Veiligheid als grondrecht sympathiek maar onzinnig

Jaap de Hoop Scheffer slaat op hol wanneer hij veiligheid als een sociaal grondrecht wil vastleggen. Veiligheid is een taak van regering en volksvertegenwoordiging. Niet alle belangrijke staatszaken moeten grondrechten worden, want inflatie dreigt.

Het CDA wil een nieuw sociaal grondrecht in de Grondwet opnemen: een recht op veiligheid. Daarmee zou het mogelijk worden de overheid op haar verantwoordelijkheid aan te spreken om de veiligheid van de burgers te waarborgen, aldus De Hoop Scheffer op de partijraad van het afgelopen weekeinde (Trouw, 19 februari).

De Hoop Scheffer heeft gelijk dat de veiligheid van de burgers een zorgelijke zaak is. Wie daar nog aan mocht twijfelen moet zijn licht maar eens opsteken bij het boek 'Brief aan mijn dochter' van Trouw-redacteur Jaffe Vink. Maar dat daarom een sociaal grondrecht in de Grondwet zou moeten worden opgenomen is een ernstig misverstand.

Wil De Hoop Scheffer de regering aanspreken op haar verantwoordelijkheid dan staat hem daarvoor een bij uitstek democratisch instrument ter beschikking. Als volksvertegenwoordiger kan hij regelmatig informeren naar de vorderingen van de minister van justitie en het onder hem ressorterend openbaar ministerie in het realiseren van een veilige maatschappij.

Met wat de fractievoorzitter van het CDA nu voorstelt bereikt hij precies het omgekeerde. Hij hevelt de kritiek op de regering over naar de rechter die geacht wordt te waken over een 'sociaal grondrecht'. Daarmee wordt de mogelijkheid van de volksvertegenwoordiging om de regering te controleren dus niet vergroot, maar juist verkleind.

De wens om te komen tot een sociaal grondrecht op veiligheid is bovendien ingegeven door een staatsrechtelijke denkfout. Om dat te begrijpen moeten we ons verdiepen in de grondslagen van het denken over recht en staat. Het komt er, kort gezegd, op neer dat De Hoop Scheffer het verschil tussen een staat en een rechtsstaat niet ziet.

Een staat is een organisatie die macht en gezag uitoefent over een groep mensen die woonachtig is op een bepaald grondgebied. Geen macht, geen staat. Een staat die de veiligheid van haar burgers niet kan waarborgen, is dus geen staat. Dat kan als het leger niet sterk genoeg is om het grondgebied te beschermen tegen buitenlandse aanvallen. Maar het voortbestaan van de staat is ook serieus in het geding wanneer politie en justitie geen heer en meester zijn over de straat.

Een rechtsstaat is iets heel anders. Hierbij gaat het om een staat waar het recht de macht van de staat beperkt. Dat gebeurt onder andere doordat in een grondwet grondrechten worden opgenomen die de burger tegenover de staat kan handhaven. Tot die grondrechten behoren onder andere een recht op vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en privacy (met mate, zou ik zeggen: dit is een overschat recht).

De rechter ziet erop toe dat de staat die rechten van de burgers niet schendt. Het is een verkeerde tendens om alles wat tot de noodzakelijke taken van de staat behoort te herformuleren in termen van grondrechten van de burgers. Grondrechten moeten allereerst een uitzondering blijven. Zo niet, dan ontstaat inflatie. Grondrechten moeten ook afdwingbaar zijn voor een rechter. Zo niet, dan zijn het slechts holle frasen. Dat laatste is met zogenaamde 'sociale grondrechten' het geval. Dit zijn in wezen sympathieke doelstellingen van overheidspolitiek. De formulering daarvan in termen van rechten is een rechtsdogmatisch misverstand.

Hoewel de notie van sociale grondrechten in het algemeen al problematisch is, is het meest ongelukkige voorstel op dit terrein een 'grondrecht' op veiligheid. Wanneer de veiligheid van de burgers serieus in het geding is, is geen sprake van een staat. De introductie van een 'recht op veiligheid' zou desastreuze gevolgen hebben voor het functioneren van onze parlementaire democratie. Rechters zouden worden opgezadeld met talloze claims van burgers die de regering op haar verantwoordelijkheid gaan aanspreken in het realiseren van de primaire staatstaken. De controlerende bevoegdheid van de volksvertegenwoordiging wordt daarmee geheel uitgehold en in handen gelegd van een orgaan dat daartoe helemaal niet is toegerust: de rechterlijke macht.

Nu begrijp ik wel dat De Hoop Scheffer zal tegenwerpen dat de parlementaire controle op dit moment onvoldoende functioneert. Dat mag zo zijn, maar dan moet daaraan iets worden gedaan. Het CDA zou -daarbij geholpen door anderen die ons systeem een warm hart toedragen- erop moeten wijzen dat veiligheid van de burgers een enorm belangrijke zaak is.

Men zou vaak vragen moeten stellen aan de minister van justitie. Men zou goed moeten letten op de effectiviteit van het optreden van het OM. Deze taken zijn zó belangrijk dat het parlement ervoor moet waken ze over te dragen aan een oncontroleerbare en democratisch niet gelegitimeerde rechterlijke macht. Hoe goed bedoeld ook: een sociaal grondrecht op veiligheid is gevaarlijke onzin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden