Verdachten Weesp krijgen huisarrest

Jongeren worden te gemakkelijk opgesloten in afwachting van hun rechtszaak, vindt hoogleraar jeugdrechtspleging Ido Weijers.

De zaak in Weesp lijkt symptomatisch voor het gemak waarmee we in Nederland kinderen in de cel stoppen voordat er een veroordeling is, zegt Ido Weijers, bijzonder hoogleraar jeugdrechtspleging aan de Universiteit Utrecht. „De afgelopen twintig jaar is Nederland wat dat betreft van een zeer gematigd land naar koploper in Europa gegaan.” Een zorgelijke ontwikkeling, vindt Weijers. Eind januari uitte het VN-kinderrechtencomité eveneens zijn zorgen over het toenemend aantal minderjarigen dat in Nederland in voorarrest zit.

Hoogleraar Weijers wijst op recent onderzoek door het ministerie van justitie naar de emotionele impact van opsluiting op minderjarigen. „Achter de tralies belanden betekent heel veel voor een kind. Vooral de eerste weken zijn ze buitengewoon angstig en verward, ze weten niet wat hen te wachten staat. Dat kan traumatisch zijn, waardoor kinderen alleen maar slechter uit de cel komen dan ze erin gingen”, zegt Weijers. „Je moet dertien- en veertienjarigen niet zomaar blootstellen aan zulke risico’s.”

Weijers hoort steeds vaker over kinderen die om kleine vergrijpen een weekeinde in een politiecel moeten doorbrengen. „Dat deed zich onlangs voor bij een dertienjarig meisje”, vertelt de hoogleraar. „Ze werd gepest door andere meisjes en sloeg op een dag van zich af. Niks ernstigs. Er waren geen gewonden, en het meisje had ook haar spijt betuigd. Maar een van de pesters deed aangifte waarop het meisje naar het politiebureau werd geroepen. Daar werd ze volkomen onverwacht opgesloten, terwijl er eigenlijk niks aan de hand was”. Schrijnend, vindt Weijers.

De tieners uit Weesp hebben ongeveer een week in de cel gezeten. „Ik kan me niet voorstellen dat ze vanwege de dreigtelefoontjes een gevangenisstraf zullen krijgen”, voorspelt Weijers. „Een taakstraf lijkt me meer voor de hand liggen. Daarom is het bijzonder dat ze wel een week in voorarrest moesten zitten.”

Als zestien- of zeventienjarigen een zeer ernstig delict hebben gepleegd, kan de rechter besluiten dat ze als volwassene berecht worden. Ook op die praktijk uitte het VN-kinderrechtencomité in januari kritiek. Begin deze maand werd een zeventienjarige nog tot 20 jaar cel veroordeeld wegens de gruwelijke moord op een garagehouder. Over de toepassing van het volwassenenrecht op minderjarigen in Nederland maakt Weijers zich minder zorgen.

„Ten eerste wordt de laatste jaren steeds minder volwassenenstrafrecht toegepast bij minderjarigen. Bovendien wordt die beslissing door Nederlandse kinderrechters steeds zorgvuldiger genomen”, vindt de hoogleraar. „In het verleden werd hiervan veel meer gebruikgemaakt bij minder ernstige zaken. Zaken zoals de moord op de garagehouder zijn echter heel complex. Twintig jaar is inderdaad extreem lang voor een zeventienjarige, maar er zijn geen gemakkelijke alternatieven, vooral niet omdat de jeugdinrichtingen volstrekt niet geëquipeerd zijn voor de opvang van dergelijke vaak ernstig psychiatrische gevallen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden