'Venen': schilderijen versierd met alles wat er mooi uitziet

"Ach, mijn parel hangt eraf." Ine Veen peutert voorzichtig een bungelende parel van de keukendeur. Van dat moment af is haar keuken door een beschadigd kunstwerk met de gang verbonden. Want er mag dan een messing kruk aan zitten, een gewone deur kun je 'm niet noemen. Van onder tot boven is het een warreling van blauw, groen en turquoise, een abstracte voorstelling, waar doorheen zich een lang lint van paarse lovertjes slingert, en waarin verder allerlei edelstenen verwerkt zijn, veel bergkristal vooral, kraaltjes en parels.

LOES SMIT

Ergens in het midden zit een doorzichtige, sprankelend geslepen strassknop als sluitstuk van een wit geschilderde schroef in de voormalige keukendeur, waar ze vroeger wel eens achteloos haar jas aan ophing. Maar wie een Ine Veen onder ogen krijgt, moet ook niet gek opkijken als er vlak naast de tulen rok van een balletdanseres of een ornament van bladgoud een lijvige, geprepareerde kever opduikt, of een (ook echte) vuistgrote vogelspin.

Die deur is een van de vroegste werkstukken van ballerina / actrice / filmster / beeldend kunstenares Ine Veen; sinds een jaar of vijf, zes, toen ze een punt achter haar theatercarriere zette, maken ze haar hele leven uit.

Samen met de Haagse schilder Jean Thomassen exposeert ze vrijdag, zaterdag en zondag in het Doven ontmoetingscentrum (DOC) aan de Stadhouderskade 89 in Amsterdam. Grote stukken, soms loodzwaar van de halfedelstenen ( "Ik heb er een van wel 25 kilo" ), altijd driedimensionaal, diep van kleur, achter glas en vaak met een oosters sfeertje. "Volgens mij kun je er wel in zien dat ik aan het ballet en toneel gewerkt heb. Het lijkt allemaal wat op een decor, waarin zich iets toneel- of balletachtigs afspeelt."

De uitnodiging van het DOC-theater heeft ze met beide handen aangegrepen. Wel in overleg met collegaleermeester Jean Thomassen - in zijn atelier begon ze met schilderen - want "als het aan Ine ligt, neemt ze alles aan. Er is geen actie of ze hangen bij haar aan de telefoon met het verzoek een werk ter beschikking te stellen. Maar in dit geval zijn we allebei erg enthousiast."

Geen van beiden hadden ze een idee van het bestaan van het DOCtheater toen de uitnodiging arriveerde. "Ik ben toch een geboren Amsterdamse, maar ik had er nog nooit van gehoord" , zegt Ine. "Nummer 89 is heel onopvallend, en ik denk dat de meeste Amsterdammers niet weten wat er achter die gevel zit." En Jean: "DOC, DOC, wat is dat?" , zeiden we. Maar we vonden er een prachtige theaterzaal met alles erop en eraan. Als wij daar exposeren, hebben de dove mensen er ook wat aan. Dan gebeurt er eens wat, want veel contact met horenden hebben ze niet en daar gaat het juist om. Amsterdammers weten ook helemaal niet dat je gewoon binnen kunt stappen als je trek in een broodje of een borrel hebt, net als in elk ander cafe. Doven zijn absoluut niet zielig, maar ze staan vaak wel overal buiten. Eigenlijk wordt er niets voor ze gedaan. Daarom vinden wij het leuk om iets aan die contacten te kunnen doen."

Theatermanager Van Loon van het DOC-theater weet zeker dat veel doven naar de tentoonstelling zullen gaan. "Tot voor kort werd de zaal alleen gebruikt voor het eigen verenigingsleven. De schaakclub zit er bijvoorbeeld, er worden ehbocursussen gegeven, maar sinds begin dit jaar verhuren we de zaal ook aan allerhande 'horende' verenigingen. Onze leden vinden dat leuk. Toen we hier laatst een modeshow hadden, kwamen een paar zelf vragen of ze er bij mochten. Ze waren welkom, en toen ineens bleek er een enorme belangstelling van de doven, ondanks het feit dat ze niet konden horen wat er verteld werd. Voor deze kunsttentoonstelling is de dovengemeenschap heel enthousiast."

Van Loon zou het toejuichen als horende Amsterdammers de bar in de grote ontmoetingsruimte zouden bezoeken. "Het gebeurt al wel eens, en dan zie je ook dat het met de schroom van beide kanten erg meevalt. Vooral bij een hapje en een slokje is het ijs zo gebroken. Iedereen lacht hartelijk als de geluiden van de een of de handen- en voetentaal van de ander niet helemaal goed overkomt."

Ine Veen en Jean Thomassen zijn de eerste kunstenaars die in dit centrum exposeren. Van de surrealistische schilderijen van Thomassen - die vorig jaar januari in Den Haag de jubileumexpositie rondom de zestigste sterfdag van ballerina Anna Pawlowa organiseerde - zal in elk geval zijn 'Rembrandt' te zien zijn: gezicht op Amsterdam, met daartussen allerlei figuren van de bekendste doeken van Rembrandt. De anatomische les in de etalage van een slager, om maar iets te noemen.

Het is een verkooptentoonstelling, maar in zijn hart hoopt Thomassen dat er niet al te veel verkocht wordt: voor de galeriehouder die hen beiden binnenkort naar zijn galerie in Londen wil halen, moet wel iets overblijven, en te vrezen valt dat Ine's werk weer als warme broodjes over de toonbank zal gaan.

Dat was al zo op haar eerste expositie, in 1987 in Heiloo. "Ik stond te trillen van angst dat er niets verkocht zou worden. Maar binnen anderhalve dag was alles weg. De mensen stonden echt zo van: afblijven, dat is al van mij." De tweede keer ging het precies zo, en bovendien werd ze daar door de televisie 'ontdekt'. Ze werd gevraagd om in Avro's Servicesalon aan een serie met bekende Nederlanders, onder wie prins Bernhard, mee te doen, die ieder voor een zelf gekozen doel een werk weggaven ter verloting onder de kijkers.

Ine koos de honger in Ethiopie als actiedoel. Thomassen: "Na een week waren ze nog niet klaar met het tellen van de kaarten. Ine sloeg alle records, de prins haalde de helft nog niet."

Daarna volgden tv-optredens bij zo'n beetje alle grote zendgemachtigden. Van Veens reputatie als kunstenares was gevestigd. Intussen heeft ze op de jaarlijkse internationale kunsttentoonstelling in Toronto, met tienduizend inzendingen uit de hele wereld, een eervolle onderscheiding gekregen (waar Thomassen al drie keer in de prijzen viel) en werd haar werk door de Antwerpse academie voor schone kunsten bekroond.

Ruim dertig jaar op de planken zijn haar niet in de kouwe kleren gaan zitten: als 17-jarige werd ze ballerina bij het Operaballet van Hannover, toen dat te zwaar werd ging ze naar de toneelacademie in Hamburg waar ze cum laude slaagde, vervolgens speelde ze, ook in Duitsland, jaren klassieke rollen tot Kart Guttmann haar naar Nederland haalde. Behalve toneel met grote acteurs als Ko van Dijk en Mary Dresselhuys deed ze later ook tv (onder meer Dagboek van een herdershond) en film, van een Chinese Kung Fu-produktie tot de erotische rolprent Blue Movie, die ze een dieptepunt in haar carriere noemt. "De spelers kenden elkaar niet, iedereen kreeg maar een paar bladzijden tekst thuis, de scenes voor wat Delfts Blauw genoemd werd, werden op lokatie opgenomen en pas bij de premiere zagen we tot onze schrik wat het geworden was."

Onder de indruk van een portret dat Thomassen van haar gemaakt had, zocht Ine hem in zijn atelier op. Het moderne toneel boeide haar niet, ze hield van kostuumstukken die niet meer gespeeld werden, en verlangde er naar ook eens rustig thuis te kunnen zijn. Op aandringen van Thomassen begon ze te schilderen, maar "dan ga je je leermeester nadoen. Op een gegeven moment zei ik: Meneer Thomassen, dit komt me de strot uit. Maar op een nacht werd ik wakker en dacht: ik heb het. Ik belde hem meteen en vertelde dat ik met duizend-en-een natuurlijke materialen ging werken. Hij vond het een idioot idee. Dat wordt niks, zei hij."

Maar het werd wel wat. Nu pakt ze alles wat er maar mooi uitziet - dat is echt ongeveer alles, tot het vel toe waar de python van een buurvrouw uitgekropen is - om daar haar schilderijen mee op te sieren. Wekenlang is ze met een stuk bezig, want er komt steeds wel weer iets bij. Thomassen die nu zo'n beetje als haar manager optreedt ( "ik zit 25 jaar in het vak en ken alle grappen en trucs in dat wereldje, bijvoorbeeld dat er erg veel in galeries gestolen wordt" ) heeft er nog geen naam voor kunnen bedenken. Tegen het door Ine geopperde 'collages' heeft hij bezwaar. "Is het niet, dan denk je meteen aan opgelijmde stukken krant en plastic bekertjes." Hij vindt 'totaaltechniek' beter, maar dat klinkt weer zo technisch. Misschien is het beter gewoon over 'een Veen' te spreken. Wie er het fijne van wil weten, moet zelf in het DOC-theater gaan kijken. Vrijdag van na de opening (om 2 uur door Josine van Dalsum) tot 21 uur 's avonds, zaterdag en zondag van 10 tot 21 uur.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden