Ven Go, een gewone jongen met problemen

De Amerikanen staan in de rij voor de grote Van Gogh-tentoonstelling in Washington. Sinds vorige week zijn in de National Gallery of Art 72 van zijn werken te zien. De schilderijen zijn uitgeleend door het Van Gogh Museum in Amsterdam, dat vanwege een verbouwing gesloten is. De MacGuires zijn speciaal overgevlogen uit Indianapolis. Voor hen is Ven Go het prototype van de kunstenaar: armlastig en bij zijn leven niet erkend.

“Heel opvallend en vrolijk als je het vergelijkt met de veelal sombere en ingetogen kleuren van de meeste van zijn schilderijen” zegt Eileen MacGuire terwijl ze zich met aandacht posteert voor 'De slaapkamer'. “Dat heldere geel van het ledikant domineert het hele tafereel. Ik heb ergens gelezen dat het doek rust moest uitstralen, maar zo komt het niet op me over. Het heeft juist iets opwekkends. Het maakt je wakker en actief.”

De MacGuires, Eileen en Jack, zijn dit Columbus Day-weekend met twee tickets voor 'Van Gogh's Van Goghs' in Washington. Een cadeau van hun zoon en schoondochter vanwege hun 35-jarige trouwdag, begin september. Ze komen uit wat het heartland van de Verenigde Staten heet: een voorstad van Indianapolis. In hun eigen stad komen ze zelden in een museum. Maar deze expositie in de Amerikaanse hoofdstad willen ze voor geen goud missen.

Ven Go, zoals de Amerikanen hem noemen, spreekt ook tot de verbeelding van de niet erg kunstzinnig geschoolde MacGuires. Het waarom van die belangstelling is niet moeilijk te raden. “De tragiek van Van Gogh hè. Die waanzin. Die zelfmoord. Die somberheid. Dat afgesneden oor. Van Gogh spreekt tot de verbeelding. Je kunt je in zijn situatie inleven”, zegt Jack MacGuire. “Hij is het prototype van de kunstenaar. Armlastig en bij zijn leven niet erkend. Het schijnt dat hij tot zijn dood slechts een of twee schilderijen heeft kunnen verkopen. En moet je nu zien. Wat hebben ze een tijdje geleden niet gegeven voor de Zonnebloemen?”

Amerikanen, maar niet alleen zij, hebben wat met Ven Go. Irving Stone's 'biografie' 'Lust for Life' werd in 1956 een succesrijke speelfilm met een nog jonge Kirk Douglas als de getormenteerde schilder. Sappige details uit het boek zorgden voor een kassucces. En in de jaren zeventig introduceerde troubadour Don McLean na zijn American Pie-ode aan Buddy Holly 'Vincent' bij zijn publiek: “Now I think I know/What you tried to say to me/How you suffered for your sanity/And how you tried to set them free/They would not listen/They're not listening still/Perhaps they never will”.

Die scepsis van McLean is inmiddels gelogenstraft door de feiten. Zondag 30 augustus, vijf weken voor de opening van de tentoonstelling, begon de voorverkoop van de passen voor 'Van Gogh's Van Gogh'. De voorpubliciteit van de National Gallery of Art in de Amerikaanse hoofdstad was perfect: 72 schilderijen van Van Gogh uit het gelijknamige museum in Amsterdam.

Het beloofde bloedheet te worden in Washington en de eerste belangstellende zette zich al voor half zeven voor de deur van het East Building van het museum, meer dan zes uur voor de voorverkoop begon. In de brandende zon schoven die zondag bijna 2700 mensen langs de loketten om ten hoogste zes kaartjes per persoon gratis te kunnen bemachtigen. Een enkeling was het teveel, zoals Muriel Keswick uit de regio Washington. “Dit wordt te gek, ik ga wel even naar Hecht's (een plaatselijk warenhuis) en betaal daar vier gulden voor een kaartje” zei ze en beende weg.

“We hebben kunnen trainen met Vermeer”, zei Marilyn Graber, die samen met haar man de eerste vrije kaartjes bemachtigde. Ze doelde op de tentoonstelling van bijna drie jaar geleden in Washington van de oude meester uit de Gouden Eeuw. De vraag waarom ze na Vermeer nu weer uren in de rij wilde staan voor de negentiende eeuwse schilder is voor haar gemakkelijk te beantwoorden. “Hij was een gewone jongen die zijn problemen had, maar doorzette. Ik kan me daarmee identificeren. Het is geen Leonardo da Vinci. Ik kan me Van Gogh met een blikje bier voorstellen bij een wedstrijd van de Redskins (Washingtons footballteam).” Of zoals een omstander aanvult: “Of op een Harley-Davidson”.

Voor de expositie op 3 januari weer wordt opgebroken voor een tentoonstelling tot begin april in Los Angeles aan de Amerikaanse westkust, zullen zo'n 350 000 belangstellenden aan de 72 schilderijen in het West Building zijn voorbij getrokken. De meesten hebben vooraf bemachtigde kaartjes, die half september al van de hand waren gegaan. Per expositiedag gaan er in de vroege ochtend nog eens zo'n 1500 over de balie. Wie zich te goed voelt voor het staan in de rij kan bij een van de commerciële bureaus langs gaan, maar het kost dan wel zo'n tweehonderd gulden per (anderszins gratis) kaartje.

Het beeld op de zaterdag van het Columbus-weekeinde is niet anders dan de dagen daarvoor. De rij wachtenden is rond het middaguur zo'n honderd meter lang. Een dwarsdoorsnee van de bevolking: bejaarde echtparen, veertigers, twintigers, een enkele ouder met kind. En nogal wat Oost-Aziatische belangstellenden. Het is een bekend gegeven dat Japanners weglopen met Van Gogh en dat demonstreren ze ook in Washington.

Brokje bij brokje worden ze binnengelaten in de tien zalen die de leiding van de National Gallery heeft ingericht. Het museum heeft 55 extra personeelsleden ingezet die ervoor moeten zorgen dat per uur zo'n zeshonderd mensen van ingang naar uitgang wandelen. De eerste bankjes zijn er pas in de derde zaal. Getraind door de ervaringen van vorige tentoonstellingen heeft de National Gallery precies uitgedokterd hoe de permanente stroom 'schuifelaars' in goede banen moet blijven.

Er zijn, zoals ze het noemen, flessenhalzen. Een van de belangrijkste is meteen al in de eerste zaal: 'De Aardappeleters', in de versie van het Van Goghmuseum. Het is ook voor Amerikanen waarschijnlijk het bekendste van Van Goghs werken. De MacGuires hebben er afbeeldingen van gezien, reproducties. Maar de 'echte' Aardappeleters zien ze vandaag voor het eerst. Ze zijn verrukt. Het schilderij heeft voor hen zoveel meer te bieden aan verdieping. “Die lamp”, wijst Eileen, “dat licht is zoveel warmer dan op de foto's. En die koffiekoppen. Dat wit. En die boerenhoofden krijgen zoveel meer menselijkheid, meer realiteit.”

De tentoonstelling zet de toon al meteen met een voor Amerikanen typisch Nederlands beeld in het eerste schilderij: 'Strand te Scheveningen bij opstekende storm'. Somber, oordelen Eileen en Jack MacGuire, en robuust. “Die duinen, dat strand, die donker geklede vrouwen, dat water met die schuimige koppen, ja zo denken wij ons de kust van Nederland in.” En het laatste werk voor de uitgang is 'Korenveld met kraaien', een schilderij dat ook voorop de de catalogus prijkt. Het Exit heeft voor het publiek een dubbele betekenis: enkele weken na het voltooien van dit schilderij pleegt Van Gogh zelfmoord. “Het heeft iets dubbels”, stelt Eileen MacGuire. “De kleuren zijn helder, maar het heeft iets gejaagds, iets instabiels.”

Expositie-ontwerper Mark Leithauser en curator Philip Conisbee hebben de inrichting zoveel mogelijk aangepast aan wat de doorsnee Amerikaan wenst. Alle toelichtende informatie is op ooghoogte, alle aanvullende informatie zo dicht mogelijk bij het schilderij. De meeste werken zijn niet voorzien van een toelichting van deskundigen, maar van een stukje uit een van de brieven van Van Gogh, de meeste aan zijn broer Theo, een enkele aan zijn collega schilder Paul Gauguin. Bij 'Olijfboomgaard': “Ik ben duidelijk geen landschapsschilder. Als ik landschappen doe zit er toch altijd iets van een figuur in.” Om het publiek te gerieven zijn de schilderijen, vanwege hun grootte, een centimeter of tien hoger gehangen dan aanvankelijk de bedoeling was. Nu hangen ze 'overzichtelijker'.

Washington is een stad van snobisten en dus moest de introductie van de tentoonstelling gepaard gaan met een sjiek gala. Joris Vos, Nederlands ambassadeur in de Amerikaanse hoofdstad, mocht de expositie aanprijzen en de crème de la crème van Washingtons politieke en diplomatieke wereldje gaf acte de présence. In stijl werd het gala afgesloten met een diner in Van Gogh-stijl, zoals Amerikanen dat graag doen: irissen op blauw gedessineerde tafel en gerechten, die verwezen naar de schilder: baars, wild en chocola.

Ter plaatse - in dit geval de Rotunda van het museum - wilden de echte deskundigen wel kwijt waarom Amerikanen nu zo weglopen met deze schilder en deze expositie. Curator Philip Conisbee: “Het is dat tragische leven dat zo goed past bij het beeld dat de mensen hebben van een groot schilder. Iemand die in ellende sterft. Zo'n genie dat niet wordt erkend.” Niet iemand voor een gala dus? Conisbee: “Hij was heel bescheiden over zijn kunst. En hij zou zich zeker nooit hebben vertoond op zo'n party.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden