Verdacht veel nieuwbouw in Somalische wijk

Het losgeld dat Somalische piraten opstrijken, komt ook in buurland Kenia terecht. Somalische vluchtelingen bouwen daar ’klein Mogadishu’.

Hoe kom ik in hemelsnaam naar de overkant? Starend naar de compleet blank staande hoofdstraat van Eastleigh, de Somalische wijk in de Keniaanse hoofdstad Nairobi, dringt die vraag zich als eerste bij mij op. Jongens met handkarren, tot hun knieën wadend door het water, bieden voor tien cent uitkomst.

De gelegenheidsveermannen zijn bijna de enige Kenianen in de wijk. Een Somaliër zou het niet in zijn hoofd halen om voor een habbekrats met blote voeten door de modder te zwoegen. Die zet liever een handeltje op.

En de handel, die floreert in Eastleigh, met afstand de bedrijvigste wijk van de stad. Gouden sieraden uit Doebai, specerijen uit Zanzibar en het stimulerende middel mirra uit de Keniaanse hooglanden, het is allemaal voorhanden. En wie wanhopig verlangt naar een Brits paspoort, kan beter naar ’klein Mogadishu’ dan naar het Britse Consulaat, zo wil het gerucht.

De zakelijke opmars van Somaliërs in Kenia lijkt niet te stuiten. „In de textiel- en elektronicasector hebben wij de koppositie overgenomen van de Indiërs”, zegt Hassan Guleid, voorzitter van een ondernemersvereniging in Eastleigh.

Guleid sluit niet uit dat Somalische piraten, die de Golf van Aden en de Indische Oceaan steeds onveiliger maken, een deel van hun buit naar Kenia doorsluizen via het hawala overboekingssysteem. In Eastleigh is deze illegale bankgiro (zie kader) alomtegenwoordig. „Ze schuilen achter de wisselkantoren, stelt ene ’Hussein’, die werkzaam is in het geldwezen. „Ze stellen geen lastige vragen en er is geen limiet aan de hoogte van het bedrag. Het valt niet te ontkennen dat piratengeld hier belandt.”

Toch blijft het lastig te achterhalen waar al die miljoenen euro’s losgeld van de piraten nou precíes blijven. Hard bewijsmateriaal ontbreekt. Vingers wijzen naar onroerend goed in Eastleigh, waar het ene na het andere winkelgebouw uit de grond wordt gestampt. „Grotere complexen zijn eigendom van informele coöperaties”, aldus zakenman Guleid.

Volgens Omer M. Bahsan, die vanuit Duitsland remigreerde naar Kenia – „hier liggen zakelijk meer kansen” – en in de telecommunicatie werkt, wordt het verhaal over Nairobi als bestemming voor massa’s piratengeld zwaar overdreven. „Er wordt een hetze gevoerd tegen ons Somaliërs, gevoed door jaloezie”, zegt de in keurig pak gestoken man op rustige toon. „Zakendoen met (ex-) piraten betekent je goede naam verliezen.”

Maar geld stroomt nu eenmaal gemakkelijk. Doebai, waar sommige hawala-instellingen hun hoofdkantoor hebben, is zo’n andere voor de hand liggende bestemming voor pirateneuro’s. En natuurlijk Somalië zelf.

„Ik heb een stuk land gekocht en laat een huis bouwen”, zegt Abdi Qadar, terwijl hij nipt van een kopje mierzoete thee. Qadar beweert deel te hebben uitgemaakt van een piratenbende in Bossaso, de hoofdstad van de semi-autonome Somalische regio Puntland, en is naar eigen zeggen door zijn familie verjaagd. „Mijn oom en enkele andere ouderen vonden dat ik de familienaam te schande maakte.” De ex-piraat (28) vertelt hoe hij onder invloed van drank en drugs in twee jaar tijd betrokken was bij twee scheepskapingen, waarmee hij zo’n zestigduizend euro opstreek. Verschillende bronnen bevestigen het beeld dat piratenbendes veel geld herinvesteren in de infrastructuur, speedboten, wapens en radarsystemen.

In Nairobi leidt Qadar een luizenleventje. Als hij zijn mirra-roes heeft uitgeslapen, zo in de loop van de middag, gaat hij de straat op: „Een beetje geld uitgeven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden