Verdachte seksueel geweld is bepaald niet vogelvrij

In het artikel ,,Bewijsrecht geldt ook in zedenzaak'' (Trouw, 6 april) betoogt de advocaat Jagt dat in zedenzaken tegenwoordig de emoties van slachtoffers de doorslag geven. De regels van bewijsrecht worden zijns inziens geschonden.

Hij zegt dat dit tot een maatschappelijke verkramping leidt en pleit voor een cultuur waarbinnen ieder 'normaal mens' tegen een stootje moet kunnen.

Jagt zet hiermee de zaken op z'n kop: hij verschuift de verantwoordelijkheid voor een verpeste sfeer van plegers naar slachtoffers. Hij speelt hierbij in op angst voor onterechte veroordelingen en levert geen enkel rationeel argument voor zijn stellingname.

Volgens Jagt overheerst in de rechtszaal de emotie, ten koste van een weloverwogen besluitvorming door de rechterlijke macht. Hij onderbouwt deze stellingname met geen enkel bewijs. Hij speelt zelf in op één emotie: angst. Angst voor onterechte beschuldigingen, angst voor een partijdige rechterlijke macht.

Cijfers over rechtszaken laten zien dat zijn mening over de rechterlijke macht ongegrond is. Waar hij een wereld schetst waarin louter beschuldigingen voldoende zijn om te komen tot een veroordeling, geven de feiten een ander beeld.

Vele aangiften komen niet tot een rechtszaak vanwege een tekort aan bewijsmateriaal (in 1996: 2244 aangiften van aanranding, waarvan 394 leidden tot een rechtszaak en 1034 aangiften van verkrachting, waarvan 569 tot een rechtszaak leidden). Ook zijn beeld dat slachtoffers in de rechtszaak oppermachtig zijn komt niet overeen met de werkelijkheid. Slachtoffers kunnen verhalen hoeveel pijnlijke details ze moeten onthullen op de vragen van de advocaat van de verdachte.

Al is de bejegening van slachtoffers in een rechtszaak de afgelopen jaren verbeterd door richtlijnen van de overheid, nog steeds beschikt de beschuldigde wel over een advocaat en moet het slachtoffer (als getuige in het strafrecht) het zonder pleitbezorger stellen. Wat vooral kwalijk is, is dat Jagt in zijn artikel de zaken omdraait. Na lezing krijg je de indruk dat het belangrijkste probleem rond seksueel geweld de positie van beschuldigden is. Zij zouden vogelvrij zijn. De beschuldigden worden zo slachtoffers en de slachtoffers worden daders. Echter, bepaalde zaken tolereren we niet meer in Nederland. Geen mantel der liefde voor vaders, broers, werkgevers, leraren, coaches en geestelijken die misbruik maken van hun macht. Slachtoffers zwijgen niet langer en politie en justitie nemen aangiften serieus. Door dit te benoemen als 'verkramping in de samenleving' gaat Jagt voorbij aan de individuele verantwoordelijkheid van plegers. Niemand misbruikt of intimideert een ander per ongeluk. Uit daderanalyses en hulpverlening blijkt dat plegers vaak een uitgestippelde strategie hebben om te krijgen waar ze op uit zijn.

Jagt betoogt dat ieder 'normaal mens' bestand moet zijn tegen een redelijke mate van agressie, weerstand en erotische toenadering. Wat is redelijk? Waar moet een mens allemaal tegen kunnen? En wie bepaalt dat? Intimidatie, vernedering, aanranding, verkrachting en misbruik vallen in Nederland gelukkig niet onder acceptabel gedrag. Dat hebben we met zijn allen bepaald en daar is het strafrecht een uiting van.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden