'Veiligheid is niet vanzelfsprekend'

interview | Het defensiepersoneel heeft geen vertrouwen meer in de eigen organisatie. Aan commandant der strijdkrachten Tom Middendorp de taak om dat vertrouwen op te krikken. Een gesprek met de viersterrengeneraal.

De recente nucleaire top in Den Haag had op geen beter moment kunnen komen. President Barack Obama was te spreken over de Nederlandse inzet van leger en politie. De 8000 defensiemedewerkers kregen zo de kans om eens flink wat zelfvertrouwen te kweken in wat voor hen de grootste nationale veiligheidsoperatie ooit was. Of die extra scheut zelfvertrouwen leidt tot meer vertrouwen in werkgever Defensie is maar zeer de vraag. Slechts één op de drie werknemers van Defensie gelooft nog in zijn of haar toekomst bij het leger. En het draagvlak voor veranderingen bij 's lands één na grootste werkgever, na de politie, is onverminderd gering, zo bleek uit de jongste peiling onder het personeel.

In die laatste Monitor Veranderingen Defensie zijn de effecten van de plannen van het kabinet verwerkt. Er was de hoop dat het draagvlak onder het krijgsmachtpersoneel door die duidelijkheid over de toekomst groter zou zijn. Niet dus. Dat baart ook de commandant der strijdkrachten Tom Midddendorp zorgen. "Vertrouwen heeft vele gezichten. Ik ben zelf meer dan dertig jaar opgegroeid in deze organisatie en dan raak je eraan verknocht en zie je ook het belang. De laatste tien jaar zien we dat belang alleen maar toenemen. En zo ervaren de defensiemedewerkers dat ook. We worden voor meer en voor moeilijker klussen ingezet. We denken dat we dat ook goed doen. Als je kijkt naar het draagvlak in de maatschappij, dan zie je dat de waardering enorm is toegenomen. Als je het de militair zelf vraagt, dan is hij heel betrokken en trots op zijn werk. Maar dan is er ook een spanning. Hoe wordt die waardering terugbetaald?"

"De laatste tien jaar hebben we zo om de twee jaar verkiezingen gehad en dat betekende koerswijzigingen en bezuinigingsrondes. Dat vinden militairen moeilijk met elkaar te rijmen. Aan de ene zijde wordt er meer gevraagd, en aan de andere wordt er elke keer bezuinigd. En als wordt geroepen dat de bodem is bereikt en een jaar later toch weer een bezuinigingsronde komt, dan knaagt dat aan mensen. Als er dan ook nog gedwongen ontslagen komen, worden de mensen geconfronteerd met onzekerheid. Dat tast het vertrouwen aan. Ik begrijp dat goed."

De viersterrengeneraal ziet wel degelijk een kentering. In de laatste kabinetsperiode is de 22 jaar dalende lijn van bezuinigen afgevlakt. "Ik hoop dat als de economie verder aantrekt, Defensie niet alleen wordt gezien als een kostenpost, maar ook als een investering. Veiligheid wordt vaak beschouwd als een vanzelfsprekendheid. Het is net als een verzekeringspolis thuis. Je kunt wel steeds minder premie betalen op je polis, maar dan heb je ook minder dekking. En om een goede dekking te blijven houden, moet je ook in die polis blijven investeren. Met 1 procent van het bruto binnenlands product hebben we eigenlijk een heel goedkope verzekeringspolis. Zeker als je bedenkt dat je daar een hele Navo-dekking mee in huis haalt."

Koude Oorlog
Middendorp ziet voor zichzelf een belangrijke taak weggelegd. De militair moet uitgelegd krijgen dat bezuinigen niets te maken heeft met de kwaliteit die hij levert. En de gemiddelde burger moet meer weten over het werk van Defensie. Bijvoorbeeld dat een derde van de krijgsmacht elke dag voor de burger wordt ingezet. "Nee, ik denk niet dat we met de rug naar de samenleving hebben gestaan. Het werk is verder van Nederland af komen te staan. De missies zijn verder weg. De mensen zien het nut niet van die missies voor Nederland. In de tijd van de Koude Oorlog voelde je in Nederland de dreiging. Toen hoefde je niet uit te leggen dat je in externe veiligheid moest investeren. Met het wegvallen van de Koude Oorlog begon er een meer diffuus beeld te ontstaan. Maar we zijn als Nederland maar een klein landje met heel veel buitenland. We zijn met onze handelsstromen afhankelijk van dat buitenland. Als ik met de werkgeversorganisaties of het bedrijfsleven spreek, hoef ik ze dat niet uit te leggen. Ze weten heel goed dat het zaak is regio's stabiel te houden, omdat daar onze grondstoffen vandaan komen. Maar voor de burgers is dat minder voelbaar."

Tijdens recente bijeenkomsten binnen de landmacht blijkt dat veel, ook jonge commandanten, de Leopardtank terugwillen. Er wordt duidelijk gerept over een gat in de slagkracht nu de tanks de deur uit zijn. Middendorp is glashelder over het schrappen van het wapensysteem. "Die tank hebben we afgeschaft, omdat we ons dit wapensysteem niet meer konden veroorloven, niet omdat we hem niet meer konden gebruiken. De landmacht heeft zelf de keuze gemaakt om hem af te schaffen. Dat betekent inderdaad dat je een gat in je capaciteit hebt dat je moet herstellen. Dat doen we door met Duitse eenheden te werken die wel over tanks beschikken."

Middendorp ziet de tank bij het huidige economische tij niet keren. "Je kunt niet zeggen dat Nederland onveiliger geworden is door het vertrek van de tank, we zijn wel beperkter geworden in ons optreden. En we zijn afhankelijker geworden van partners. Internationale samenwerking is voor mij geen vraagteken meer, maar een must."

Recent hebben de Belgische en Nederlandse krijgsmacht besloten de beveiliging van het luchtruim boven beide landen te delen. Dat betekent dat F16's van beide landen in de lucht zijn en dat een Belgische minister moet kunnen beslissen een vliegtuig boven Nederland te laten onderscheppen. Het is slechts een van de vele voorbeelden. De Belgische en de Nederlandse marine zijn al volledig geïntegreerd. "Omdat je het samen doet, kun je meer capaciteiten in stand houden. We kunnen zo dus een grotere marine laten bestaan. We gaan de samenwerking met de Belgen verbreden naar de helikopters. Ook de gemotoriseerde brigades gaan meer samenwerken met België."

Volgens betrouwbare bronnen binnen Defensie mogen de gesprekken bij de internationale samenwerking dan vlot verlopen, die op het Nederlandse erf met Gerard Bouman, het hoofd van de Nationale Politie, zouden aanzienlijk stroever gaan. "Ik ervaar het niet als stroef. De Nationale Politie is vorig jaar opgericht en heeft de handen vol aan het draaiend krijgen van de Nationale Politie. Ik begrijp wel dat je even je agenda richt op je eigen organisatie. Ik ervaar het niet als onwil."

Nu wordt een lijst samengesteld op welke terreinen een gezamenlijk optreden mogelijk is. "Door samenwerking kunnen we meer blauw en groen op straat brengen." De eerste gezamenlijke klus is het aankopen van uniformen, de inkoop van wapens en munitie staat op de lijst. Daarnaast assisteert het leger ook bij de inzet van kleine onbemande vliegtuigjes, drones. In de praktijk heeft zich een deling van bevoegdheden aangediend. De kleine drone die dicht bij de grond blijft, wordt bediend door de politie. Die in de hogere luchtlagen is het pakkie-an van Defensie. "De inzet van drones komt snel op en die ontwikkeling komt uit een militaire omgeving. Zeker als je in het hogere luchtruim komt, hebben wij als Defensie kennis daarvoor in huis. Het is heel erg duur als je dat als politie ook gaat doen. Dat is weggooien van belastinggeld. Daarom heb ik ook met Bouman afgesproken dat onbemande vliegtuigen aan Defensie worden overgelaten."

Ontwikkelingssamenwerking
Middendorp staat bekend als een groot liefhebber, zo niet een van de architecten van wat wordt genoemd civiel-militaire samenwerking. Ruim tien jaar geleden werd zeker in de sector Ontwikkelingssamenwerking met grote scepsis naar die samenwerking gekeken. Het leek er vooral op dat Defensie de samenwerking wilde, zodat uit de ruif van Ontwikkelingssamenwerking meegegeten kon worden. Defensie en Ontwikkelingssamenwerking hebben inmiddels gemeen dat op hun budgetten stevig wordt bezuinigd.

In positieve zin is ook het een en ander veranderd. De missie naar Mali is voor Middendorp meer dan een veiligheidsvraagstuk. "Het is ook een armoedevraagstuk. Veiligheid en ontwikkeling kunnen niet zonder elkaar, zo hebben we de afgelopen jaren wel geleerd. De kloof tussen Defensie en Ontwikkelingssamenwerking is nu bijna weg. Je ziet ze naar elkaar toe groeien. Maar als je voor Mali alleen de lijn van de ontwikkelingssamenwerking zou volgen, en Frankrijk niet in het conflict daar had geïntervenieerd, dan zou dat land nu waarschijnlijk in handen van de terroristen zijn."

"Ik zit elke week aan tafel met Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. De hele formule is nauwgezet met ze uitgewerkt en dat is ook de kracht van hoe we nu naar missies kijken. Alleen veiligheid is geen oplossing. Er is daar een politiek probleem tussen Noord- en Zuid-Mali, er is enorme werkloosheid vooral onder jongeren en er is een enorm crimineel circuit. De inlichtingen die wij daar voor de Verenigde Naties verzamelen, gaan ook over de sociaal-geografische kaart. Dat is wat we geleerd hebben. De inlichtingen die we verzamelen, zijn niet meer vijandgericht, maar bevolkingsgericht. En we weten dat het hoofd van de VN-vredesmacht in Mali, Bert Koenders (oud-PvdA-minister voor ontwikkelingssamenwerking, red.), daarop zit te wachten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden