Velden vol uien, bieten en ’vestingstad’ Tholen

Blinkend wit prijkt korenmolen De Hoop tussen het groen. (Trouw)

Bruisend is Tholen niet, al wil het gemeentebestuur er officieel een vestingstad van maken. De kruisbasiliek is een pronkjuweel en de molen een visitekaartje. Maar op het eiland overheerst de rust.

Tholen wil een bruisender binnenstad gaan krijgen. Meer kleinschalige horeca en cultuurhistorische evenementen. En als het aan de winkeliers ligt: ruim baan voor de pleziervaart. De bewoners, zo blijkt uit een enquete die vorig jaar in het Zeeuwse eilandstadje is gehouden, willen de wallen en de vesten meer uit de verf laten komen. En dus gaat het gemeentebestuur er zich volgens zijn masterplan sterk voor maken om Tholen officieel een vestingstad te laten worden.

Tholen ligt, vanaf de brug over het Schelde-Rijnkanaal bekeken, te blinken in de zomerzon. Links kijken de bewoners van het luxe Waterfront over de (jacht)haven uit en rechts torent de Onze-Lieve-Vrouwekerk boven het historische centrum, dat al twintig jaar beschermd stadsgezicht is. Knus en lief is het er. De bewoners en vakantiegasten doen er de laatste zaterdagse boodschappen en op het terrasje aan de Markt wordt wat gegeten en gedronken. Maar bruisend is Tholen niet.

Nu verwacht je dat ook niet van een gemeente en een gemeenschap, die vooral om zijn protestantse orthodoxie bekend staat. Nog maar een paar jaar geleden haalde de gemeente – net iets meer dan 25.000 eilandbewoners – de media met het (aangenomen) voorstel om van bid- en dankdag niet langer een vrije dag te maken. Op de uiterste rechterflank van het protestantisme zijn die twee dagen in maart en november bijna net zo heilig als de zondag en de leidslieden – mannen uiteraard – zagen in het afschaffen de verwereldlijking van Tholen weerspiegeld.

Zelf is ons idee van Tholen getekend door jeugdherinneringen. De hervormde kerk in ons Veluwse geboortedorp was ook geen toonbeeld van vrijzinnigheid, maar als bekend werd dat er op zondag een gastpredikant uit Tholen zou voorgaan trad op z’n minst alarmfase oranje in werking. Dan werd extra snoep meenemen, voor een hele lange preek. Tholen had de klank van loodzwaar en inktzwart. Daar merken we dus weinig van, zeker niet aan de oostkant van het eiland. Maar daar, onder de rook van het katholieke Bergen op Zoom, lijkt men iets verlichter dan op de rest van het eiland. Er zijn katholieke gemeenschappen en die in Oud-Vossemeer is zelfs zo groot dat er carnaval wordt gevierd en op zondag wordt gevoetbald.

Maar we zijn niet naar Tholen gekomen voor een lesje godsdienstsociologie, het gaat ons om de natuur. Vooruit, een klein uitstapje nog naar de prachtige Thoolse hervormde kerk dan. Die kun je niet mijden en dat wil je eigenlijk ook niet. De kruisbasiliek is een pronkjuweel, al is ie van binnen protestants wit. De zuilen zijn indrukwekkend en de akoestiek is klasse. De gastheer van de kerkgemeenschap wijst ons op de kleine details als de Franse lelie in de ramen en de symboliek rond de Drie-eenheid en de vier evangelisten. De kerk mag dan door en door reformatorisch zijn, de geur is Vlaams Bourgondisch.

Vanaf de Vossemeersedijk ligt het polderland en zijn akkers, weilanden en boompartijen kilometers ver diep aan je voeten en je probeert je een beeld te vormen hoe het hier in februari 1953 moet hebben uitgezien. Nu overheerst vooral de rust, waarin hooguit het zachte tuffen klinkt van de binnenschepen in het kanaal. In Oud-Vossemeer – dat lange tijd een eenheid vormde met zijn ’Nieuwe’ evenknie op het Brabantse vasteland – viert men dit jaar feest; het bestaat zeshonderd jaar. De festiviteiten stonden en staan in het teken van de vier vrijheden en vrijwaringen zoals de Amerikaanse president F. D. Roosevelt ze ooit verwoordde, die van godsdienst, meningsvrijheid, gebrek en vrees. Niet toevallig, want er zijn sterke aanwijzingen dat de Roosevelts in de 17de eeuw de oversteek naar Amerika maakten vanuit hun geboorteplaats Oud-Vossemeer.

Sint Philipsland – Flipland voor de Zeeuwen – door Anna van Bourgondie vijfhonderd jaar geleden gesticht ter ere van haar vader en zijn beschermheilige kreeg al in 1884 – 44 jaar eerder dan grote broer Tholen – een vaste verbinding met Noord-Brabant. Net als Tholen heeft het eeuwen tegen het water gevochten en lange tijd is het kopje onder gebleven. Ten zuidoosten van het gelijknamige voorstraatringdorp rond het hervormde kerkje ligt een klein, maar bijzonder natuurgebied, het Rammegors. Vroeger – tot 1971 – was het een zoutwaterschorrengebied, toen werd het ingepolderd en nu wil men er weer getijden maken en zout water binnenlaten.

De Krabbenkreekweg – de belangrijkste provinciale verbinding tussen noord en zuid over het eiland – is een vervelende verstoorder van de rust, maar al snel rijd je weer kilometers tussen velden vol uien, bieten en aardappels of fruitboompjes en bloemen. In de verte zijn de torens te zien van dorpen als Scherpenisse en Poortvliet. Eenzaam ligt hier en daar een stevige boerderij, uit de wind gehouden door knotbomen en struiken. De meeste monumentale hoeven liggen niet langs de route, maar meer westelijk bij Stavenisse, Sint Annaland en ’Smerdiek’, zoals Sint Maartensdijk hier wordt genoemd.

Bij binnenkomst in Tholen is er nog een verrassing. Natuurlijk weten we dat de stad trots is op zijn wallen en vesten, zo mooi aangebracht in een stervorm. Maar die wandelzone wordt nog eens extra verfraaid met De Hoop, een stenen korenmolen. Blinkend wit prijkt hij tussen het groen van de bomen. Een van de mooiste molengezichten die we in tijden hebben gezien. Een echt visitekaartje.

Tholen wil graag een bruisende vestingstad zijn. (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden