Essay

Verbeelding, grijp opnieuw de macht

Beeld TR BEELD

Vrije seks en wereldvrede - Ger Groot zag de idealen van 1968 mislopen. Hij hoopt dat de verbeelding weer gaat regeren. En nu goed.

Het was mei '68 en hommeles in Parijs. Dat was in die tijd veel verder weg dan nu, maar niet zó ver dat berichten over wat daar gebeurde niet doordrongen. De jonge stagiaire die Frans gaf op mijn middelbare school kreeg voor één keer de klas bijna muisstil met haar uitleg van wat zich rond de Sorbonne allemaal afspeelde. De verbeelding aan de macht, en die macht weer in handen van studenten: dat sprak tot de verbeelding van ons, gymnasiasten die twee jaar later óók student hoopten te worden.

Lang heeft dat niet geduurd. Al in juni van dat jaar behaalde de verguisde president De Gaulle in Frankrijk een overweldigende meerderheid bij haastig uitgeschreven parlementsverkiezingen. De orde moest terug en dat betekende voor de opgeschrikte Fransman vooral een terugkeer naar een beproefde werkelijkheid, wars van de gekkigheid van de verbeelding.

Op internationaal vlak stemde de Sovjet-Unie daar in datzelfde jaar nog van harte mee in. De voorzichtige democratische experimenten die in haar satellietstaat Tsjechoslowakije vanaf januari een Praagse Lente op gang hadden gebracht, werden met een legerinval resoluut de kop ingedrukt. Ook in de verhoudingen tussen Oost en West mocht de verbeelding niet teveel kansen krijgen.

In Vietnam trachtten de VS een dam op te werpen tegen een opmars van het communisme waarop menige activist in het Westen zijn geheime dromen projecteerde. Een wereld van gerechtigheid en, zoals de Nicaraguaanse priester- dichter Ernesto Cardenal zou schrijven, 'gelijk verdeeld de overvloed'. Als dat eens waar kon zijn...

Een halve eeuw later lijken die dromen nog niet veel dichterbij gekomen te zijn. Ja, het communisme is grotendeels verslagen. Niet omdat de VS in Vietnam een klinkende overwinning behaalden, integendeel, maar omdat het vanaf 1989 onder zijn eigen onmacht begon te bezwijken en vervolgens de beerput openging die sceptici er altijd al in hadden vermoed.

En de wereldvrede, een van de andere idealen van mei '68, waar is die?

Nomadische mens

Na de Parijse studentenrevolutie werd de conservatieve maatschappij progressiever, vooral op het vlak van de seksualiteit. Eerlijk gezegd was het de studenten daar ook allereerst om te doen geweest. Vrije toegang van jongens tot de studentenhuizen waar de meisjes woonden: dát was de eis waarmee alle oproer begonnen was in de troosteloze Parijse voorstad Nanterre.

De vrije mens die de studenten van mei '68 voor ogen hadden, zou niet langer bekneld zitten in de tredmolen van boulot-métro-dodo: werken, reizen, slapen. Hij zou een 'nomadische' mens worden. Die nomade kwam er, in de neoliberale gestalte van de eindeloos flexibele zzp-er zonder vaste werkstek of baanzekerheid. Zonder vrije seks ook, trouwens.

Aanvankelijk werden tegen het einde van de jaren zestig de nodige taboes geslecht. Dat was niet alleen aan verlichte denkbeelden te danken. Ook de uitvinding van de anticonceptiepil verloste het voor-, buiten- en trouwens ook binnenechtelijke rollebollen van menige remming. Net als de grootschalige aanleg van centrale verwarming - remedie tegen de ijzige koude die in de vaderlandse slaapkamers de geslachtelijke uitbundigheid had geremd.

Na de Summer of Love van 1967 in het Californië van de hippiebeweging en de roep op geslachtelijk gemengd wonen in de Franse studen- tenflats een jaar later leek het hek van de dam. In werkelijkheid viel dat nogal mee - of tegen. Eenmaal zelf in Parijs beland moest ik ontdekken dat dat hek nog stevig op slot zat. Een met opwinding verbeide avond liep nogal eens uit op een kuise zonsondergangswandeling door de Tuilerieën.

Ook de hippiedromen van universele knuffelvrijages kwamen niet uit. Seks bleek nauwelijks minder problematisch dan voorheen, nadat het verbod iets te haastig bleek te zijn ingewisseld door het gebod 'Gij zult neuken'. Wie er niet aan meedeed was een beetje een zielepoot wiens onderbewustzijn dringend van de nodige complexen en inhibities bevrijd moest worden.

Nieuwe preutsheid

Menigeen verleende daarbij graag de nodige hand- en spandiensten. De jaren zeventig werden een paradijselijke speelplaats voor bijdehandjes die het idioom van seksuele bevrijding gewiekst wisten aan te wenden om zichzelf tussen de lakens van prettig en afwisselend gezelschap te voorzien.

Niet iedereen vond dat prettig, maar het zou decennia duren voordat openlijk kon worden opgebiecht hoe tiranniek die vrijheid eigenlijk had uitgewerkt. En ook toen ging het hek van de dam, zij het in omgekeerde richting. Of het nu om de Rufmord gaat waarmee elk gerucht van seksueel wangedrag iemand inmiddels maatschappelijk kan vernietigen: de geslachtelijke vrijheid is teruggejaagd in het hok waarin ze tot aan de late jaren zestig onder controle werd gehouden.

De nieuwe preutsheid verbant eeuwenoude schilderijen naar de depots van kunstmusea of wil ze verwijderd zien van tentoonstelling, zoals Balthus' 'De dromigere Thérèse' of 'Hylas en de nymfen' van Waterhouse. Hun aanstootgevende naaktheid moet even resoluut aan de ogen van het publiek worden onttrokken als ooit de geslachtsdelen op Michelangelo's fresco's in de Sixtijnse Kapel. Een nieuwe censuurdrift >>

hanteert het rode potlood van de vrouwonvriendelijkheid zo mogelijk nog rigoureuzer dan de oude die van het goedburgerlijk fatsoen.

Vreedzame wereld

En hoe zit het met de wereldvrede? Twee eeuwen geleden was de Pruisische filosoof Immanuel Kant daar hoopvol over. In 1795 publiceerde hij zijn geschriftje 'Over de eeuwige vrede'. Die is 'geen holle idee', zo prent hij zijn lezer in. Ze is wel degelijk realistisch, 'zij het alleen in een tot in het oneindige voortgaande benadering'.

Wie naar de huidige wereld kijkt, ziet dat het grootste deel van Kants voorstellen inmiddels werkelijkheid geworden is - en dat dat inderdaad tot een aanzienlijk vreedzamer wereld geleid heeft. Zelfs wanneer we de bloedige eerste helft van de twintigste eeuw en de miljoenen doden van de Eerste en de Tweede Wereldoorlog meetellen, dan nog wordt de gestage afname van het oorlogsgeweld in het laatste halve millennium er nauwelijks door onderbroken. Dat wij door gewelddadige conflicten in het heden of recente verleden zo diep geschokt worden, komt waarschijnlijk vooral doordat zij almaar schaarser geworden zijn.

Oorlog beschouwen we niet meer als normaal of als de 'natuurtoestand' die Kant er nog in zag, maar als een ethisch schandaal. We meten, met andere woorden, de werkelijkheid reeds af aan het ideaal, en móeten dan wel constateren dat die eerste hopeloos bij de tweede tekortschiet. Dat 'hopeloos' denken we erbij, als uitdrukking van onze even morele als paradoxale schrik.

In werkelijkheid is de situatie helemaal niet hopeloos, maar juist veelbelovend. We worden collectief almaar vreedzamer: daar doen Donald Trumps allergrootste atoomknop, Korea's lange-afstandsraketten, de verschroeide aarde van IS en zelfs de nu onzichtbaar woedende Russische cyberoorlog niets aan af.

Een echte ideale 'eeuwige vrede' hebben we nog niet. Het allerlaatste sluitstuk daarvan zal wel vergeefse hoop blijven en wie door het geweld getroffen wordt, schiet met alle hoop weinig op. Maar daarom concluderen dat het alle- maal vergeefse moeite is, zou - onder de dekmantel van compassie - wel erg cynisch zijn. Laten we onze zegeningen blijven tellen, al zijn ze niet oneindig.

Angst

Zo is de verbeelding die in mei '68 eventjes aan de macht kwam een gemengde zegen gebleken. In West-Europa genieten we al meer dan een halve eeuw van vrede en voorspoed. Maar met het ideaal van de 'nieuwe mens', ontketend van huisje-boompje-beestje, wilde het een stuk minder goed lukken. Waarom liep de seksuele vrijheid, die door zoveel mensen met opluchting werd begroet, uit op een nieuw dictaat, waaronder zich decennia later heel wat dwang en geweld bleek te verschuilen?

Is het alleen angst die mensen doet terugschrikken en vervallen in de vertrouwde sleur van wat bekend en dus niet bedreigend is? Of lijdt de fantasie aan een inherent manco, dat haar blind maakt voor haar eventuele ontsporingen - en deze daarmee zelf bij voorbaat onvermijdelijk maakt?

Wie een ideale wereld ontwerpt, zal vroeg of laat geconfronteerd worden met de schaduw daarvan, waarin zich allerlei on-gedachten en vergeten complicaties blijken te verschuilen. Zoals het evangelie van de vrije liefde aan het eind van de jaren zestig eventjes vergeten was dat met al die knuffelseks de werkelijkheid van macht, manipulatie en bedrog nog niet de wereld uit was.

En dan kan die werkelijkheid hard terugslaan - de droom wordt een nachtmerrie. Onbegrijpelijk misschien, omdat het allemaal toch zo goed bedoeld was, en zo goed uitgedacht. Waarom zou 'gelijk verdeelde overvloed' geen ideale samenleving teweegbrengen waarin iedereen eindelijk zijn deel zou krijgen? Waarom slaat het geluk niet toe wanneer het geknevelde libido te langen leste van zijn banden wordt ontdaan? Waarom slaan omwentelingen steeds weer volstrekt andere wegen in dan het idealistische vuur had gewenst: leidden de Franse en Russische Revolutie tot ongekende bloedbaden en bracht internet ons geen nieuw soort democratie maar vooral heel veel porno?

Een nieuwe geluid

'Vrijheid, gelijkheid en broederschap' beloofde ooit de Franse Revolutie, alsof die drie elkaar niet onmiddellijk in de haren vliegen. Liberalisme, socialisme en nationalisme zijn er de respectieve politieke vertalingen van. De afgelopen twee eeuwen kun je terugbrengen tot de onderlinge strijd tussen die drie. Een vrede waarin elk van hen zijn ideaal realiseert, is onmogelijk: daarvoor spreken ze elkaar nu eenmaal te kras tegen. Hoogstens kun je hopen op een wapenstilstand waarin hun wensen tot een optimaal compromis zijn uitgekristalliseerd.

Ironisch genoeg schippert de filosofie - en mét haar de hele menselijke beschaving - voortdurend tussen de uitersten van idealisme en berusting, hoop en vrees, tolerantie en begeeste- ring. Was dát het wat het magische jaar 1968 duidelijk maakt? Hunkering naar vrijheid en tegelijk de angst daarvoor?

Als dat zo is, dan is in de afgelopen halve eeuw de cyclus helemaal doorlopen. De benepenheid waarmee op de campussen van Nanterre werd afgerekend is weer helemaal terug. Het 'verbod om te verbieden' waartoe in de graffiti van Parijs werd opgeroepen heeft zijn backlash gekregen in een haastige roep om het verbod van wat dan ook. De belofte van avontuurlijk leven is uitgemond in een leven dat door niets meer wenst te worden verstoord, geïrriteerd of verontrust. De vlucht uit de gezapigheid van de jaren '50 is uitgemond in een verlangen naar de gezapigheid van het 'correcte', en wat ooit een avant-garde was is nu de grootste zedenmeester.

Daartegenover mag de verbeeldingskracht best wel weer een greep doen naar de macht. In de zelfbewuste overtuiging dat zij niet de redeloosheid maar juist een verjongde rede op de barricaden brengt - en daarbij het lichaam niet ver- geet. Niets is zo prikkelend als Parijs in de lente of als de filosofie in mei. Het denken bloeit, de zinnen broeien. Er hangt iets veelbelovends in de lucht: een nieuw geluid.

'Wees realistisch, vraag het onmogelijke', kalkte in die verre meimaand van 1968 iemand op de balustrade van een Seinebrug.

Henk Steenhuis interviewt Ger Groot tijdens de Nacht van de Filosofie. 30/3, 19.30-3.00u, OBA, Oosterdokskade 143, Amsterdam. Trouwlezers krijgen korting via trouw.nl/exclusief.

Cover De Jonge Denkers Beeld Lemniscaat

De Jonge Denkers

Het essay van Ger Groot is een bewerking van het nawoord dat het schreef bij de bundel 'De Jonge Denkers', waarin jongeren hun licht laten schijnen over de leus 'Verbeelding aan de macht'. 

Met die leus tartten jongeren in 1968 de gevestigde orde. Inmiddels zijn we vijftig jaar verder: wat vinden jongeren hier nu van? VO-docenten Filosofie vroegen het aan scholieren tussen de zestien en achttien jaar. Van de tientallen korte essays die dit opleverde zijn de beste veertien in een unieke bundel bijeengebracht.

De Jonge Denkers, Verbeelding aan de macht, Lemniscaat, pb. 160 pagina's. Vanaf 4 april 2018 in de boekhandel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden