waar de verzuiling in Nederland bijna verdween, begon hij in Limburg zijn eigen zuil. Een eigen missiebureau, een eigen vastenactie, een eigen instituut voor huwelijk en gezin, een eigen beleid voor katholieke scholen. Meer en meer zonderde Gijsen zich af van zijn collega-bisschoppen, ook van Ad Simonis, met wie hij volgens verwachting op één lijn zou zitten. Gijsen bouwde in zijn bisdom aan de kerk zoals die volgens hem de meeste kans op overleven had. Een kerk die van bovenaf met straffe hand werd geleid, waarin leken gehoorzaam en geknield het heil van hogerhand ontvingen. Hij bouwde met een rechtlijnigheid die eerder iets was van boven de rivieren.

Het paradijs dat hij voor ogen had gehad, werd echter een gebied vol loopgraven. Nederlandse katholieken verschansten zich. Verlamd door een ernstige polarisatie ontving katholiek Nederland in 1985 paus Johannes Paulus II. De verwijten over de polarisatie vlogen over en weer, na het pausbezoek. Bisschop Gijsen noemde de katholieken in Nederland "een lijk, of een doodzieke die zichzelf heel levend vindt".

Katholiek Nederland gniffelde toen in 1990 bekend werd dat de rector van het seminarie Rolduc een relatie had met een seminarist. Een jaar nadat bekend werd dat een priester tijdens zijn wijding al een zwangere vriendin had, vertrok Gijsen abrupt als bisschop van Roermond. Het zouden zijn darmen zijn, maar misschien was het wel het drama van Rolduc.

Bij zijn vertrek was de polarisatie in de Nederlandse kerkprovincie al flink aan het wegebben. Andere zorgen drongen zich op. Roermond ontkwam niet aan de leegloop. Onder Gijsens opvolger Wiertz voegde het bisdom zich weer bij de andere.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden