Verboden DDR-roman gered

Na de Wende verwachtte Duitsland een schat aan romans te vinden, die in de DDR verboden waren. Dat viel tegen. Maar één echte DDR- auteur, die later uit de gratie raakte, werd wél ontdekt.

Werner Brüunig: Rummelplatz. Aufbau Verlag, Berlijn. ISBN 9783351032102, hardcover, 750 blz. euro 24,95

Na de val van de Muur in 1989 waren veel (West-)Duitse literatuurcritici teleurgesteld. Ze hadden een hausse aan zogenaamde Schubladenliteratur verwacht, manuscripten die nooit door de communistische censuur waren gekomen en al die jaren in bureaulades hadden liggen verstoffen. Uitgevers speurden koortsachtig naar onontdekte talenten en dramatische dissidentengeschiedenissen. Maar dat viel tegen. De DDR-schrijvers die in de jaren negentig het verenigde Duitsland overspoelden, waren jong, hip, en scoorden met vlotte, soms ’ostalgisch’ getinte verhalen en sketches over hun verloren land.

Maar waar waren hun voorgangers, de tragische clandestiene kunstenaars gebleven? Een heel aantal, Erich Loest en Reiner Kunze bijvoorbeeld, waren natuurlijk al veel eerder naar het Westen gevlucht, ook al vóórdat de communistische eenheidspartij in 1976 de zanger-schrijver Wolf Biermann praktisch het land had uit gegooid.

Een minstens zo groot deel van de naoorlogse Oost-Duitse literaire opbouwgeneratie was echter bereid als schrijver aan de vestiging van het socialisme bij te dragen. Grootheden als Christa Wolf, Stephan Hermlin en Heiner Müller zijn boegbeelden van deze ’stroming’. Hun boeken konden doorgaans verschijnen, was het niet in de DDR, dan in de BRD. Maar wat is er met de onontdekte en onderdrukte schrijvers gebeurd?

Daar is nu eindelijk een gedeeltelijk antwoord op gekomen. Claus Brüunig reisde in 2005 naar de Leipziger Buchmesse met het meer dan 700 pagina’s dikke manuscript van zijn vader in zijn rugzak en vond er een uitgever voor. Veertig jaar na dato heeft vader Werner Brüunig daarmee alsnog zijn primeur, zij het postuum. Eens behoorde hij, net als de bovengenoemde generatie DDR-schrijvers, tot de ’jonge wilde’ dertigers die rekenschap aflegden van hun leven onder het communisme. Ook zijn roman, ’Rummelplatz’, geheten, weerspiegelt het dynamische en onzekere bestaan in een overgangstijd - hoewel de ontberingen van het kapitalisme van de jaren negentig de vergelijking met het communisme in de vroege jaren vijftig met glans doorstaan.

Brüunig, in 1934 in Chemnitz geboren, was aan het einde van de Tweede Wereldoorlog een gedesillusioneerde scholier, die op de zwarte markt zijn kostje bij elkaar handelde. Hij werd opgepakt, belandde in een opvoedingstehuis, en werd een paar jaar later opnieuw veroordeeld, dit keer voor smokkel over de nog doorlaatbare Duits-Duitse grens. Hij werkte een paar jaar in een papierfabriek, in de mijnen en als stoker in een wasserij. In die tijd deed hij ook zijn eerste schrijfervaringen op. In 1957 werd hij lid van de werkgroep ‘jonge auteurs’ van de Wismut AG, een Sovjet-DDR-onderneming die uraniummijnen runde, en een jaar later accepteerde hij ook het SED-partijboekje.

Brüunig was dus een echt socialistisch rolmodel: van straatschoffie tot schrijvende arbeider. Hij mocht dan ook meewerken aan de ’Greif zur Feder, Kumpel’-campagne en werd in 1961 docent aan het Leipziger literatuurinstituut, waar arbeiders schrijfcursussen konden volgen.

Tegen die achtergrond begon de arbeider-schrijver aan een eigen ultrarealistische roman over het dagelijks leven in de uraniummijnen. Na vijf jaar publiceerde hij een eerste hoofdstuk in neue deutsche literatur, het DDR-literatuurtijdschrift (nr. 10, 1965). De cultuurpolitieke wind was na de eerste Aufbruchs-jaren net na de bouw van de Muur in 1961 echter killer geworden, en Brüunigs vingeroefening schoot partijleider Walter Ulbricht in het verkeerde keelgat.

Ulbricht was op zoek naar zondebokken die hij voor de verderfelijke westerse invloeden op de jeugd verantwoordelijk kon maken. Brüunigs roman, waarin het ruwe mijnwerkersleven – van drinkgelagen, knokpartijen en geslachtsziekten – volop aan bod komt, bood daarvoor een prima aanknopingspunt. De SED liet hem vallen. Brüunig brak zijn werk aan de tekst af. Hij raakte aan de drank en stierf in 1976 op 42-jarige leeftijd aan een longontsteking.

Tot zover de dramatische ontstaansgeschiedenis. Maar maakt dat deze roman ook tot een literaire sensatie zoals de uitgever claimt? Brüunig begint zijn verhaal in 1949, met twee jongens die hun heil als mijnwerker willen beproeven. De één, Peter Loose, omdat het goed verdient, de ander, Christian Kleinschmidt omdat hij als professorenzoon eerst arbeiderservaring op moet doen voordat hij een plekje aan de universiteit kan bemachtigen. Brüunig brengt zowel de desolate toestand van het land, met zijn ruïnes en vluchtelingstromen, als de innerlijke verwarring van zijn hoofdpersonen in beeld. ,,daar zaten ze nu, en speurden de ontgoddelijkte hemel na, en de gestolen horizon, zochten naar avontuur en de enorme wind, en zochten in werkelijkheid een vaderland.” Gelukkig is er ook nog een ervaren mijnwerker en oprechte communist, Hermann Fischer, die met zijn dochter Ruth de jonge vagebonden nieuw houvast biedt.

‘Rummelplatz’, zo heet de jaarmarkt in het fictieve mijnwerkersdorpje, en het is tevens de metafoor voor het socialistische volle leven dat Brüunig met alle ups en downs beschrijft. In deze ontwikkelingsroman tekent hij zowel de wording van een nieuwe staat op, als de vorming van een nieuwe socialistische persoonlijkheid. Dat de roman ondanks de soms houterige clichés en propagandistische rechtvaardigingen (de opstand van 17 juni 1953 wordt als een fascistische couppoging afgedaan) toch meeslepend en authentiek blijft, is te danken aan de eloquente interne monologen en aan de autobiografische ervaringen waar Brüunig creatief uit put.

’Rummelplatz’ is daarmee een echte literaire vondst en sleutelroman voor het leven in de vroege DDR. Maar dan alleen als we aan dit ten diepste idealistische relaas Brüunigs eigen tragische val als slothoofdstuk toevoegen. Beatrice de Graaf

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden