VERDACHTE N.

Wie vluchtig door de 30 ordners over de Nijmeegse vuile-grondzaak gaat, krijgt de indruk dat er een criminele organisatie aan het werk is geweest. Maar wie het justitie-dossier beter bekijkt, leest dat de sjoemelaars ambtenaren zijn en hun bazen wethouders. En heeft de burgemeester de taak van consigliere op zich genomen? Het onderzoek naar 'verdachte N'.

HANS MARIJNISSEN

Er volgt een inval in het bedrijf dat zeventig procent van de opdrachten van de gemeente voor haar rekening neemt, de administratie gaat in dozen en in het verdere onderzoek treft de politie de naam aan van een Nijmeegse ambtenaar. De man zou opdracht hebben gegeven voor het vervoer van de vervuilde grond en de illegale stortingen, en heeft in zijn vrije tijd als adviseur voor de firma optreden. Via hem kon het bedrijf ook goedkoop op naam van de gemeente monsteranalyses uitvoeren, en de korting kon de man met het bedrijf delen. Nog steeds denkt de milieu-officier aan 'een zakie' zoals er zoveel zijn: van een bedrijf dat het niet zo nauw neemt, en een ambtenaar die een zakcentje wil. Maar dan beginnen de verhoren.

Na de eerste getuige, komt er een tweede, en een derde. En op het moment dat nummer 75 gehoord is, zit justitie met maar liefst 39 verdachten. Hoofdverdachte is N., de gemeente Nijmegen. Het zaakje is een Zaak geworden, die al lang niet meer door een doorsnee recherche-team op het politiebureau aan het Nijmeegse Mariënburg kan worden 'gedraaid'. Dus heeft justitie inmiddels assistentie gevraagd aan de Koninklijke marechaussee, de Regionale inspectie milieuhygiëne van het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu, de dienst recherchezaken van datzelfde ministerie, de provincie, de centrale recherche en informatiedienst (CRI), het Landelijke milieubijstandsteam én het gerechtelijk laboratorium.

Het mega-team dat opereert onder de naam 'Steegstal' kan uiteindelijk duidelijk maken dat er in Nijmegen niet sprake is van een ontspoorde ambtenaar die een dealtje heeft met een grondvervoerder; de gezamenlijke opsporingsdiensten leggen een geheel netwerk bloot van bestuurders en ambtenaren die met elkaar hebben vastgesteld dat de door de wetgever vastgestelde milieunormen te beknellend zijn voor een stad als Nijmegen. Om geld en tijd te besparen wordt vervuilde grond niet aangemeld bij de controlerende provincie, maar graaft de gemeente de verontreiniging af om deze - soms verdund met schone grond - op de eigen illegale depots in de stad te droppen.

Geen haan die er naar kraaide..., tot justitie op de zaak stuitte. Het speciale onderzoeksteam heeft vier van die locaties (Kerkenbos, Nijvis naast de palingkwekerij, Grootstal waar een hondenclub nu haar onderkomen heeft, en Draaiom bij de Philipsvestiging) kunnen achterhalen, en om de zaak niet nog gecompliceerder te maken, zijn de recherche-inspanningen tot die stortplaatsen beperkt.

Volgens justitie is de kern van het milieu-schandaal dat de gemeente Nijmegen onvoldoende geld heeft vrijgemaakt voor de legale verwerking van ernstig verontreinigde grond. En zij gebruikt hiervoor de verklaring van een ambtenaar van de afdeling milieu als illustratie. Hij zegt tegen de politie: “Voor onze afdeling was er absoluut te weinig geld voor saneringen. Het geld is er gewoon niet. In een woningbouwproject Piersonstraat was er een verontreiniging boven de C-waarde (ernstige verontreiniging, HM) geconstateerd en dit werd bij de provincie aangemeld.” De provincie legde de gemeente vervolgens op multifunctioneel te saneren, zodat de locatie in de toekomst weer geschikt zou zijn voor alle doelen. Een operatie die de 700 000 gulden zou moeten kosten.

Omdat de woningbouwvereniging bang is dat ze bankroet gaat, past de gemeente het bedrag via het stadvernieuwingsfonds bij. Na de evaluatie van het uit de hand gelopen Piersonstraat-project, is er een bijeenkomst met de wethouder en de directeur Volkshuisvesting. Zij geven op die vergadering aan, zo is er in het proces-verbaal te lezen, “dat de sanering vrij veel geld had gekost en dat er een terughoudender beleid met betrekking tot de aanmelding van de saneringslocaties moest worden gevoerd.” Met andere woorden: de ambtenaren krijgen van de wethouder de opdracht saneringen niet of 'zwart' uit te voeren. En zo geschiedde.

Een andere ambtenaar van diezelfde afdeling milieu deelt de politie in zijn verhoor onomwonden mee dat “de te saneren gronden bewust niet worden gemeld bij de provincie. Er werd gezocht naar een oplossing om de grond te verplaatsen.” Voor dat vervoer was een ontheffing nodig van de provincie, maar omdat de vervuiling niet eens werd aangemeld, vond ook het vervoer illegaal plaats.

Het meest vergaande voorbeeld van gesjoemel met vervuilde grond levert een toezichthouder van de gemeente die bij de politie verklaart over de werkwijze bij het bedrijvenpark Kerkenbos, dat onderdeel uitmaakt van het prestigieuze Brabantse Poort-project aan de Zuid-kant van de stad. Binnen een paar jaar heeft Nijmegen kans gezien hier een enorme winkel- en bedrijvenwijk neer te zetten die duizenden banen heeft opgeleverd.

Volgens de ambtenaar heeft de gemeente vervuilde grond van diverse locaties in de stad gebruikt om het bedrijvenpark Kerkenbos op te hogen, onder meer met grond afkomstig van een terrein bij het centraal station dat was vervuild met kolenresten. Een student milieukunde en op dat moment stagiaire bij het in milieu gespecialiseerde ingenieursbureau Heidemij dient een schriftelijke klacht in bij de gemeente over het transport van de vervuilde grond, maar krijgt nul op rekest. De gemeente heeft de locatie Kerkenbos zelf, bewust vervuild, schrijft justitie. En hoewel de gemeente daarvan dus op de hoogte was, heeft zij alsof er niets aan de hand was, een deel van Kerkenbos verkocht aan een projectontwikkelaar.

In de koopovereenkomst van 9 mei 1990 verklaart de gemeente dat de bodem geen verontreiniging bevat. Maar er staat nog geen spade in de grond of een walm van carbolineum komt de aannemer tegemoet en de grond blijkt ernstig vervuild met Pak's. Het gerechtelijk laboratorium zal later vaststellen dat er sprake was van een 'ernstig en aktueel risico'.

De gemeente is gedwongen de grond af te graven, maar de kosten van een thermische reiniging van de grond zouden 829 500 gulden bedragen. In overleg met de directeur grondbedrijf wordt daarom besloten de grond niet te reinigen, maar elders op het terrein illegaal op te slaan. Later wordt de zwaar vervuilde naar de locatie Grootstal vervoerd. Kosten: slechts 29 315,08 gulden. Dat scheelt een slok op een borrel. In de onderzochte periode van 1990 tot en met 1994 zou Nijmegen jaarlijks op deze manier een 'financieringsprobleem' hebben opgelost van maar liefst 12 miljoen gulden.

Soms zijn valse stukken nodig om de illegale activiteiten af te dekken. Maar daarvoor draait verdachte N. de hand ook niet om. In het proces-verbaal in bijlage 1.5,1-9 vertelt een ambtenaar dat hij na overleg met het hoofd van zijn afdeling een vals memorandum heeft opgemaakt over het transport van grond naar bepaalde locaties, om te voorkomen dat de provincie vragen zou gaan stellen. De provincie zou zeker hebben verlangd dat de grond niet gestort, maar gesaneerd zou worden. Maar daarvoor was geen geld, aldus de ambtenaar. Het afdelingshoofd bevestigt de lezing van zijn ondergeschikte, en hij heeft niet verhinderd dat het valse stuk in het gemeentelijk dossier terecht kwam, ook al wist hij “dat het niet koosjer” was.

Justitie stelt zich op het standpunt dat publieke rechtspersonen, als een gemeente, die milieu-regels overtreden in principe niet anders moeten worden behandeld dan andere rechtspersonen.

VERVOLG OP PAGINA 2

VERDACHTE N. VERVOLG VAN PAGINA 1

Een overheid die straffeloos door haarzelf in het leven geroepen wetten aan de laars lapt, ondermijnt immers het vertrouwen van de burger en de integriteit van de overheid. Met de 30 ordners denkt justitie dit voorjaar dus een voorbeeld-zaak te hebben, met ambtenaren en zelfs wethouders die in de ogen van het openbaar ministerie milieu-misdrijven op hun naam hebben en zich voor de rechter dienen te verantwoorden.

Maar dan verschijnt op 23 april 1996 een drietal arresten van de Hoge Raad waaronder het zogenaamde Pikmeer-arrest. Daarin bepaalt 's lands hoogste rechtscollege dat een ambtenaar die zwaar vervuild baggerslib loosde in een meer in Noord-Holland, niet vervolgd kan worden omdat de overtreding is gemaakt tijdens de uitoefening van overheidstaken. Omdat de uitspraak van de Hoge Raad algemeen geldend is (lagere overheden kunnen niet worden vervolgd voor overtredingen begaan bij het uitoefenen van overheidstaken) ziet de Arnhemse milieu-officier Weerkamp in een keer die dertig ordners van tafel verdwijnen. Weg zaak. Hij besluit het er niet bij te laten zitten.

Strafrechtelijk is hij dan wel aan handen en voeten gebonden, maar er kan ook op andere manieren recht worden gedaan in de wereld. Met zijn hoofdofficier S. van Gend maakt hij op 22 november j. l. bekend dat hij de Nijmeegse vuile-grondzaak zal seponeren, maar neemt in een persbericht uitgebreid de ruimte de conclusies van het justitieel onderzoek te ventileren. Kern van de zaak: Nijmegen is eigenlijk zo strafbaar als wat, maar door de uitspraak van de Hoge Raad kàn er niet vervolgd worden. En wat opmerkelijk is: in het persbericht van het openbaar ministerie wordt een vingerwijzing gegeven aan de provincie en de gemeenteraad. “Uiteraard is er wel politieke controle van de gemeenteraad en kan de provincie optreden op basis van de milieuwetgeving.” Justitie heeft geen enkele bemoeienis met het functioneren van de gemeenteraad en de provincie. Maar de frustratie is kennelijk te groot om van het influisteren af te zien.

Wie er ook gefrustreerd is, is burgemeester E. d'Hondt van Nijmegen. Je zou mogen verwachten dat deze PvdA-burgemeester van vreugde zijn vuisten balt, die in de lucht steekt en 'tjakka!' schreeuwt bij het lezen van de beslissing van justitie, maar niets is minder waar. Nijmegen heeft al zo'n slecht milieu-imago na de vet-affaire uit 1995 toen de gemeente 120 000 gulden boete moest betalen omdat jarenlang het vetafval gewoon op het riool was geloosd, en daar kan dat harde persbericht van het openbaar ministerie niet nog eens bij. De aanval is de beste verdediging, moet d'Hondt denken. In een tegenoffensief laat de burgemeester weten dat het onderzoek van justitie op de inquisitie lijkt, dat er van milieu-misdrijven door de gemeente geen sprake is, dat het onderzoek door de politie 'ondeskundig en onjuist' is en dat het onnodige gerechercheer 'zelfs een mensenleven heeft gekost'. De directeur van het grond- en transportbedrijf blijkt een half jaar na zijn verhoor aan een hartaanval te zijn overleden.

De burgemeester brengt zich met die scheldkanonade wel in een moeilijke positie. Hij heeft namelijk scherpe kritiek op het politiekorps waarvan hij zelf beheerder is. Hij maakt zijn eigen mensen uit voor ondeskundigen. Daarmee maakt de als koele regent omschreven burgemeester zich nog minder populair. Hij is ook verantwoordelijk voor de openbare-ordetaak van de politie, zoals de officier van justitie verantwoordelijk is voor de handhaving, opsporing en vervolging. Normaal zitten de partijen samen met de hoofdcommissaris van politie in het zogenaamde driehoeksoverleg, maar van samen beleid maken is in december geen sprake meer. De bestuurs- en gezagscrisis is compleet in het Nijmeegse.

Justitie heeft de kritiek van d'Hondt hoog opgenomen en stelt op 7 januari in een persbericht dat zij zich 'gegriefd' voelt. Als pesterijtje verwijst zij naar het eerste bericht met de beschuldigingen aan de gemeente Nijmegen dat gemakshalve wordt bijgevoegd. Op het politiebureau nemen Coenraad Rijsdijk, de onderzoeksleider van het Steegstal-team, en districtschef W. Velings plaats achter de personal computer. Na beraad met justitie wordt afgesproken dat Rijsdijk nog eens precies zal optikken hoe het onderzoek naar de gemeente heeft plaatsgevonden. Velings zal de beschuldigingen van de burgemeester aanpakken. Punt voor punt voorziet hij de aantijgingen van commentaar en uitleg, zodat er van een relatie tussen het verhoor en de dood van een van de verdachten, de ondeskundigheid van de politie en de beschuldigingen dat het college niet op tijd is ingelicht, weinig overblijft.

Een dag na het vileine persbericht van justitie ligt ook de reactie van de politie op de zware houten tafel in de werkkamer van de burgemeester. Een week later geeft deze samen met korpschef J. Stoutjesdijk en een vertegenwoordiger van de politie-dienstcommissie een verklaring uit dat er onderling gepraat is en krijgt de plaatselijke krant De Gelderlander de schuld. Die krant zou niet nauwkeurig hebben bericht. Toch hebben veel mensen hetzelfde gehoord als de journalist van De Gelderlander, zegt een gemeentelijk voorlichter.

Afgelopen woensdag heeft de Nijmeegse gemeenteraad de zaak met het college kunnen bespreken, volgende week volgt een tweede vergadering waarop politieke besluiten worden genomen. Omdat het college aanvankelijk weigerde een samenvatting van het onderzoek door het openbaar ministerie aan de raad te verstrekken, heeft justitie op eigen houtje het verslag aan alle raadsfracties gestuurd. Die vragen zich nu af hoe Nijmegen voor de tweede keer binnen enkele jaren in zo'n milieuschandaal is verwikkeld geraakt.

Wethouder W. Hompe, als langstzittende wethouder met diverse portefeuilles op milieugebied, een van de hoofdverantwoordelijken in de grondzaak, probeert dit afgelopen woensdagavond in een bomvolle raadszaal uit te leggen. Nijmegen is een arme stad, een volle stad, met woningnood en werkloosheid. En je hoeft maar een spade in de grond te zetten of je treft verontreinigde grond aan. De ontwikkeling van de stad en de zorg voor het milieu levert een spanning op, regels worden opgerekt en soms gaat de gemeente over die regels heen, zonder dat er overigens gevaar ontstaat voor volksgezondheid of het milieu, merkte hij op. De provincie stelt trouwens dat daarvan wel degelijk sprake is. Maar, zegt Hompe, de milieu-regelgeving is nu eenmaal te beklemmend voor een stad in de groei.

De kleine linkse fracties die in Nijmegen samen met de VVD de oppositie vormen tegen het CDA-PvdA-D66-college, zien ook dat de zorg voor het milieu soms haaks staat op economische ontwikkelingen. Maar in Nijmegen wordt wel erg vaak gekozen tegen het milieu, zeggen zij. Ingewijden op het stadhuis en bij de provincie denken dat ook de regenteske houding van het college, dat de naam Keizerstad weer een geheel eigen invulling geeft, de brede steun van de grote partijen en de daardoor zwakke - ook kwalitatief mindere - oppositie in de raad, heeft geleid tot de ontsporingen.

De provincie heeft deze week laten weten dat Nijmegen eerst zelf de kans krijgt haar goede voornemens naar aanleiding van de vuile-grondzaak uit te voeren, maar dat zij niet zal schromen in te grijpen. In bedekte termen zegt de provincie hiermee dat Nijmegen op milieu-gebied onder curatele staat. Dat derde schandaal mag er niet komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden