Opinie

Veiligheid bij de gratie van geheimhouding

Antiterreur-actie in september 2001 bij de Botlektunnel.Beeld anp

We moeten accepteren dat veiligheid en volstrekte privacy elkaar niet verdragen, stelt Pieter Cobelens.

De 'klokkeluider' Snowden heeft heel wat tongen los gemaakt. Ook in Nederland heeft dit weer eens een nieuw onderzoek veroorzaakt door de Commissie van toezicht inlichtingen- en veiligheidsdiensten (CTIVD). De overheid wordt in ons land in principe immers altijd als verdacht beschouwd, en het proces lijkt tegenwoordig belangrijker dan het resultaat.

Ik vind dat ongelooflijk populistisch en kan sommige politici in dezen absoluut niet volgen. Men weet dat de CTIVD en de 'Commissie Stiekem' (alle fractievoorzitters) de inlichtingendiensten continu toetsen en toegang hebben tot alle informatie. Vragen als: 'Betreft het een klokkeluider of een ontevreden werknemer met een exit-strategie?', heb ik nog nergens mogen lezen.

Bevriende landen
In Nederland geven de inlichtingendiensten op basis van bronnen geanalyseerde informatie die op een via de Wet Inlichtingendiensten en Veiligheid (WIV) geautoriseerde wijze is verkregen. Deze wet wordt nu herzien en aangepast aan bijvoorbeeld de beschikbaarheid van de sociale media. Doelstelling is onze - ongeveer om de twee jaar wisselende - politici informatie te verschaffen over onderwerpen die de regering aan de diensten oplegt en die moeten bijdragen aan de veiligheid van Nederland.

Andere democratische landen hebben een vergelijkbare wetgeving met die van Nederland, maar aangepast aan hun eigen politieke ambities. Die ambitie ligt voor 'super powers' toch net even iets anders dan bijvoorbeeld in ons eigen land. Deze landen verschaffen Nederlandse diensten met enige regelmaat informatie over dreigingen voor Nederland en helpen op deze manier onder meer terroristische aanslagen voorkomen.

Als het juist is dat 'bevriende' landen zijn afgeluisterd, kan ik mij geen vergelijkbaar dossier voorstellen in de Nederlandse context. In ons land zou men daar eerst ministeriële toestemming voor moeten hebben. Die zal je in de Nederlandse context waarschijnlijk nooit krijgen voor bevriende landen. Die toestemming is overigens niet nodig voor openbaar toegankelijke informatie. Op basis van die informatie worden wel analyses gemaakt over bevriende landen. Meer dan 60 procent van alle informatie die wordt gebruikt om inlichtingen te maken komt overigens uit het openbaar, en dus voor ieder toegankelijk, domein.

Digitaal exhibitionisme
En daar draait naar mijn mening alles om: het babbelende, twitterende, facebookende, hyvende en bloggende individu. Mensen schijnen te vergeten dat dit digitale exhibitionisme in veel gevallen de bescherming biedende Wet bescherming persoonsgegevens overbodig maakt en een rijke bron van informatie oplevert voor iedereen.

Hetzelfde Nederlandse individu is echter voortdurend bezorgd over de toegang tot zijn/haar persoonsgegevens. Nederlanders zijn absoluut niet veiligheidsbewust. De 'alles moet kunnen'-mentaliteit lijkt ook te leiden tot het niet willen accepteren van het feit dat sommige zaken geheim of vertrouwelijk zijn. En dat het weglekken van die informatie tot staatsgevaarlijke situaties kan leiden. Het uitlekken van de Troonrede bijvoorbeeld wordt tegenwoordig toch als volstrekt normaal beschouwd? En dan betreft het hier niet eens cruciale informatie voor de veiligheid van de staat. Onze rechtbanken veroordelen zelden geheimenlekkers of zelfbenoemde klokkeluiders, in tegenstelling tot andere democratische landen.

Het wordt als logisch ervaren dat bijvoorbeeld de Fiod vele jaren (verplicht te bewaren) boekhouding mag komen opvragen, terwijl men deze gegevens toch echt niet in het openbaar zou willen terugzien. Hetzelfde geldt voor bewaarde archieven of bestanden van providers, op voorwaarde dat met de eerder vermelde toestemming gericht wordt gezocht naar de handelingen van een persoon of personen die als dreiging worden beschouwd. Het is technisch onmogelijk iedereen 'real time' af te luisteren, en dat geldt ook voor de VS. Het is met de huidige technieken wel mogelijk nagenoeg alle gevoerde digitale (tele)communicatie voor enige jaren te bewaren en 'met toestemming' te doorzoeken.

In Nederland zullen we moeten accepteren dat veiligheid voor de staat en dus ook voor het individu, niet in evenwicht is te brengen met de wens om alle persoonlijke zaken geheim te willen houden. Als de overheid iets meer vertrouwen kreeg, zou wellicht worden begrepen dat 'gecontroleerd onder water moet worden gewerkt' en de beschikbaar komende inlichtingen zeer vertrouwelijk moeten worden behandeld ten behoeve van de veiligheid van ons land.

Aanslagen
We zullen moeten accepteren dat de vooruitgang ook leidt tot minder anonimiteit en dat we geen boter op ons hoofd moeten hebben. We zullen moeten leren dat mede door een goed functionerende èn gecontroleerde overheid we in Nederland tot nu toe geen aanslagen kennen die te vergelijken zijn met 9/11, Londen of Madrid. We moeten begrijpen dat er veel jaloezie is op ons welvarende biotoopje en dat het jammer is dat we eerst een ramp nodig schijnen te hebben om ons dit te realiseren.

Want dan kunnen we ons immers met een bombardement van Kamervragen storten op het proces en de schuldvraag, in plaats van de gewenste resultaten. Zonder onderschip is een schip een kort leven beschoren, dat ook geldt voor het 'Nederlandse schip van staat' en haar inlichtingendiensten die het onderschip vormen. Dat onderschip dient continu te worden gecontroleerd door bevoegde instanties, maar moet om goed te kunnen functioneren vooral onder water blijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden