Ver van huis in Nederland

De fototentoonstelling 'Snelweg. Een fotografieproject van Theo Baart en Cary Markerink' is van 2 november tot en met 5 januari te zien in de Kunsthal te Rotterdam. Voor meer informatie: 010-44 00 300. Het gelijknamige boek dat werd geschreven door Tracy Metz is uitgegeven bij Architectura en Natura, Amsterdam, ¿69,50.

De man, die naar Amsterdam moest, kwam vanaf de A12 uit Arnhem aanrijden. In Maarsbergen begon de file, dus dacht hij: 'Kom, ik ga binnendoor naar Utrecht-Noord en volg dan verder weer gewoon de A2'. Maar bij Utrecht-Noord gekomen, stond het daar ook vol. Dus dacht de vader, zo vertelde hij zijn zoon, 'Kom, ik ga binnendoor via de A27 naar Hilversum en neem daar de A1'. Maar toen hij even later op de radio hoorde dat het bij de oprit ter hoogte van Hilversum ook vol stond, besloot hij uit te wijken naar Amersfoort, waar hij zijn auto parkeerde en licht wanhopig de trein nam. Hit the road, Jack!

Hij moet in korte tijd veel gezien hebben, die man. Afslagen, opritten, verkeersborden, richtingaanwijzers, stoplichten, stukje bos binnendoor, paar viaducten, 1 Mac Donalds, wat benzinepompen en vooral veel kantoren, woonerven en hobbels op de weg. Ik probeer me voor te stellen hoe ik er een road-movie van zou kunnen maken, maar het lukt niet. Hoogstens komt er een beeld boven uit Comencini's film 'L'Ingorgo' (1979), waarin het verkeer in de buurt van een grote Italiaanse stad zo vast komt te staan, dat het leven er zich al spoedig voltrekt alsof het stilstaande wagenpark gewoon een dorp is. Mensen worden er gek en verliefd, raken dronken en er wordt zelfs iemand verkracht. Hopen blik en veel gebaar.

Het blijft een beeld. In Nederland gedragen de mensen zich anders. Minder uitbundig. De een tikt op zijn stuur of bijt op zijn nagels, een ander stift haar lippen in de voorspiegel en de derde pakt zijn zaktelefoon. Getuuterd wordt er nauwelijks - hoogstens wat gedrongen hier en daar.

De snelweg in Nederland is een reclamespot zonder humor. In Nederland geen Italiaanse toestanden, noch een Mr. Bean die plotseling zijn stuur opeet. In Nederland staat het Tros-gezinnetje (zelfs op zondag!) met nog een heleboel andere gelijkgestemde gezinnetjes als één grootste familie in de file op weg naar Madurodam of Ikea. Hij-pak aan. Hoewel, C & A-casual staat ook fris hoor. Roadmovie onmogelijk; hoogtens een schokkende Brandpunt-reportage.

De snelweg in Nederland Benauwt me. Altijd klem. Nooit honderd kilometer zonder pomp of pleisterplaats. Nooit een stem op de radio waarbij je denkt: 'Hey, I'm a road- I'm a roadrunner... turn your... radio on.' Er is geen tijd en geen leegte; 't is altijd alles vol, vol, vol. Is het niet met mensen, dan toch met paaltjes of afslagen naar slaapwijken. Alleen 's nachts en in het oosten heb je soms nog de ruimte en vind je iets van het gevoel terug waar de snelweg ooit voor stond. Voor een gevoel van eindeloze vrijheid en avontuur. Voor het gevoel dat de wereld aan je voeten lag.

Het moet in Amerika begonnen zijn. Met de komst van de auto en het asfalt ontstond een bijna imaginair landschap in een landschap dat appelleerde aan twee van de grondmotieven van de Amerikaanse samenleving: vrijheid en grenzeloosheid. Nadat eerst de puritein en daarna de cowboy de Amerikaanse droom gestalte gaf, werd dat na de Eerste wereldoorlog de automobilist. Het begon met de T-Ford, liep over in Main Street, explodeerde in de eenzame rebellie van figuren als Kerouac ('On the road') en Jim Morrison ('Roadhouse blues') in de jaren vijftig en zestig en ontaardde in de vlucht van de loners uit de roadmovies, zoals we die kennen uit 'Repo man' en 'Paris, Texas' van Paul Cox en Wim Wenders.

Maar ik ga te snel en keer even terug naar Main Street. Daar, in dat boek schreef Sinclair Lewis (1885-1951) de grondwet van Amerika's beschaving toen hij de hoofdstraat als voorloper van de snelweg zo introduceerde:

“Dit is Amerika - een stad van een paar duizend inwoners in een gebied van tarwe en koren en melkvee en kleine bosjes. De stad van ons verhaal heet 'Gopher prairie, Minnesota'. Maar de Hoofdstraat ervan ligt in het verlengde van alle Hoofdstraten. Het verhaal zou hetzelfde zijn geweest als het zich had afgespeeld in Ohio of in Montana, in Kansas of in Kentucky of in Illinois, en het zou niet anders gelopen zijn in Up York State of in de heuvels van Carolina.”

(En dan komt het:) “De Hoofdstraat is de climax van de beschaving. Om ervoor te zorgen dat deze Ford voor de Bon Ton Store zou kunnen staan viel Hannibal Rome binnen en zat Erasmus te schrijven in de monumentale gebouwen van Oxford.”

De weg als climax van de beschaving. Zo hooggestemd Carol Mitford, de hoofdfiguur uit Main Street, haar Middletown in 1920 komt binnenrijden; zo gillend rijden Sal ('On the road') en later Travis ('Paris, Texas') er in 1950 en 1980 weer uit. Op zoek naar een onbestemd geluk, dat overigens een paar kicks daargelaten nooit gevonden wordt. Want dat is ook het Amerika aan de Main street: mainstream. Carol, een jonge afgestudeerde vrouw die trouwt met een fantasieloze huisarts, probeert tevergeefs wat 'cultuur' aan de man te brengen en ervaart hoe beklemmend de werkelijkheid achter de droom van Main Street is. Blijft Carol, haar kinderen bij wijze van spreken niet. Zij vluchten weg van de gemeenschap en geven de droom van de Amerikaanse vrijheid een nieuwe inhoud: de onbegrensde mogelijkheden liggen niet in de maatschappelijke gang opwaarts, van pompbediende tot garagehouder, maar in de mogelijkheid het verleden te ontvluchten - East of Eden zal ik maar zeggen. Het kon ook in Amerika: het land is zo groot, je kan er uren rijden zonder een mens te zien. En niet te vergeten, uren rijden zonder dat de mensen jou zien.

Toen ik voor het eerst met een auto door Amerika dwaalde, was dat dan ook wat de kick gaf: de auto, die intieme vierzitsbank op wielen, gaf je het gevoel aan niemand verantwoording schuldig te zijn. Het land was zo groot dat niemand naar je taalde, niemand je nodig had en dus... de wereld aan je voeten lag. Tijd speelde geen rol meer, tenzij op de radio ('Goodmorning, this is George Hamburger! Do you wanna have it sunny and hot? You've got it!') er een toespeling op maakte. 's Ochtends Martha and the Muffins ('Echo beach'), 's avonds (voor de hand liggend, maar het werd echt vaak gedraaid) 'Riders on the storm' of nog mooier en desolater: 'Roadhouse blues'.

Keep your eyes on the road Your hands upon the wheel... Yeah, we're goin' to the roadhouse Gonna have a real good time: Let it roll, baby, roll Let it roll, baby, roll Let it roll, all night long.

Eindeloze wegen, wat lichtjes, benzinestations ('Gas') zoals Edward Hopper ze al in 1940 schilderde, blikjes cola, appeltaart (dat was uiteindelijk toch de echte reden om te smullen van 'On the road': altijd maar weer die behoefte van die rare Sal aan apple pie), drive-in-bioscopen en -restaurants, junkfood, speelautomaten. Oneindig en eindeloos waren de 'strange days' die ons, om nog even bij The Doors te blijven, achtervolgden en proberen in te lijven. En beviel het ergens niet, dan trok je gewoon verder onder het motto: 'We shall go on playing or find a new town.'

Ik herinner me hoe we ergens bij de grens van Canada en Amerika door de douane werden stilgehouden. Hoewel de man ons wantrouwde, bleef hij vriendelijk en vroeg hij iets met de naam 'Plymouth' erin. Ach, Plymouth, plaats van de Pilgrim fathers, Europese roots van Amerika! Maar wij begrepen het niet, dachten alleen maar aan auto's en highways en dus riepen we terug: “Plymouth? No, it's a Chevy, a Chevy Monza!” En vrroom, weg waren we weer.

Terug in Nederland heb ik het nooit meer teruggekregen: het echte snelweggevoel en lang heb ik me afgevraagd: lege en verlaten viaducten, 6-baanswegen, allemaal lichtjes, wolkenkrabbers, glazen-kantoren, truck-liedjes en bermen met tafels om aan te picknicken?

Het is zo. Je ziet ze ook op de foto's van Baart en Markerink in de Kunsthal. Naast de file, (Markerink: 'Paasweekend'; gefotografeerd ter hoogte van Delft), de werkers aan de weg, het bijna slapende jochie op de achterbank, een (vijftien miljoen mensen) flat langs de snelweg ter hoogte van Zeist en kantoren die men tegenwoordig, zo vertellen de fotografen, het liefst 'zichtlocaties' noemt, hangen er ook een paar foto's die het road-gevoel of misschien zelfs road-movie-gevoel - verstild, desolaat, eenzaam, onverschillig, beangstigend ook soms - prachtig weergeven. Op een foto zie je vanuit de blik van de bestuurder hoe gevaarlijk het soms is een grote tankwagen in de stromende regen in te moeten halen. Op een ander hoor je als het ware hoe een echo van de stem van Tosca Hoogduin je als bestuurder het viaduct en de nacht doorloodst. Maar toch... eindeloos wordt het nooit. De weilanden hebben de lengte van een videoclip, nooit van een drie uur durende Wenders-film.

Nederland heeft mist en wolken en weilanden, maar mist de wildernis van het landschap die het trekken in de Verenigde Staten tot een reis maakt. Het blijft altijd een tochtje. Het ontbreken van dagenlange korenvelden, onherbergzame bossen en rotsen en de angst om een lekke band te krijgen op het moment dat je net een waarschuwing voor beren hebt gezien, beperkt niet alleen het letterlijke gevoel van de reiziger die als een arend zijn vleugels uitstrekt, maar legt ook het morele vrijheidsgevoel aan banden.

Laat ik maar eerlijk zijn: in Amerika heb ik nooit een moment aan het milieu gedacht. De mens, die vrijgevochten easy rider of baby driver, kan scheuren wat hij of zij wil, maar de natuur blijft het sterkst; zelfs Clint Eastwood krijgt haar er niet onder. Maar hier is dat anders. Hier pak je na een flinke huiselijke ruzie de auto niet om tijdens een kort rondje over de ringbaan rond Utrecht de speakers even met de 'Buzzcocks' ('Fast cars') of, nog sneller, Run DMC uit je dak te gaan. Voor je het weet sta je na honderd meter al weer vast bij Utrecht-Oost en denk je: 'Sorry. Dat was niet goed' en kijk je schuldbewust naar het laatste bosje van Amelisweerd.

Weggaan is in Nederland vooral een kwestie van wat later thuiskomen. Daar passen geen Doors of Buzzcocks bij; hier rest de smartlap. Eentje hoor ik trouwens graag. 't Liefst op weg naar Brussel of Antwerpen, maar Aalten of Groningen is ook goed. Al is het maar om herinnnerd te blijven aan dat ene besef: Hoe ver weg je ook bent, hier op die snelweg: rij voorzichtig. Dit is Amerika niet maar afslag Holland. Ver van Huis:

Ik rij over de snelweg, Zie de auto's op een rij, Kilometerpalen schieten een voor een voorbij. Bij de grens wat broodjes met onduidelijk beleg, Ver van huis ver weg van huis ver weg.

En denk aan jou en hoe je thuis alleen ligt in ons bed Lief ik mis je veel meer dan ik jou ooit heb gezegd weg van huis Ver weg van huis Ver weg

Want jij bent alles waar ik hier van droom vannacht Alleen zijn is niet erg als er iemand op je wacht Thuis is waar je niet bent, dat ontdek ik telkens weer Weg van huis Ver weg van huis Ver weg.

(Tröckener Kecks, 1989, van het album 'De jacht')

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden