'Verdachte militair verdient bescherming'

Advocaat: Tijdens missie zijn rechten onvoldoende gewaarborgd

HAN KOCH

Op papier ziet de positie van een verdachte militair er goed uit. In de praktijk schort er nog aardig wat aan het verwezenlijken van de rechten van de militair die op missie wordt gezonden of buiten de landsgrenzen oefent. De uitgezonden militair, die ook nog eens onder zware omstandigheden moet werken en zijn leven riskeert, verdient beter.

Dat stelt advocaat militair strafrecht Sébas Diekstra. Zijn kritiek krijgt bijval. De Kamercommissie voor Defensie heeft onlangs minister Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) nog een waslijst met vragen gestuurd. Vragen die aan actualiteit winnen nu Nederland aan een nieuwe missie is begonnen, na Afghanistan nu in Mali.

De Nederlandse militair die in Mali zijn boekje te buiten gaat en daar een strafbaar feit begaat, hoeft niet te vrezen volgens lokaal recht te worden vervolgd en berecht. In de Verenigde Naties is afgesproken dat alle buitenlandse militairen tijdens de missie immuniteit genieten en dus alleen worden berecht volgens het recht van het land dat de soldaat uitzendt.

Dat is mooi, maar daarmee zijn de rechten nog niet opgetuigd. De verdachte militair heeft waar dan ook het recht contact te hebben met een advocaat voorafgaand aan het eerste inhoudelijke verhoor. Dat is makkelijk te honoreren in een Nederlandse omgeving. Straks in Goa (Mali) is er geen advocaat bij de hand. De kans is dan groot dat het recht louter en alleen bestaat uit een telefoongesprek via een door het Nederlandse leger aangereikte mobiele telefoon met een mogelijk door de militaire inlichtingendienst (MIVD) afgeluisterde verbinding. Minister Hennis-Plasschaert heeft de Kamer reeds verzekerd dat geen opsporingsambtenaar zal meeluisteren. Die toezegging betreft volgens Diekstra slechts opsporingsambtenaren, zoals de marechaussee, en niet anderen, zoals bijvoorbeeld de MIVD. "Het is totaal onduidelijk of die verbindingsmiddelen wel veilig zijn. Er wordt gesproken over een opsporingsambtenaar die niet mee mag luisteren, maar diensten zoals de MIVD worden daarmee niet uitgesloten. Hun informatie kan via een omweg weer in het proces worden gebruikt. Het gaat er om dat de vertrouwelijkheid in de communicatie met de militair volledig gewaarborgd is, dat is een fundamenteel element van een eerlijk proces."

Onlangs hebben collega's van Diekstra - Geert-Jan Knoops en Michael Ruperti - ook al om opheldering gevraagd over mogelijk afluisteren van hun gespreken door de MIVD.

In zwaardere zaken is een telefoongesprek onvoldoende, feitelijk dient de verdachte militair zijn advocaat te kunnen ontmoeten. Diekstra pleit er dan ook voor om zo snel mogelijk een advocaat in te vliegen. Dat zou de meest ideale oplossing zijn. Diekstra noemt als alternatief videoconferencing, mits er voldoende waarborgen zijn dat de communicatie niet wordt afgetapt.

Tussen een gewone verdachte en een verdachte militair zit volgens Diekstra een groot verschil dat laatstgenoemde extra kwetsbaar maakt. De militair leeft in een omgeving, zeker tijdens een oefening of een missie, waarin er een volstrekt open communicatie dient te zijn tussen de commandant en zijn ondergeschikten. De militair is in het algemeen zeer bereidwillig zijn superieuren informatie te geven. Die houding kan weleens zeer nadelig zijn als de militair van een strafbaar feit wordt verdacht. Hij kan, en Diekstra ziet dat ook regelmatig in zijn praktijk, verklaringen afleggen waarvan hij de gevolgen niet overziet. De militair dient op dat punt dan ook tegen zichzelf beschermd te worden.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden