Verantwoord beleggen, nog altijd niet vanzelfsprekend

Pensioenbelegger PGGM trekt geld terug uit Israëlische banken, bleek vorige week. APG, van ambtenarenfonds ABP, stapte uit het Japanse kernenergiebedrijf Tepco. Verantwoord beleggen trekt opeens weer de aandacht. Hoe belangrijk is het voor de fondsen zelf?

De pensioenfondsen doen hun best, zeggen twee deskundigen op het gebied van duurzaam beleggen. Maar er valt nog een wereld te winnen. "Verantwoord beleggen is vooralsnog een vak apart voor de pensioenbeheerders", constateert Harry Hummels, hoogleraar ethiek, organisaties en samenleving aan de Universiteit Maastricht. "Ze hebben er een aparte afdeling voor. Het zijn niet de beleggingsmanagers zelf die zich ermee bezig houden. Die maken geen integrale afwegingen. Het gaat toch vooral over risico en rendement. Pensioenfondsen doen wel onderzoek naar duurzaamheid en de kwaliteit van investeringen, maar dat is iets anders dan verantwoord beleggen volledig integreren. Dat gebeurt nog maar mondjesmaat."

Hoe de Nederlandse pensioenbeleggers op dit punt scoren, brengt de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) elk jaar in kaart. De VBDO, waar kleine en grote beleggers bij zijn aangesloten, legt het beleid, de uitvoering en de verantwoording van de vijftig grootste pensioenfondsen langs de meetlat en maakt een top-50. De conclusie van het laatste onderzoek: de intenties zijn goed, zeker bij de grote pensioenbeleggers, maar de praktijk is weerbarstig. Dat komt onder meer door de manier waarop pensioenen in Nederland beheerd worden. Er is een fonds, zoals het ABP dat de pensioenen voor de overheid en de zorg regelt. Dat wordt geleid door een bestuur waarin de sociale partners, werkgevers en werknemers zitten. Zij moeten beleid uitstippelen. Het vermogen van ABP, bijna 300 miljard euro, wordt beheerd door APG, waar een directie aan het hoofd staat. PGGM is de vermogensbeheerder van het grote pensioenfonds Zorg en Welzijn. Daarnaast zijn een paar kleine fondsen bij PGGM aangesloten. PGGM heeft een vermogen van rond de 150 miljard euro.

De meeste besturen lopen niet voorop als het gaat om verantwoord beleggen, ziet Giuseppe van der Helm, directeur van de VBDO. "Die mensen hebben hun sporen verdiend, maar op een ander vlak dan duurzaamheid. Het is meer ondanks, dan dankzij de besturen dat er duurzaam belegd wordt. Hun deskundigheid op dat gebied is nog maar heel beperkt. Volgens de wetgeving moeten ze erover rapporteren, maar dat kunnen ze ook delegeren. Het zijn de vermogensbeheerders die het doen. Belangrijk is wat de deelnemers willen, maar dat wordt ze door de besturen niet gevraagd. Slechts 22 procent van de fondsen consulteert de deelnemers."

Die deelnemers, gepensioneerden en werknemers, roerden zich wel in 2007 toen tv-programma 'Zembla' aan het licht bracht dat er Nederlands pensioengeld in clustermunitie was geïnvesteerd. De kwestie heeft de pensioenbeleggers, in ieder geval de twee grote, wakker geschud. Zowel APG als PGGM, maar ook de overige pensioenbeleggers, hebben sindsdien hun inspanningen om het geld verantwoord te beleggen flink opgeschroefd.

"Maar de meeste druk om duurzamer te beleggen komt doorgaans minder van de leden en de besturen en meer van regelgeving, de publieke opinie en de ngo's", zegt Van der Helm. De pressie neemt toe, dat voelen de investeerders. Ze willen echter in hun afwegingen niet afgaan op vage criteria of op de waan van de dag. "Beleggers baseren zich zoveel mogelijk op internationale richtlijnen, van de Oeso, de arbeidsorganisatie ILO, op verdragen over mensenrechten, kinderarbeid en op uitspraken van het internationale Hof van justitie. In juni 2011 heeft de Oeso bijvoorbeeld de richtlijnen voor investeerders op het gebied van mensenrechten aangescherpt."

PGGM beroept zich bij de terugtrekking uit vijf Israëlische banken dan ook op internationale richtlijnen. Die banken financieren illegale nederzettingen in de bezette gebieden. De nederzettingen zijn 'volkenrechtelijk onrechtmatig', het geld terugtrekken is daarmee geen politieke beslissing, verklaart PGGM. Dat vervolgens wel de Nederlandse ambassadeur in Israël op het matje wordt geroepen, heeft Van der Helm en Hummels hogelijk verbaasd. "Het wordt enorm gepolitiseerd", zucht Van der Helm. "Alsof er sprake is van een boycot. Terwijl PGGM juist zijn verantwoordelijkheid neemt op basis van internationale richtlijnen, en hier ook nog eens helder over communiceert. Het gaat bij duurzaam beleggen niet alleen over mooie plannen, maar over een concrete impact op de wereld om je heen."

Lang niet altijd roepen dit soort besluiten van investeerders zoveel discussie op. Soms is het onomstreden dat een investering niet in de haak is. Wat betreft de clustermunitie is het inmiddels glashelder: sinds 1 januari 2013 geldt voor beleggers die onder het Nederlandse toezicht vallen een investeringsverbod. Dat is een uitwerking van het internationale verdrag dat de productie en het gebruik van clusterwapens verbiedt. Nederland heeft dat verdrag, dat in 2011 in werking trad, getekend.

Zo zijn er nog een paar duidelijke handvatten. Zowel APG als PGGM kopen geen staatsobligaties van landen die onder een wapenembargo van de VN-Veiligheidsraad vallen, bijvoorbeeld Noord-Korea, Libië, Congo en Soedan. Ook de productie van chemische en biologische wapens is uitgesloten. Kernwapens is bij de een in de ban, bij de ander voorzover de fabricage strijdig is met internationale afspraken, vastgelegd in het non-proliferatieverdrag.

Maar dan houdt het wel op met de makkelijke beslissingen. Voorbij het wapentuig is het een kwestie van onderzoeken, internationale verdragen interpreteren, praten met bedrijven om ze op een ander spoor te krijgen en uiteindelijk een knoop doorhakken. PGGM, dat de pensioenen voor de zorgsector beheert, investeert sinds vorig jaar niet meer in tabaksfabrikanten. De bedrijven zijn niet zomaar doorgestreept, PGGM heeft met ondernemingen gepraat over arbeidsomstandigheden, kinderarbeid en de marketingcampagnes gericht op jongeren. De gesprekken leverden niet genoeg op, maar uiteindelijk woog ook zwaar dat het product tabak 'een lastige relatie heeft met de sector zorg en welzijn', aldus de uitleg van PGGM.

APG heeft het kapitaal bij het Japanse Tepco weggehaald, omdat het rond de ramp met de centrales in Fukushima in strijd handelde met de mensenrechten. Het heeft onverantwoorde risico's genomen en het milieu onnodig vervuild. Er is nog wel gepraat met Tepco, maar dat leverde geen uitzicht op verbetering op. Het Chinese oliebedrijf Petrochina trof eenzelfde lot, en kwam in 2012 op de zogeheten 'uitsluitingslijst' van APG vanwege het schenden van mensenrechten in Soedan. Ook PGGM steekt geen euro meer in het bedrijf. Het Amerikaanse supermarktconcern Walmart kan sinds vorig jaar niet meer rekenen op geld van de twee grote Nederlandse pensioenbeleggers. Maar liefst vijf jaar is er met het bedrijf een 'dialoog' gevoerd om de werknemers te helpen aan de vakbondsrechten waar ze volgens internationale afspraken op moeten kunnen rekenen. Walmart is echter zo hardleers dat de geldkraan is dichtgegaan.

Hoogleraar Hummels kan zich wel voorstellen dat op een gegeven moment het geduld van een investeerder op is, maar vraagt zich af of uitsluiten zin heeft. "Uitsluiten helpt niet in de regel, tenzij je het collectief doet. Walmart kan nu nog makkelijk elders kapitaal ophalen. Daar is het aandeel kennelijk nog aantrekkelijk genoeg voor."

Collectief optrekken zou het duurzaam beleggen echt verder helpen, denkt Hummels. "Er is gebrek aan samenwerking. Meestal opereren beleggers op eigen houtje. Het is veel effectiever te proberen bedrijven gezamenlijk op een ander spoor te brengen. Dat wijst onderzoek ook uit." Er bestaat sinds tien jaar wel een internationaal samenwerkingsverband van grote beleggers, de PRI (Principles for Responsible Investment), maar dat doet in de praktijk nog te weinig, vindt Hummels. Het is een orgaan dat aanvankelijk onder VN-vlag werkte, maar nu op eigen benen staat.

In PRI-verband trekken investeerders van over de hele wereld gezamenlijk op tegenover bedrijven. Of ze doen onderzoek naar nieuwe technologieën die ook weer nieuwe dilemma's voor geldschieters opleveren. Vorige week maakte PRI bekend dat tientallen grote beleggers samen onderzoek gaan doen naar 'fracking'. Dat is het 'kraken van de bodem' om schaliegas en -olie uit de grond te kunnen halen. Vooral in de Verenigde Staten neemt dat een grote vlucht, maar ook elders is het in opkomst.

Nederland heeft de eerste proef met schaliegas vooralsnog uitgesteld. Over de milieu-effecten van de methode zijn grote zorgen. Het grondwater zou vervuild kunnen raken, de last voor de omgeving kan groot zijn. Het doel van het onderzoek is de grote olie- en gasbedrijven, waaronder ook Shell, ertoe aan te zetten open te zijn over de gebruikte technieken en de gevolgen. PGGM is nauw betrokken bij deze collectieve actie en was zelf al een paar jaar in gesprek met de olie- en gasindustrie hierover. Samen met negen andere kapitaalverschaffers stuurt PGGM het onderzoek aan.

Zijn de grote pensioenbeleggers al een tijd bezig met duurzaamheid, voor de kleine is dat allerminst vanzelfsprekend. "Het pensioenfonds van Ahold eindigde in 2011 helemaal onderaan in onze top-50", vertelt Van der Helm van de VBDO. "Toen schrokken ze wakker. Eigenlijk past zo'n lage klassering niet bij ons bedrijf, was de reactie. Zo'n fonds opereert echter vaak helemaal los van hoe de onderneming zelf omgaat met duurzaamheid. Het bestuur is dan nog in de fase dat duurzaamheid geassocieerd wordt met geitenwollensokken. Inmiddels is het fonds van Ahold gestegen naar plek 25. Daaraan merk je dat zo'n vergelijking wel een opdrijvend effect heeft."

Wat ook helpt is minder naar rendementen op korte termijn kijken, maar meer naar wat een belegging op lange termijn oplevert, stelt Van der Helm. Maar dat is moeilijk omdat bedrijven worden afgerekend op snelle resultaten en omdat ook pensioenfondsen twee keer per jaar langs de lat van De Nederlandsche Bank worden gelegd. "Het is dan, met DNB-ogen bezien, gezonder om in derivaten te beleggen dan in een gecertificeerde houtplantage. Maar duurzaam beleggen is eigenlijk juist een natuurlijke bondgenoot van een pensioenfonds: beiden moeten bezig zijn met de langere termijn."

Dan komen investeerders ook meer toe aan een positieve benadering, denkt Van der Helm. Want bedrijven uitsluiten en eindeloos met ze praten om hun beleid te veranderen is één ding, investeren in ondernemingen die juist voorop lopen is iets anders. "Je moet ook kijken naar waardecreatie. Investeren in bedrijven die juist wel op het duurzame pad zijn zoals DSM en Unilever. Dat is ook goed voor het rendement. Bedrijven zeggen niet zomaar hoeveel marge ze overal op maken, maar als je doorvraagt blijkt dat de nieuwe producten meer opleveren. Kijk als investeerder naar bedrijven die een bijdrage leveren aan het oplossen van de crisis, van het energieprobleem. Dan ben je spekkoper."

Dat laatste is echter nog maar de vraag, zegt Hummels. "Duurzame investeringen leiden niet zomaar tot een beter rendement, dat is althans niet bewezen. Ook niet slechter trouwens. Er is nog onvoldoende wetenschappelijk onderzoek, dat staat nog in de kinderschoenen."

Op de rode of groene lijst?
In het rode blok hieronder staan voorbeelden van bedrijven waarin Nederlandse pensioenbeleggers geen geld meer steken. Ze blijken bijvoorbeeld betrokken bij het maken van clusterbommen.

Uit de bedrijven in het oranje blok is inmiddels door een aantal beleggers geld weggehaald, na gesprekken.

Een aantal bedrijven staat voorlopig nog op de groene lijst, al zijn beleggers ook in gesprek met deze bedrijven. Bijvoorbeeld vanwege betrokkenheid bij boren naar schaliegas (Shell) of discussie over mensenrechten (Rio Tinto).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden