Column

Verbondenheid, dat is altijd halleluja natuurlijk, maar in mij begon er iets te brommen

Stevo Akkerman

Vorige week stond in deze krant een dagboeknotitie van Franz Kafka, die me niet zomaar losliet. “Wat heb ik met de Joden gemeen? Ik heb nauwelijks iets met mijzelf gemeen.” 

Prachtig gezegd. Waarom zou je ergens bij willen horen als het al moeilijk genoeg is bij jezelf te horen? Of moet je het dan juist willen? Maar kan dat wel, iets moeten willen?

Die vragen staken opnieuw de kop op toen ik las over de Verklaring van Verbondenheid die woensdag in Dordrecht werd getekend door een veertigtal protestantse kerken, precies vierhonderd jaar na de ellende van de synode van 1619, toen de remonstranten werden verbannen. Verbondenheid, dat is altijd halleluja natuurlijk, maar in mij begon er iets te brommen.

Niet dat ik de feestvreugde wil bederven; ik ben groot geworden in een kerk die zich de waarste ter wereld waande, wat er bijvoorbeeld toe leidde dat ik niet bevriend mocht zijn met een jongen die behoorde tot de op één na waarste. Dan liever de saamhorigheid van nu, al is die nog wat broos: de delegaties die de verklaring tekenden, deden dat ‘namens of vanuit’ hun kerkgenootschap.

Maar wat me afschrok, waren de grote en zware woorden die in Dordrecht werden gesproken. “Kerken naar keuze en secularisatie hebben dezelfde wortel: ze miskennen dat God één is. In hun verdeeldheid verloochenen christenen hun God. Daar past maar één reactie op: boete en bekering.”

Vermaningen

Met die taal en dat denken voel ik me als ‘gelovige ongelovige’ (de term is van Jean-Jacques Suurmond) niet verbonden, en het lijkt me dat dat ook niet hoeft. God is één, maar mensen zijn verschillend, zo is dat nu eenmaal. Er zijn dominees geweest die ongevraagd bij me kwamen binnenvallen om me in naam van God te vermanen, er is van een kansel afgekondigd dat ik mij had onttrokken aan de gemeenschap der heiligen, er is mij gezegd dat ik schuldig was aan de dood van mijn eigen kind omdat ik occult zou zijn – zelfs als ik begrijp waar dat allemaal vandaan komt, dan nog zijn er dingen waar ik mij onmogelijk mee kan verbinden.

Misschien is het ook niet zozeer de verbondenheid van instituties die telt, te Dordt of waar dan ook, maar die tussen mensen, gelovig of niet gelovig. In een kroeg vertelde een man mij eens hoe hij alle boeken uit zijn gereformeerd-vrijgemaakte verleden in de tuin had verbrand, alle behalve de Bijbel. Hoewel ik geen enkel boek zal verbranden en het religieuze vermoedelijk nooit los zal laten, voelde ik me zeer met hem verbonden. Omdat ik zo goed begreep waar hij vandaan kwam.

Persoonlijk heb ik een zwak voor de eenlingen, de mensen die dwalen, die niets meer weten, maar daar niet trots op zijn, degenen die de zaken open kunnen laten, omdat in die openheid alles verscholen ligt. Het was niet alleen dat citaat van Kafka dat mij vorige week trof in de krant, er was nog iets. In een rouwadvertentie stond dit fragment van Meister Eckhart: “God is geen zijn en ook geen denkend zijn en evenmin dit of dat. Daarom is God leeg van alle dingen en juist daarom is Hij alle dingen.”

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden