VEILIGHEID IS EEN REKBAAR BEGRIP

Een regenton die over kan gaan lopen of 'een badkuip die je maar af en toe leeg kunt hozen'. Je zult maar in het zuidwesten van Holland wonen. Door dit uiterst lage deel van Nederland stroomt het water van Rijn en Maas al eeuwen naar zee. Dat zal in de volgende eeuw niet anders zijn. Met dit verschil, dat omstreeks 2015 het zich in de benedenrivieren ophopende rivierwater periodiek alsmaar hoger komt, terwijl ook de zeespiegelrijzing merkbaar zal worden.

HUIB GOUDRIAAN

“Hierdoor zullen eb en vloed, en vooral vloed, gemiddeld hoger zijn, met als gevolg dat spuien van het water op zee wel heel moeilijk wordt. Het Haringvliet van waaruit wordt geloosd, is dan een badkuip waarvan je de plug maar korte tijd open kunt zetten om het water eruit te laten, terwijl de kraan open blijft staan.”

Drs. Loes de Jong, projectleider Integrale Verkenning Benedenrivieren, verheelt niet op haar kamer bij Directie Zuid-Holland van Rijkswaterstaat in Rotterdam dat 'stapeleffecten' al begin volgende eeuw Zuid-Holland kunnen overvallen: de voorspelde zeespiegelrijzing, de bodemdaling en het door klimaatsverandering periodiek hogere rivierwater dat door de gestegen zeespiegel niet weg kan. Als de gevolgen hiervan buiten controle raken, staat een ramp te wachten. “Maar”, voert ze geruststellend aan, “zover komt het niet, er zullen tijdig maatregelen worden getroffen. Onze projectgroep gaat de mogelijkheden daartoe verkennen.”

De projectgroep bestaat uit beleidsambtenaren van drie ministeries (Verkeer en Waterstaat, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en VROM) en de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant, gemeenten en waterschappen. De oprichting van de groep is een logisch gevolg van het op 'verruiming' van de rivieren gerichte beleid van de Rijnoeverstaten Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Nederland sinds de 'hoogwaters' van 1993 en 1995. Na de in januari begonnen inventarisatie en analyse van 'het probleem' wil de projectgroep eind 1999 met een advies aan de minister van Verkeer en Waterstaat komen.

De prognoses klinken verontrustend en ook verbijsterend. Steeds is verzekerd dat met de recente rivierdijkverhogingen en de vorig jaar voltooide Stormvloedkering Nieuwe Waterweg de inwoners van Zuid-Holland veilig waren. Ze zitten dus niet zo op rozen?

“Veiligheid is een rekbaar begrip. Op het moment dat het Deltaplan Grote Rivieren af is, is het risico gering. Maar bij het voortgaan van de tijd, en zeker als we vijftien tot vijfentwintig jaar verder zijn, wordt het risico groter en neemt de veiligheid af. In die zin hebben bewindslieden, Rijkswaterstaat, waterschappen en de provincie gelijk als ze zeggen: we zijn nu even veilig. Veiligheid zal - in dit laaggelegen land - altijd een probleem blijven. U heeft gelijk als u vaststelt dat zich in de hoofden van de mensen heeft vastgezet dat we met onze waterkeringen, dijken, sluizen, Deltadammen, absolute veiligheid kunnen geven. Maar 100 procent veiligheid is er nooit. Op het moment dat je de dijken op orde hebt, moet je alweer gaan kijken naar de toekomst.”

“In de Vierde Nota Waterhuishouding (1997), die als regeringsvoornemen op tafel ligt, wordt uitgegaan van een scenario met enerzijds zeespiegelrijzing en de invloed van de klimaatsverandering daarop, en anderzijds hogere afvoer in de rivieren door meer neerslag en een hogere temperatuur. Die hogere rivierwaterafvoer komt onherroepelijk door het laagland, dus door deze regio heen naar zee. Maar als dan ook eb en vloed op zee gemiddeld hoger zijn, wordt het moeilijker dat rivierwater kwijt te raken.”

Bij de gevreesde superstorm als de Stormvloedkering Nieuwe Waterweg dichtgaat?

“Door de Stormvloedkering Nieuwe Waterweg in Hoek van Holland is het achterland, dus ook Rotterdam, effectief beschermd. Maar tegelijkertijd moet in het seizoen waarin de waterstanden op de rivieren redelijk hoog zijn, het water er wel uit kunnen. Ik spreek niet over het samenvallen van een noordwesterstorm met een extreem hoge waterpiek uit de rivieren, die kans is onnoemelijk klein.

We hebben het over een redelijk hoge rivierwaterstand in november en februari, geen extreem hoge, waarbij het spuien via het Haringvliet moet kunnen doorgaan. Maar doordat volgens de huidige scenario's de rivierafvoer blijft stijgen, en tevens de zeespiegel, wordt de periode dat je op zee kunt spuien, korter. Een goede illustratie is het beeld van een een badkuip waarvan de plug maar korte tijd eruit kan om het water te laten lopen, terwijl de kraan open blijft staan. Dan hoopt het water zich op.''

“De stapeleffecten van klimaatsverandering, bodemdaling en versnelde zeespiegelrijzing kunnen juist in het benedenrivierengebied een combinatie van factoren oproepen die elkaar op een ongelukkige manier versterken. En als je dat al van tevoren min of meer ziet aankomen, dan heeft het zeer veel zin om te onderzoeken op welke manieren we die afvoer kunnen verbeteren.”

Is dat geen oud probleem?

“Jazeker, honderd jaar geleden is er al een extra doorsteek gemaakt met de Nieuwe Merwede. En is ook de Bergse Maas gegraven met het doel de afvoer te verbeteren. Ondertussen zijn er in dit gebied inpolderingen geweest waardoor de rivier een steeds nauwer jasje kreeg. Maar nu voorzien we een hogere afvoer met het sluipende proces van de zeespiegelrijzing. Sluipend, want over vijf jaar is het weer wat gestegen en over tien jaar weer wat. En naarmate die zeespiegel langzaam stijgt, wordt het steeds lastiger dat water kwijt te raken. In ons project spreken we over de periode 2000-2015. In 2015 heeft die zeespiegel sowieso een bepaalde hogere stand bereikt, terwijl een versnelde klimaatsverandering het effect hiervan nog kan versterken.”

Wat kan er tegen worden gedaan?

“In zijn roman Het wassende water beschrijft Herman de Man hoe tijdens een hoogwater de dijkgraven op de bedreigde dijken beslissen tot inundatie, tot onder water zetten van de Krimpener- en Lopikerwaard, om andere delen van Holland te redden.

Strategisch gebieden prijsgeven aan het water om een groot stuk achterland te ontzien, dàt waren oplossingen die in het verleden in zwang waren. We zijn nu in de positie om zulke noodsprongen te voorkomen, we kunnen nog nadenken over sturen van het water. Nederland moet daarvoor wel zijn historie kennen. Ik heb eens gelezen dat een volk dat zijn geschiedenis niet kent, geen toekomst heeft. Als we niet terugkijken naar hoe de mensen destijds die zaken hebben opgelost, dan zullen we nu ook geen mogelijkheden zien om dit probleem op te lossen. In principe verschillen de maatregelen die nu nodig zijn, niet zoveel van de maatregelen die in het verleden zijn getroffen.''

“Ik herinner ook niet aan de situatie in Het wassende water om aan te geven dat de projectgroep onmiddellijk wil bekijken welke stukken land onder water kunnen worden gezet. Absoluut niet! Wel kan, als er meer water door een goot moet, door de rivier moet, de goot dieper of breder worden gemaakt, of ervoor worden gezorgd dat er minder water doorheen moet. We kunnen ons afvragen of de dijken in de nabije toekomst opnieuw omhoog moeten. Dat is wel de klassieke oplossing, maar ze is niet duurzaam.

Ze kost een hoop geld en het wordt ook steeds moeilijker een steeds breder en zwaarder wordende dijk op een slappe ondergrond op zijn plaats te laten liggen. Kun je versterking van een bepaald dijktraject dan niet beter voorkomen door op een andere plaats, bovenstrooms of benedenstrooms, te zorgen voor, inderdaad 'Ruimte voor de Rivier', zoals de mei vorig jaar gekozen beleidslijn heet? Al eeuwenlang hebben Nederlanders het water gestuurd door bijvoorbeeld het graven van nieuwe waterlopen. Welnu, dat sturen zal terwille van de veiligheid blijven gebeuren.''

Wie moet de ruimte leveren, met andere woorden: wie wordt de sigaar?

“Dat is een politiek spel, dat is ook een belangenafweging. Je kunt zeggen, en dat is eigenlijk ons uitgangspunt, dat je economisch belangrijke regio's ontziet en daarbij dus heel bewust het water stuurt. Er komt aan één kant water in en het moet er aan de andere kant weer uit. Je moet dat water dus in andere regio's erdoor voeren en meer ruimte geven. Daarmee stuur je ook.”

Ook inundatiegebieden, tijdelijke reservoirs aanwijzen?

“Hoeft niet. Na de verkenning gaat onze projectgroep verder met het uitwerken van oplossingen. Ik wil duidelijk maken dat je enerzijds het water stuurt door economisch belangrijke regio's te ontzien; want op het moment dat er hoogwaterschade komt in een economisch belangrijke regio is die schade onnoemelijk groot. Anderzijds betekent dit wel dat het water op andere plaatsen meer ruimte moet krijgen. Bijvoorbeeld door een deel van wat nu land is, aan de rivier terug te geven. Dat is geen inundatiegebied aanwijzen, dat is permanent teruggeven. Het is een van de alternatieven die ook in de voorbereidende studie Integrale Verkenning Inrichting Rijntakken wordt genoemd. Daarmee geef je het water speelruimte, ik zeg nadrukkelijk geen 'vrij spel'. En dat doe je dan bewust, ook daarmee stuur je het water.”

Duitsland is driftig bezig met soortgelijke projecten, het scheppen van overloopgebieden. Is het probleem al niet opgelost voordat hoogwater de Nederlandse grens bereikt?

“Het is een internationaal probleem, daar heeft u helemaal gelijk in. Maar u weet net zo goed als ik, dat je hoogwater alleen goed aanpakt door mannetje aan mannetje op de dijk te gaan staan, en er op iedere plek voor te zorgen dat de veiligheid gegarandeerd is. En dat betekent, internationaal gezien, dat wij niet kunnen zeggen: Duitsland, los jij het maar op, of dat Duitsland zegt: Zwitserland, los jij het maar op, of Frankrijk, los jij het maar op. Nee, internationaal moeten we schouder aan schouder willen staan. Zuid-Holland naast Oost-Nederland en Oost-Nederland naast Noordrijn-Westfalen en zo verder tot de bron.”

Dus Zuid-Holland zal ook zijn aandeel moeten leveren aan dat reservoirs scheppen?

“Niet aan reservoirs scheppen, maar een aandeel leveren in het oplossen van de problemen. Land teruggeven aan de rivier zou kunnen: het is geen alternatief dat ik aandraag, maar het is een van de mogelijkheden die zouden kunnen worden onderzocht. Dat te kunnen onderzoeken, is weer afhankelijk van wat er op dit moment bestuurlijk mogelijk is. En daar kom je alleen maar achter door met de bestuurders in gesprek te gaan.”

En de burgers, die moeten het willen accepteren.

“Dat klopt. Alleen, als je iemand rechtstreeks vraagt wat hij wil, dan zal hij zeggen: kan het opgelost worden bij de buurman?”

Een geval van Nimby dus, het niet-in-mijn-achtertuin-effect.

“Ja. De beslissing zal uiteindelijk op een politiek hoog niveau worden genomen. Tot december 1999 hebben we de tijd voor het opstellen van een advies. En dat advies bevat niets meer en niets minder dan een strategie. Daarin zal staan met welke maatregelen een nieuwe ronde dijkversterkingen kan worden voorkomen. Maar dat geldt weer niet voor het hele gebied. Er zullen altijd delen van Zuid-Holland keihard met waterkeringen moeten worden verdedigd. Op de kaart zien we een economisch enorm belangrijke regio, de Rijnmond met Rotterdam, en die zal moeten worden ontzien. Want de schade die je daar kunt oplopen is gewoon niet te benoemen. En dat betekent dat je één of meer strategieën moet bedenken om het water op een goede, veilige manier af te voeren. Simpel gezegd: kan het niet langs de ene kant dan moet het langs de andere kant.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden