Veiliger én spannend: geen hogere wiskunde

We moeten het even over Alberto Contador hebben. Nu het nog kan. Want ik vrees met grote vreze dat de Tour de France nu al mislukt is voor de Spanjaard. Potverdikkie, wat een valpartij was dat, zaterdag. Plat op z'n muil. Waar hij over viel weet nog steeds niemand. Misschien was het de witte streep, misschien was het een vogelpoepje of een toevallig rondslingerend potlood, misschien was het zijn schaduw.

Hijzelf dacht dat zijn achterwiel werd weggetikt door de vriendelijke Amerikaan Brent Bookwalter. Die reed wel achter Contador, maar had met de schuiver niets te maken. Van alle kwetsuren leek zijn schouder het meest aan flarden, maar reken maar dat zijn moraal nog veel meer in stukken lag. Helemaal toen hij gisteren nóg een keer onderuit ging, hopla, op dezelfde schouder.

Hoe kreeg-ie het voor elkaar?

Alberto haat de eerste Tourweek. Elke ochtend doet hij een schietgebedje om heelhuids de dag door te komen, een dag verder richting de bergen. Zijn terrein. Het dringen en duwen, de stress en de hectiek van het begin van de Tour: hij vindt het maar niks. Hij raakt al overspannen als hij eraan denkt. En dus zit hij gestresst op de fiets. Geen wonder dat hij valt.

Ik snap Contador wel. Zelfs voor de tv zat ik met samengeknepen billen naar het gooi- en smijtwerk in de finales van beide etappes te kijken, afgelopen weekend. Stel je voor dat je op de fiets zit, middenin die chaos.

Contador was, denk ik, niet altijd zo bang voor de eerste week van de Tour. Maar hij is inmiddels 33, en met het klimmen der jaren groeit ook het besef van de risico's die je neemt. Want hoeveel risico is een Tour eigenlijk waard?

Het risico op doodvallen? In NRC las ik over Bauke Mollema, die zich niet afvraagt of, maar hoevéél doden er in een massale crash moeten vallen voor er eindelijk wat verandert. Voor het peloton eindelijk kleiner wordt, met minder renners en minder stress. De belangen zijn vooral in de eerste Tourweek zo groot, dat het wildwest is geworden.

Niemand heeft nog respect voor elkaar. De ongeschreven fatsoensregels zijn verdwenen. Niemand waarschuwt voor obstakels. Renners wachten net zo lang met remmen tot het buigen of barsten is; na mij de zondvloed. En er is niemand die dat doorbreken kan. Geen Lance Armstrong, Mario Cipollini of heel binnenkort Fabian Cancellara die gevaarlijk gedrag niet accepteert. En corrigeert.

Natuurlijk, we hebben Chris Froome en Peter Sagan. Maar de eerste is vooral met zichzelf bezig en de tweede ziet nooit gevaar. Lacht erom. Contador zelf heeft het aanzien blijkbaar niet om een peloton te sturen. Hoe goed zijn vorm is, zullen we deze Tour niet weten. In de bergen is hij de procenten die hij zo hard nodig heeft om te excelleren al kwijtgespeeld aan zichzelf oplappen. Doodzonde.

Ploegen van zes renners, in plaats van negen. Met elke etappe vijftig kilometer minder voor de wielen. Dat betekent minder gevaar, want minder knechten die op kop moeten dringen. Het betekent óók minder makkelijk te controleren ontsnappingen, dus meer spanning en daardoor mooiere koersen. Bauke Mollema heeft gelijk. Het is geen hogere wiskunde.

Laat iemand, wie dan ook - de renners zelf, de UCI, de vakbond - dat alsjeblieft snel invoeren. Gaarne vóór Baukes voorspelde meerdere doden vallen. Daar heeft iedereen baat bij.

En dan zien we Alberto Contador misschien nog eens als vanouds vlammen, in zijn geliefde bergen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden