Veiligheid kun je niet garanderen

Nederland worstelt met de zorg voor de meest kwetsbaren, onze kinderen. Na elk afschuwelijk incident moet de zorg beter, maar in de praktijk betekent dat vaak meer papier en minder kind.

Nederland wordt niet veiliger voor kinderen als we bij elk drama 'jeugdzorg faalt' roepen, het hele stelsel omgooien, nieuwe controles invoeren en alle beroepskrachten in diskrediet brengen.

Dat zegt Adri van Montfoort, lector Jeugdzorg en Jeugdbeleid van de Hogeschool Leiden.

Paniekvoetbal, incidentenpolitiek. De samenleving moet af van het idee dat jeugdzorg alle incidenten, zoals de door hun vader vermoorde broertjes uit Zeist, kan voorkomen, zeggen insiders.

Trouw liep in mei twee weken mee met een gezinsvoogd van de William Schrikker Groep (WSG) en belichtte in een serie verhalen de lastigste dilemma's van een baan die soms lijkt op koorddansen boven een ravijn. Gezinsvoogd Annick van Harten verzuchtte in een van de verhalen: "Ik herinner me een weekeinde dat ik echt wakker lag en dacht: als maandag in de krant staat dat er een gezinsdrama heeft plaatsgevonden, dat vader Piet zijn vrouw en zoontje heeft omgebracht, dan neem ik ontslag."

Het is balanceren, zegt Mariëlle Bruning, hoogleraar Jeugdrecht, Universiteit Leiden. "De cruciale vraag blijft steeds: Wanneer is het kind nog veilig en op de goede plek zonder bedreiging voor zijn ontwikkeling of gezondheid? En wanneer faalt de opvoeding dusdanig dat uithuisplaatsing van het kind nodig is?"

Bruning waarschuwt echter voor overreactie na incidenten: "We moeten geen systeem creëren waarbij de balans doorslaat naar te snel ingrijpen vanwege het kleine percentage gezinnen waar ouders aan alle kanten tekortschieten."

"Ik zou graag voorkomen dat er dingen misgaan, maar ik weet dat ik dat niet kan. Je zou dan 24 uur per dag in zo'n gezin moeten zijn. Dat is niet haalbaar en het zou voor de samenleving onbetaalbaar zijn", zegt gezinsvoogd Van Harten. "Jeugdzorg kan haar mensen zo goed mogelijk opleiden en de risico's zoveel mogelijk proberen in te schatten, maar dan kunnen alsnog dingen misgaan. Uiteindelijk is het de verantwoordelijkheid van ouders. Mijn collega's en ik staan ze daarin bij. Voor kortere of langere tijd. En helaas is het soms ook nodig dat de kinderen elders opgroeien."

Geen enkele vorm van jeugdzorg kan alle gevaren voor kinderen voorkomen. Net zoals geen enkele politiemacht alle criminaliteit kan voorkomen en geen enkele gezondheidszorg elke vorm van ziekte, zegt Adri van Montfoort. Hij wijst erop dat het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling jaarlijks ongeveer 65.000 keer een bericht krijgt van iemand die zich zorgen maakt over een kind. "Slechts enkele kinderen zijn echt in levensgevaar, maar vooraf kan niemand met zekerheid weten welke dat zijn. Ingrijpen in het leven van ouders en kinderen in een onzekere situatie, op basis van signalen, betekent voor sommige kinderen bescherming. Maar het voegt voor andere kinderen en ouders leed toe. De samenleving wil niet dat de jeugdbescherming op ieder bericht kinderen uit huis haalt", aldus Van Montfoort.

Anticonceptie
Fragment uit de serie in Trouw: 'De hond van de familie Willems krijgt nauwelijks positieve aandacht, wordt louter afgeblaft en is slecht opgevoed. De drie jonge kinderen zijn er nauwelijks beter aan toe. De familie Willems: welkom bij het 'hoofdpijndossier' van gezinsvoogd Van Harten. "Dit is dweilen met de kraan open. Ik ben hier nu vier keer geweest: dit is wel een zaak waar ik wakker van zou kunnen liggen, ja. Aan de familie Willems zit ik de komende 17,5 jaar vast. Tot het jongste kind 18 jaar is."'

Een van de weinige echte successen die de hulpverlening tot dusver met het gezin boekte, zo zeggen de hulpverleners, is dat moeder nu een spiraaltje heeft. Dat was met lichte drang. Hoogleraar en kinderrechter Paul Vlaardingerbroek pleit nu voor een discussie over 'mogelijkheden nieuwe ellende voor kinderen én ouders te voorkomen', bijvoorbeeld door gedwongen anticonceptie. Als de kinderbescherming echt kinderen wilt beschermen, zal ze ook serieus moeten nadenken over verplichte anticonceptie van ouders die er een potje van maken, zegt hij. "Natuurlijk alleen als uiterste middel", voegt hij er snel aan toe.

Vlaardingerbroek hoopt op een nieuwe discussie naar aanleiding van de Trouw-serie. Hij betreurt het dat eerdere pogingen om anticonceptie verplicht te stellen, van bijvoorbeeld oud-Kamerlid Marjo van Dijken (PvdA), mislukten. "De initiatiefnota die zij in 2010 schreef, ligt ergens op het Binnenhof onderin een bureaula." Kritiek is er al meteen. Bruning en Van Montfoort gaat verplichte anticonceptie te ver. "Dergelijke ideeën horen niet in een rechtsstaat thuis", zegt laatstgenoemde.

In de casus van de familie Willems wordt door de hulpverleners vrijwel dagelijks overlegd of de omgeving nog nét veilig genoeg is voor de kinderen, of dat ze uit huis moeten worden geplaatst. Het salomonsoordeel, het lijkt de lastigste taak voor de gezinsvoogd. Toch wordt niet dát als het meest belastend ervaren, zo blijkt uit de ervaring van de gezinsvoogd. De vele bedreigingen, confrontaties met schrijnende situaties van huiselijk geweld en seksueel misbruik maken het werk loodzwaar, maar de bureaucratie en de tijdvretende rapportages en vergaderingen zijn pas echt frustrerend. De gemiddelde voogd van de WSG gaat vijf, zes jaar mee. Ook is het ziekteverzuim van nieuwkomers hoog, net als bij andere jeugdzorginstellingen. "We vragen te veel, het kan gewoon niet", verzucht WSG-directeur Astrid Rotering.

Spagaat
Emeritus hoogleraar Jo Hermanns pleitte voor het opknippen van de functie. "Als je zo'n probleemgezin de ene dag vriendelijk bijstaat, maar de volgende dag de kinderen komt ophalen omdat de situatie onhoudbaar is, wordt dat als verraad gezien. Dat is een onmogelijke spagaat. Eén van die taken moet ergens anders liggen", aldus onafhankelijk jeugdzorgadviseur Hermanns. Jeugdzorg Nederland voelt niets voor het voorstel een einde te maken aan de 'dubbelrol' van de gezinsvoogd. De leiding van de WSG ziet de oplossing deels in minder cliënten per gezinsvoogd.

Het splitsen van gezag en steun is een verkeerd idee; het is onnodig ingewikkeld en onlogisch, vindt Van Montfoort. "Iedere opvoeder, leraar en politieman moet hulp en steun geven én regels handhaven. Wel is het belangrijk dat de gezinsvoogd samenwerkt met het Centrum Jeugd & Gezin, wijkteams, de Raad voor de Kinderbescherming en met gespecialiseerde instellingen. Er zijn dus voldoende mogelijkheden taken te verdelen waar dat nodig is."

De gezinsvoogd komt gewoon te weinig in het gezin, het pleeggezin, bij het kind in het internaat, zegt Vlaardingerbroek. "Men klaagt over het aantal gezinnen dat ze onder hun hoede hebben. Dat vind ik niet te hoog. De werkdruk zit 'm in de administratieve rompslomp, knip- en plakwerk voor veel te dikke dossiers, de interne en externe verantwoording."

Na de moord op de driejarige Savanna in 2004 kreeg jeugdzorg de opdracht vaker achter de voordeur bij cliënten te gaan kijken. Savanna werd mishandeld door haar moeder en stiefvader. De gezinsvoogd, luidde de kritiek, had dat veel beter in de gaten moeten houden. "Na elk incident krijgt jeugdzorg er een opdracht, registratieformulier, checklist of protocol bij.

Je kunt er de klok op gelijkzetten dat dit nu, na de dood van die broertjes uit Zeist weer gebeurt", zei Micha de Winter, hoogleraar opvoedkunde van de Universiteit Utrecht onlangs in deze krant. "Elke maatregel klinkt logisch, maar de optelsom van al die maatregelen zorgt ervoor dat dit vak bijna garant staat voor een snelle burnout. Door elke nieuwe regel zit de gezinsvoogd nog meer achter het bureau, hetgeen ten koste gaat van wat we echt willen: hulp bieden binnen dat gezin om zoveel mogelijk ongelukken te voorkomen."

Daar sluit Bruning zich graag bij aan: "Er moet meer contacttijd worden gecreëerd, juist voor deze multi-probleemgezinnen. Of dit nu is doordat ze minder gezinnen hebben of minder papierwerk, dat maakt me niet uit."

"Ongeveer negentien gezinnen begeleiden met alle contacten die daarbij horen: ouders, pleegouders, kinderen, huisartsen, scholen, politie, hulpverleners, rechtbanken, advocaten, consultatiebureaus, en daarbij ook nog alles vastleggen wat je doet, vergt veel van de gezinsvoogd. "Ook van mij", besluit Van Harten.

Met de gezinsvoogd mee

Verslaggever Rob Pietersen liep twee weken mee met gezinsvoogd Annick van Harten om van dichtbij kennis te maken met de jeugdzorg. In dit slot van een korte serie zoekt hij het antwoord op enkele vragen. Moeten we accepteren dat jeugdzorg niet alle gevaren voor een kind kan uitbannen? En de gezinsvoogd, zo blijkt, wordt overvraagd. Wat moet anders?

'Na elk incident krijgt jeugdzorg er een opdracht of checklist bij. Je kunt er de klok op gelijkzetten dat dit na de broertjes uit Zeist weer gebeurt.'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden