Verbod hoofddoekjes: kloof christendom en oosterse religies

De auteur is rabbijn van het Nederlands Israelitisch Kerkgenootschap.

MR. DRS. R. EVERS

Op de Timotheusschool heeft meer dan de helft van de leerlingen een niet-christelijke achtergrond. Kennelijk had deze bijzondere school er geen bezwaar tegen leerlingen toe te laten, die de uitgangspunten van de school duidelijk niet onderschrijven. Dan moet het schoolbestuur consequent zijn en ook uitingen van andere religies toestaan.

De reactie van de directeur is een toonbeeld van onbegrip voor het belang dat religieuze minderheden hechten aan uiterlijke kenmerken waarin de religieuze traditie wordt benadrukt.

Volgens het ministerie van onderwijs in Nederland mogen scholen officieel het hoofddoekje niet verbieden. Niettemin maken veel Nederlandse scholen bij de aanmelding van nieuwe leerlingen de islamitische ouders er op attent, dat hoofddoekjes op school niet gewenst zijn. Zelfs op openbare scholen is een opmerking van de directeur in de trant van 'je bent nu binnen, dus doe je doekje even af', niet ongewoon.

Is de gemiddelde Nederlander reeds wars van alles wat boven het gemiddelde uitsteekt, al te opvallende uitingen van religieuze betrokkenheid kunnen er bij hem al helemaal niet in. Religieuze uiterlijkheden worden als reactionair, ouderwets en onnodig van de hand gewezen: 'God wil het hart' en 'als je gewoon doet doe je al gek genoeg'.

Cultuurkloof

Er is hier sprake van een duidelijke cultuurkloof tussen het christendom en de oosterse religies als islam en jodendom, waar uiterlijk en innerlijk hand in hand gaan.

Werkelijke tolerantie in een pluriforme maatschappij is meer dan alleen het openstellen van grenzen. Het is een verdragen van de ander in zijn individuele of collectieve eigenheid. Maar juist hiervoor bestaat weinig begrip. Voor religieuze minderheden zijn uiterlijke kenmerken functioneel voor de overlevingskansen van een bepaalde traditie binnen een vreemde omgeving. Voor de 'inner group' zijn de religieuze kentekenen graadmeters voor de waarachtigheid van de innerlijke beleving.

In de ontmoeting tussen christendom - in welke vorm dan ook - en andere religies en ter bevordering van een beter klimaat in de ontmoeting met allochtonen acht ik het juist heel pedagogisch met name de jeugd te confronteren met dit soort uiterlijke verschillen. Opvoeders die deze verschillen willen uitbannen, kan een fundamenteel gebrek aan inzicht in de kinder- en jeugdpsychologie bij culturele en religieuze minderheden worden verweten.

Voorzitter H. Ibelings van het Timotheus-schoolbestuur geeft blijk van een volslagen onbegrip van de identiteitscrisis, die met name de generatie jongeren en adolescenten van immigranten-ouders doormaakt. Nederland stuurt bewust of onbewust aan op een collectief identiteitsverlies bij minderheden.

Door de omgang buiten het gezin komen opgroeiende kinderen in aanraking met normen en waarden die opvallend verschillen van wat hun ouders voorstaan.

Het proces van ontplooiing van een identiteit is - naast vele andere factoren - afhankelijk van de steun die een jongere ontvangt vanuit de maatschappij waarbinnen hij zich beweegt. Wanneer de omgeving vijandig staat tegenover religieuze uitingen in gedrag of kleding ontstaan identiteitsproblemen bij levensbeschouwelijke groeperingen, omdat hun religieuze formules, die lange tijd hebben gefunctioneerd als basis voor een gemeenschappelijke beleving, niet meer blijken te voldoen. Slaagt men niet in een herorientatie dan ontstaat een collectief probleem. Dreiging van collectief identiteitsverlies brengt de 'tweede generatie' in een toestand van verwarring.

Zo gaat zij zoeken naar doctrines en zekerheden die haar een kunstmatige identiteit verschaffen. Groeperingen die als vijandig tegenover de traditionele identiteit worden beschouwd, worden veroordeeld om op deze wijze de eigen positie te rechtvaardigen en kracht bij te zetten.

Idealen

Onze democratie moet jonge mensen idealen kunnen bieden; idealen die acceptabel zijn voor mensen van uiteenlopende achtergronden. In onze pluriforme maatschappij houdt dit in, dat met name de onderwijsinstituten de verschillende tradities als autonoom moeten aanvaarden en dragers van de traditie positief en constructief moeten bejegenen.

In de adolescentieperiode gaat het om het verwerven van een gevoel van identiteit. De deugd die zich in deze fase ontwikkelt is 'trouw': nadat keuzen zijn gemaakt trouw voldoen aan de eruit voortvloeiende verplichtingen. Het gevoel van autonomie leidt tot 'zelfzekerheid'; weigering de religie in de kleding tot uiting te mogen brengen leidt tot (extreme) verlegenheid en een pijnlijk zelfbewustzijn. Onderwijzers en docenten die uitingen van allochtone culturen onvriendelijk bejegenen, veroorzaken een ernstige breuk in het 'self-image' en de zelfverzekerdheid van de tweede generatie, hetgeen een positieve persoonlijkheidsontwikkeling ondermijnt.

De in 1902 geboren psycholoog Erik H. Erikson onderscheidt voorafgaand aan de adolescentieperiode vier ontwikkelingsfasen, elk met hun eigen ontwikkelingstaak. De wijze waarop deze ontwikkelingstaak wordt vervuld is bepalend voor de verdere ontwikkeling van de persoonlijkheid. In de eerste fase moet een fundamenteel vertrouwen tegenover een fundamenteel wantrouwen worden ontwikkeld. Daar de eerste perioden zich voornamelijk in het gezin afspelen, heeft de impliciet-vijandige omgeving nog niet veel invloed. Maar tussen het zesde en twaalfde levensjaar verandert dit ingrijpend. In deze fase gaat het om constructiviteit tegenover minderwaardigheid. Reeds in deze fase, die dus nog ver voor de adolescentieperiode ligt, bestaat het gevaar dat zich een min of meer blijvend gevoel van minderwaardigheid ontwikkeld.

De ver voorgeschreden kennis van de ontwikkelingspsychologie en de inmiddels hoog ontwikkelde kinder- en jeugdpsychologische inzichten staan in schril contrast tot de middeleeuwse opvattingen, die binnen het Timotheus schoolbestuur opgeld doen. Ware naastenliefde is de ander accepteren zoals hij is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden