Verantwoorde chocola van Willy Wonka

De honderdste geboortedag van schrijver Roald Dahl wordt wereldwijd gevierd. Marc van Dijk buigt zich over de corporate identity van Willy Wonka, in tijden van verantwoorde chocolade.

Marc van Dijk (1979) is journalist, schrijver en initiator van kunstenaarsinitiatief Paleis van Mieris. Voor Trouw schrijft hij de rubriek Filosofisch Elftal.

Soms, bijvoorbeeld als ik multimiljardair Elon Musk zie, moet ik denken aan Willy Wonka. Die overmoedige jongen met pretoogjes in de gedaante van een volwassen man, schatrijk geworden van Tesla en Paypal en nu bezig raketten te bouwen om naar Mars te vliegen. Stelt hij in alle ernst dat het zeer waarschijnlijk is dat wij allemaal in een computerspelletje leven, dan gaat dat als nieuws de wereld over. Sommigen hebben hun hoop op hem gesteld om de wereld te redden, wat hij ook prima kan, zal hij niet ontkennen. Al gaan zijn raketlanceringen ook regelmatig mis. Heerlijk om te volgen.

Maar is Willy Wonka eigenlijk wel zo'n aimabel personage? De briljante industrieel uit Roald Dahls 'Sjakie en de chocoladefabriek' (1964) is een moralist, zoveel is zeker. Hij heeft een fysieke weerzin van slecht opgevoede kinderen. Hij stelt heel wat meer esthetische en morele eisen dan alleen 'slaafvrij'. Zo is hij gebrand op schoonheid: "Ik kan lelijke dingen in mijn fabrieken niet verdragen!"

Moet zijn overdonderende esthetiek iets verbloemen? Hij is bepaald geen Tony Chocolonely, als baas van een compleet volk van kleine mensjes uit een ver land, de Oempa-Loempa's. Ze komen volgens Dahls beschrijving 'tot de knie', hun huid is donker, 'bijna zwart', en ze hullen zich in eenvoudige, zeg maar rustig primitieve kleding, bestaande uit hertevachtjes (de mannen) en bladeren (de vrouwen). En dan lachen ze ook nog eens graag hun witte tanden bloot en zijn ze steengoed in zang en dans. Ook de tekeningen (van Faith Jaques) in mijn exemplaar, een beduimeld afgeschreven bibliotheekboek, tonen kleine zwarte mensjes.

In deze tijd bij elkaar voldoende koloniale en racistische clichés om Dahl postuum aan te klagen of herschrijving te eisen. Iets dergelijks is direct na verschijnen al gebeurd. Dahl schrapte de term 'zwarte pygmeeën'. In de eerste verfilming (1971), waarvoor Dahl zelf het scenario schreef, waren de Oempa-Loempa's niet zwart maar oranje, met groen haar. Bovendien droegen ze moderne kostuums in plaats van vachten of bladeren. Later maakte Dahl ook in het boek de Oempa-Loempa's blond en blank, hoewel de primitieve kleding bleef. Er kwamen ook nieuwe tekeningen (van Quentin Blake).

Volgens het verhaal zijn de Oempa-Loempa's Kakau-bouters, een kaboutersoort voor wie cacao een soort eerste levensbehoefte is. Als we Willy Wonka kunnen geloven - en we hebben weinig keus, want hij is wat betreft Oempa-Loempa-grafie de enige bron - heeft hij ze persoonlijk ontdekt in een verre jungle. Ze leefden daar uit gegronde angst voor wilde beesten in de toppen van bomen en ze moesten zich voeden met walgelijk smakende rupsen. Wonka beloofde hun onbeperkt cacaobonen en chocolade als ze in zijn fabriek zouden komen wonen en werken. De Oempa-Loempa-hoofdman stemde hier enthousiast mee in. Wonka smokkelde het complete volkje per schip mee in grote pakkisten, 'met gaatjes erin natuurlijk'.

Dankzij de Oempa-Loempa's kon Willy Wonka zijn fabriek weer opstarten. Die had hij gesloten omdat zijn geheime recepten ontvreemd werden door bedrijfsspionnen. De Oempa-Loempa's zijn in zijn ogen de ideale arbeiders; ze verlaten de fabriek nooit. Van buiten zagen mensen af en toe kleine gestaltes lopen achter matglas - voer voor speculatie. De fabriek werd een nóg geheimzinniger plek. Schijnbaar onmogelijke heerlijkheden kwamen er vandaan, door mysterieuze ambachtslieden vervaardigd. Niet voor niets ontstaat er een wereldwijde hype als Wonka vijf toegangskaarten voor een exclusieve rondleiding in zijn repen verstopt in de vorm van gouden wikkels.

De jonge vinders van de wikkels en hun ouders blijken allemaal even onuitstaanbaar te zijn, behalve de eenling Sjakie, die opgroeit in een Dickensiaans decor van armoede en honger. Zodra hij en de andere kinderen de fabriek betreden, dreigt er gevaar. Vanwege hun zwaktes, klassieke zonden en ondeugden als vraatzucht, hebzucht, egoïsme en apathie, brengen de uitverkorenen zichzelf stuk voor stuk in de problemen - waarschuwingen van Wonka negerend.

De Oempa-Loempa's functioneren hierbij als naargeestig vrolijke wraakengelen; zij zijn het die de kinderen bijna terloops wegvoeren als die zich niet hebben kunnen bedwingen. Onderwijl zingen ze moralistische liedjes over de reden voor de straf. Het mogen dan mensjes zijn van kabouterformaat, al snel zijn ze ronduit intimiderend. En ze bestraffen ook de ouders, want zij hebben de ellende volgens de Oempa-Loempa's veroorzaakt.

Willy Wonka kan of wil de zorgen van de ouders over het lot van hun ontaarde kroost niet geheel wegnemen - als er weer een kind verdwijnt via een buis of gat, stamelt hij iets in de trant van 'misschien is dit toevallig een van de dagen waarop de vuilverbrandingsoven niet aan staat'.

Het is wat het personage Willy Wonka zo fascinerend maakt: hij leeft in een zelfgeschapen, verborgen paradijselijk imperium vol van vondsten waar kinderharten sneller van gaan kloppen, maar hij is geen kindervriend. Integendeel, hij gaat zelden in op hun vragen en lijkt er zelf een bijna kinderlijk genoegen in te scheppen als de Oempa-Loempa's er weer eentje afvoeren. Vaak begint hij dan te giechelen.

Waarom Wonka zich zo gedraagt, blijft bij Dahl (zowel in het boek als in de door hem geschreven eerste verfilming uit 1971) een groot mysterie. Voor de producenten van een remake in 2005 was dit kennelijk onverteerbaar. Willy Wonka kreeg een back story, compleet met vader-complex en jeugdtrauma; hij werd opgevoed door een strenge tandarts die hem met een enorme beugel liet rondlopen en die hem verstootte toen Willy hem vertelde dat hij chocolatier wilde worden.

Zo werd de in 2005 door Johnny Depp vertolkte Wonka vergeleken met Michael Jackson: geniaal, maar bovenal bleekjes, contactgestoord, eenzaam levend in zijn eigen pretpark. Hoe origineel en eigentijds die interpretatie ook was, hoe duizelingwekkend en perfect de fabriek ook oogde, het was alsof de ziel uit het sprookje was gewist. Plotseling draaide alles om een duimendik ingewreven familiemoraal. Wonka moest zijn trauma overwinnen en Sjakie, die zijn familie boven alles stelde, moest hem hierbij helpen.

Nee, dan de eerste verfilming uit 1971, met de Wonka-vertolking van de vorige week overleden acteur Gene Wilder. Als Wonka zichzelf hierin voor het eerst vertoont voor publiek, valt de toegestroomde menigte stil. De legendarische industrieel begint aan een wandeling over een smalle rode loper richting het hek waarachter de mensen hem vol verwachting aanstaren. Hij beweegt als een oude man. Hij gebruikt een wandelstok, die bij elke stap schel op de stenen tikt.

Als hij het hek bijna heeft bereikt, blijft zijn stok steken tussen twee voegen. Zijn lichaam beweegt voort alsof er niks mis is, maar zijn hand zoekt paniekerig naar de achtergebleven stok. Tevergeefs.

Langzaam begint hij voorover te vallen, stijf als een plank. Het publiek houdt de adem in - breekt de grote Wonka bij zijn eerste, langverwachte verschijning zijn nek? Maar net voordat het te laat is, maakt hij een bliksemsnelle koprol en springt hij als een circusartiest recht overeind. Het publiek juicht, Willy Wonka lacht.

Deze introductie van Wonka was niet bedacht door Dahl, maar door Wilder. In een interview vertelde hij een paar jaar geleden dat op deze manier vanaf de eerste minuut niemand nog zou weten of Wonka liegt of de waarheid spreekt. Klopt het als hij wiebelig lachend zegt dat alles goed komt met de weggevoerde kinderen? Heeft hij de Oempa-Loempa's eigenlijk wel in de hand? En de machines?

Je kunt van Willy Wonka geen verantwoorde chocoladefabrikant maken. Daarvoor lijkt hij te veel op een traditionele duivelsfiguur, die precies de verslavingen bedient van degenen tegenover hem en die er een satanisch genoegen in schept als zwakkelingen in zijn val trappen. En daarvoor is ook zijn relatie met de Oempa-Loempa's te ambivalent.

Maar je kunt hem ook niet wegzetten als een harteloze industrieel die over lijken gaat. In alle versies, ook in het boek, komen alle kinderen uiteindelijk de fabriek weer uit, ze worden dus niet werkelijk vermalen (en dat is wel eens anders bij Dahl, zoals in het verhaal over een vegetariër die in een slachterij eindigt).

Uiteindelijk heeft Wonka zijn gouden-wikkel-actie opgezet met een vrij zuiver doel; hij zocht een gelijkwaardige opvolger, even kinds als hijzelf. En waarom voldoet uitgerekend Charlie aan de eisen, wat heeft die jongen beter begrepen dan alle anderen? Hij is beleefd en niet inhalig, tv-verslaafd of ongemanierd. Maar Sjakie is vooral uniek door zijn niet-aflatende bereidheid te geloven wat Wonka allemaal vertelt, hoe onvoorstelbaar en ongeloofwaardig het ook klinkt. Hij heeft nog de zuivere, onbedorven fantasie waar Wonka naar zoekt.

De Roald Dahl Estate, die vanuit Londen de rechten van alle Dahl-boeken beheert, wordt geleid door Luke Kelly, een 30-jarige kleinzoon van de schrijver. 'Ieder kind op de wereld moet een verhaal van Dahl kennen,' luidt zijn torenhoge ambitie. Zijn club slaagt erin om Dahl voor te behouden aan grote en oorspronkelijke regisseurs als Tim Burton, Wes Anderson en Sam Mendes. Er zijn Dahl-apps en niet minder dan 23 film-, tv- en podiumproducties in ontwikkeling, waaronder een nieuwe Broadway-musical van 'Sjakie', na succes in Londen. De Estate leent de Dahlpersonages ook aan bedrijven als Nestlé, Persil en McDonalds. Van de opbrengst zou 10 procent naar goede doelen gaan, maar over de cijfers is geen openheid.

Chocola van Willy Wonka moet je niet keuren met dezelfde criteria als chocola uit Ghana. Roald Dahl heeft wereldwijd 250 miljoen boeken verkocht met een oeuvre waarin wreedheid en sadisme hand in hand gaan met magie en heldenmoed, zoals in veel universele sprookjes. Ouders hebben er vaak meer moeite mee dan hun kroost. Zoals Gene Wilder zei in een tv-show: "De moeders waren bang, niet de kinderen. Die begrepen het als zinnespel."

De literaire fantasie mag nooit een slaaf worden van de maatschappelijke moraal. In plaats van je af te vragen of Willy Wonka wel deugt, kun je je beter afvragen waarin je zelf op Willy Wonka lijkt.

Maar de Roald Dahl Estate zou best wat kritischer mogen nadenken over zijn partners. Wie een schat aan krachtige verhalen beheert, moet goed nadenken over de doelen waaraan die verbonden worden. En wie eerlijke chocolade wil maken, heeft krachtige verhalen nodig. Misschien passen Willy Wonka en Tony Chocolonely toch beter bij elkaar dan in eerste instantie lijkt. In elk geval kunnen ze veel van elkaar leren.

de bedrijfsethiek van Willy Wonka

Alles voor de smaak

In zijn fabrieken verdraagt Willy Wonka geen lelijkheid. Hij houdt van show en kleurrijk, flitsend design.

Wees onbescheiden

Kauwgom als een drie-gangendiner, tv die dingen en mensen kan transporteren. Wonka zoekt niet zomaar vernieuwing, maar vondsten 'die de wereld zullen veranderen'. Hij droomt zo groot als maar kan.

Leid ze in verzoeking

De stunt met de Gouden Wikkels leidt tot een wereldwijde explosie van Wonka-producten; een briljant staaltje marketing.

Kolonialisme is oké

Zijn de Oempa-Loempa's via smokkel getransformeerde slaven? Wonka schaamt zich hier niet voor, in tegendeel: hij heeft hun leven toch verbeterd?

Mensen zijn ook maar middelen

Wonka's ethiek is anti-Kantiaans: hij heeft er geen moeite mee om mensen in te zetten als middel. De kinderen in het verhaal zijn letterlijk en figuurlijk proefdieren met wie hij speelt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden