Veilige haven in het woud

In het Deelerwoud kun je herten zien en veel ook. Sinds 2001 worden ze niet meer bejaagd, bij wijze van experiment.

Machiel Bosch stopt zijn fourwheeldrive voor een houten slagboom. 'Verboden toegang', staat er op het bord van Natuurmonumenten naast de wegversperring, 'Rustgebied voor het wild'. Altijd spannend om zo'n bord te negeren, de boom te openen en de bush in te rijden. En hij is nog legaal ook deze Veluwesafari, want in gezelschap van de boswachter zelf.

Kun je in Nationaal Park Hoge Veluwe soms dagen rondfietsen voordat je ooit een edelhert in het vizier krijgt, hier in het aangrenzende Deelerwoud is het een hele kunst om géén herten te spotten. Hoe dat kan? Op de Hoge Veluwe wordt gejaagd om de populatie binnen de perken te houden. In het Deelerwoud, dat met herten-kerende rasters van de Hoge Veluwe is gescheiden, gebeurt dat sinds 2001 niet meer - bij wijze van experiment.

Als gevolg van dit niet bejagen - in jagersjargon 'beheren' genoemd - leven er nu veel meer herten in het gebied. Aan het begin van het experiment liepen er ongeveer honderd rond in het Deelerwoud. "Tellen is altijd moeilijk," zegt Bosch. "Zeker in zo'n bosrijk gebied. Ruw geschat zijn het er inmiddels zo'n 600 geworden: 300 edelherten en evenveel damherten. Maar het kunnen er meer zijn, tijdens een telling kan er heel goed net een roedel aan het grazen zijn op de landingsbanen van zweefvliegveld Terlet of op de Arnhemse heide."

Minder schuw
Door het staken van de jacht zijn de dieren niet alleen talrijker geworden maar bovendien minder schuw, en daardoor zichtbaarder. "Met een vaste bezetting," vertelt Bosch, "fietsen we wekelijks een rondje langs vaste trajecten, om te zien wanneer de herten vluchten. Die vluchtafstand is kleiner geworden, hebben we geconstateerd. Dat verhoogt de kans herten te zien, wat natuurlijk enorm aantrekkelijk is voor wandelaars. Oog in oog komen met zo'n schitterend, groot wild dier roept bij veel mensen emoties op."

Hij heeft de woorden nog niet uitgesproken of honderd meter verderop laat de eerste roedel edelherten zich zien. Als de auto optrekt, springen ze weg achter de bomen. "Het blijven natuurlijk vluchtdieren," zegt Bosch. Maar dat je zo dicht kunt naderen, is wel een bijzondere sensatie. Het blijft niet bij deze ene roedel. Terwijl wij hobbelend en zigzaggend de bemodderde paden volgen, laten zich in totaal wel zo'n zeventig edel- en damherten zien, en een eenzame ree op de heide.

Aan de oostrand van het Deelerwoud wijst Bosch op het ecoduct Terlet, dat in de verte net te zien is. "Over dit ecoduct, dat in de jaren '80 over de A50 is aangelegd, kan het wild naar het 5000 hectare grote Nationaal Park Veluwezoom trekken, dat ook eigendom is van Natuurmonumenten. Vanuit de Veluwezoom kunnen ze veel kanten op: Loenermark, Middachten, Hof ter Dieren. Via ecoducten kunnen ze in het noorden zelfs helemaal tot Hulshorst komen, en zuidwaarts tot aan Rheden."

In al die gebieden wordt er wél op ze gejaagd door de 'wildbeheereenheden'. Dat roept de vraag op of de herten in de gaten hebben dat ze beter af zijn in het Deelerwoud, waar geen kogel ze bedreigt. Bosch denkt het wel. "Herten slaan ervaringen op en maken daar gebruik van. Vooral de hindes; die geven hun ervaringen door aan hun kalveren. Voor we ons experiment begonnen, woonden er in het Deelerwoud overwegend mannetjes, nu zijn het merendeels vrouwtjes. Dat zegt iets over de kwaliteit van het gebied. Blijkbaar ervaren ze hier rust en veiligheid en is er voldoende voedsel."

Bronstexcursies
Doordat er in het Deelerwoud zoveel 'kaalwild' - vrouwtjes - is, verloopt de bronsttijd hier opwindend. Bosch: "Als bij de mannen de hormonen beginnen te jeuken, gaan ze op stap naar een gebied waar ze kansen maken. In tien jaar tijd is het Deelerwoud daardoor van een saai gebied spectaculair geworden." Vijf, zes jaar geleden organiseerden de boswachters hier nog geen bronstexcursies, maar de toeloop is zo groot geworden dat ze nu tijdens de bronst van 's middags vier tot de volgende ochtend 10 uur zelfs paden moeten afsluiten. Om de bezoekers zo ver op afstand te houden, dat ze wel van de bronst kunnen genieten en hun 'ultieme plaat' kunnen schieten, maar de herten niet storen.

Problemen heeft de grote toename van het aantal herten in het Deelerwoud tot nu toe niet veroorzaakt, zegt Bosch. Althans niet in het gebied zelf. "We hebben geen aanwijzingen dat de herten van negatieve invloed zijn op het voorkomen van andere diersoorten, zoals hagedissen, loopkevers, dagvlinders en broedvogels. En evenmin op de vegetatie. Ze knabbelen wel aan jonge boompjes als eik, berk, beuk, lijsterbes en vuilboom, maar die bomen verdwijnen niet. Er zijn er toch genoeg die door de vraathoogte heen schieten, spil en stam vormen en uitgroeien tot boom."

Ook vallen er niet significant meer verkeersslachtoffers onder de herten. Wat dan rest als mogelijk probleem, zijn de buren. Dat kunnen boeren zijn die een paar herten wel leuk vinden maar niet zitten te wachten op 60, 70 herten die 's nachts hun akkers kaalvreten. Daarom is er om het gebied van een boer dat grenst aan het Deelerwoud en vliegveld Terlet, een raster geplaatst. Andere klagers, elders op de Veluwe, zijn vooral particuliere landeigenaren, die aan bosbouw doen. "Zij willen graag een gave Douglasspar oogsten en niet een die is aangevreten door wild. Herten eten echt alles, als ze honger hebben", weet Bosch uit ervaring.

En dan zijn er nog de collega-faunabeheerders die, door de veronderstelde overloop van herten uit het Deelerwoud, in hun gebieden meer dieren moeten afschieten. Hoeveel herten er vanuit het Deelerwoud via ecoduct Terlet verder trekken, is echter niet bekend. "Er hangt een camera," zegt Bosch, "maar nog te kort om iets zinnigs te kunnen zeggen. Dát ze zich verplaatsen, is echter aannemelijk, hebben ook twee Vlaamse kenners vastgesteld, die Natuurmonumenten speciaal had ingehuurd."

Het aantal damherten in het Deelerwoud lijkt te stabiliseren, maar bij de edelherten vlakt de groei van de populatie nog niet af. "Het gebied kan kennelijk veel meer dieren aan dan wij hadden verwacht. Wel zien we dat er nu minder éénjarige hindes meedoen aan de voortplanting dan in het begin van het experiment."

Eind van dit jaar loopt de toestemming van de provincie Gelderland voor het experiment in het Deelerwoud af. De provincie wil van Natuurmonumenten een voorstel hoe nu verder te gaan. De beheerder staat voor een dilemma. Met het welzijn van de dieren in het gebied gaat het goed, en de bezoekers genieten van het wild. Dat pleit ervoor op deze voet door te gaan. Maar wat zullen naburige boeren en bosbouwers, collega-faunabeheerders in aanpalende gebieden en de provincie, die verantwoordelijk is voor de wildstand, daarvan vinden?

Ook in het hoofd van boswachter Bosch leeft het dilemma: "Mijn hersens zeggen dat we misschien wel weer moeten gaan beheren, maar mijn hart verzet zich ertegen om prachtige dieren van vlees en bloed te doden. Faunabeheer is voor een deel ook emotie. Ik ben benieuwd wat onze leden hiervan vinden."

Het Deelerwoud, waar niet wordt gejaagd, telt veel herten. Links boswachter Machiel Bosch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden