VEILIG TERUG NAAR SOMALIE

Somalische asielzoekers kunnen probleemloos terug naar hun eigen clangebied, vindt het ministerie van Buitenlandse Zaken. Vier gebieden worden aangemerkt als 'veilig'. Wie de Nederlandse argumenten op een rijtje zet, stuit op een reeks van halve waarheden en miskleunen. Vier stellingen vormen de hoekstenen van het beleid, zoals dat telkens terugkomt in stukken van Justitie en Buitenlandse Zaken. Niet één van deze stellingen houdt stand. Aan dit artikel werkten mee: Petterik Wiggers (Nairobi, Kismayo) en Ilona Eveleens (Nairobi).

“Het idee dat iemand veilig is als je hem maar tussen zijn eigen clan zet, betwist ik”, zegt de Canadese Somalië-expert Matt Bryden. Bryden begeleidde vorig jaar als deskundige de Nederlandse diplomatieke missie die in Somali-land onderzoek deed naar de mogelijkheden om uitgewezen asielzoekers terug te sturen. Hij wijst erop dat veel stadsbewoners geboren zijn en opgroeien buiten het gebied waar hun (sub-)clan dominant is. Zo'n Somaliër “kun je niet zomaar neerzetten op een plek waar hij nog nooit is geweest.” Zij zullen ook niet automatisch door hun clan-genoten geholpen worden; wie ooit werkte voor de regering van wijlen dictator Siad Barre, kan in het 'eigen' clangebied zelfs gevaar lopen, stelt Bryden.

Volgens Bryden ontbreekt het ook de bevolking van Somali-land en rond Bosaso aan middelen om vluchtelingen te helpen, voorzover ze al een plicht zou voelen om hun 'clangenoten' bij te staan.

2. “Nederland zet afgewezen asielzoekers alleen uit naar hun eigen clangebied.”

Justitie heeft zich weinig tot niets aan deze eigen richtlijn gelegen laten liggen. De meeste Somaliërs die het lijdend voorwerp waren van (pogingen tot) uitzetting behoorden niet tot de clan die op de plek van bestemming de dienst uitmaakt.

Tot nog toe zijn vier uitgeprocedeerde Somaliërs daadwerkelijk uitgezet. Ze werden in juni met twee vluchten overgebracht naar het Zuid-Somalische Garbahare. De tweede vlucht ontaardde in een schietpartij op het vliegveld, waarbij de begeleidende Nederlandse ambtenaren hals over kop moesten vluchten.

Van de vier uitgezette omaliërs behoorde slechts één tot de Marehans (een sub-clan van de Darod, die Garbahare en omgeing beheerst). Dat vertelt in Nairobi generaal-majoor Mohamed Hadji 'Gaani'. Hij is rechterhand van Omar Hadji, de leider van het Somalische Nationaal Front (SNF) dat het gezag in Garbahare uitoefent, en met wie Nederland een akkoord zou hebben. De enige asielzoeker die wel tot de Marehan-clan behoorde, kwam volgens Gaani uit een gebied dat honderden kilometers noordelijker ligt.

Volgens Gaani verblijven drie van de vier in de stad Bardera. Eén van hen behoort tot de Hawiye-clan, die op voet van oorlog verkeert met de Marehans. Van 'opvang' door de plaatselijke bevolking is geen sprake, zegt hij. “Het zijn onze mensen niet. Ze moeten bedelen om aan voedsel te komen.” Artsen zonder Grenzen moest zich vorige maand uit de stad terugtrekken na gevechten tussen concurrende clans.

De vierde uitgezette asielzoeker is spoorloos. De vrouw, behorend tot de Gadabursi-clan, was volgens Gaani afkomstig uit Borama, in Somali-land. Het is onbekend of zij heeft geprobeerd terug te keren naar 'huis' - een dikke duizend kilometer en ettelijke clan-twisten noordwaarts - of dat zij is geschaakt.

Een van de twee IND-medewerkers die destijds assisteerden bij de uitzetting naar Garbahare, heeft in juni voor de rechtbank in Zwolle verklaard dat de vier zonder protesten vanaf Nairobi zijn vervoerd. Geen van hen zou te kennen hebben gegeven tot een andere clan te behoren. Staatssecretaris Schmitz meldde dat deze week nog aan de Kamer.

Volgens een betrouwbare, goed ingevoerde westerse bron in Nairobi, die spreekt op voorwaarde van anonimiteit, is dat gelogen. “Het was oorspronkelijk helemaal niet de bedoeling dat Nederlandse ambtenaren zouden meevliegen naar Garbahare. Daartoe is toch besloten om de Somaliërs in bedwang te kunnen houden. Die zeiden dat ze van een andere clan waren en verzetten zich heftig.” Uit uitgelekte stukken van Justitie blijkt dat het niet de bedoeling was dat Nederlandse ambtenaren zouden meereizen naar Somalische bestemmingen.

Ook is er één poging tot uitzetting geweest van negentien personen naar Hargeisa (Somali-land). Een tolk van het ministerie van Justitie, die zou meereizen, heeft vorige maand tegenover deze krant getuigd dat van de hele groep maar twee personen behoorden tot de Issaq-clan die daar domineert. Zeker tien anderen behoorden zelfs tot clans die op voet van oorlog verkeren met de Issaqs. De uitzetting mislukte overigens faliekant, door tegenwerking van de autoriteiten in buurland Djibouti, vanwaar de asielzoekers zouden vertrekken naar Hargeisa.

3. “Nederland zet alleen uit na afspraken met de lokale autoriteiten.”

Een stelling die zeer aanvechtbaar is. Uit alle vier regio's waarmee volgens Justitie akkoorden waren, hebben lokale autoriteiten inmiddels laten weten dat zij van geen afspraken weten, dat zij de handen vol hebben aan de eigen bevolking en dat zij niet instaan voor de veiligheid van Somaliërs die misschien wel tot hun clan behoren, maar geen wortels hebben in hun gebied.

Een van die autoriteiten is Mohamed Hassan Barre uit Bosaso. Hij is vice-gouverneur van de relatief stabiele Bari-regio in het Noordoosten en was onlangs in Nederland om steun te zoeken bij de wederopbouw in zijn regio. Barre: “Dat kost ons minstens vijf jaar.” Zijn 'regering' heeft, zegt hij, de steun van de clanoudsten van alle 28 subclans in het gebied. Barre begrijpt niets van de Nederlandse plannen om juist nu mensen terug te sturen naar zijn gebied. “In Nederland zitten geen mensen uit de Bari-regio. Hoe kunnen ze nu stedelingen, van wie de over-over-grootvader hier vandaan komt, naar ons gebied sturen? Er is geen werk en er zijn geen huizen: veel vluchtelingen uit Mogadishu slapen op straat.” Van een afspraak over de opvang van uitgezette Somaliërs weet Barre niets: “Er bestaat geen overeenkomst, Nederland heeft nooit met òns gesproken.”

Toch berichtte Justitie-medewerker P. Fredriksz op 12 juni dat de 'burgemeester van Bosaso' en de lokale politieke partij SSDF meewerken aan de opvang van clangenoten. Maar secretaris-generaal Jama Ali Jama van de SSDF geeft een heel andere lezing van het gesprek, dat hij op 11 juni voerde met Fredriksz en dat koud een half uur duurde. Jama heeft, zo schrijft hij in een brief aan de Nederlandse regering, Fredriksz juist gewaarschuwd dat Bosaso op dit moment geen vluchtelingen - vrijwillig of gedwongen - uit Nederland kan opnemen wegens de chaos in zijn regio.

Ook de regering van Somaliland, in het Noordwesten, ontkent afspraken met Nederland. “Somaliland neemt zijn eigen mensen alleen terug in overleg met de UNHCR”, meldt Abdillah Hassan Farah, de minister van wederopbouw, vanuit Hargeisa. “Ons land kan pas mensen opnemen als we met internationale hulp programma's hebben ontwikkeld voor hun herintegratie.”

In Kismayo reageert Mohamed Jame Ali, de rechterhand van warlord generaal Morgan, verbaasd op de suggestie van een akkoord. Met de ambtenaren Th. Strikkeling (werkzaam op de ambassade in Nairobi) en R. van Lanschot (die namens Buitenlandse zaken de veiligheid in Somalië onderzocht) “hebben we welgeteld één gesprek gevoerd”, zo stelt hij. “Er is slechts over vrijwillige terugkeer gesproken. Wij hebben nadrukkelijk gezegd dat gedwongen terugkeer uit den boze is. Natuurlijk kunnen we mensen die uit zichzelf willen terugkeren naar Kismayo niet weigeren. Maar die mensen zijn niet voor niets op de vlucht geslagen. Ze komen pas terug als de situatie op langere termijn stabiel blijft. We hebben tijdens dat gesprek ook uitgelegd dat de Nederlandse regering kleinschalige projecten moet opzetten, als er vluchtelingen terugkomen. Wij zijn niet bij machte deze mensen op te vangen.”

Ook in Garbahare is niets over een 'akkoord' bekend, laat staan over de “volledige overeenstemming met de lokale autoriteiten, onder wie generaal Omar Hadji Mohamed”, die staatssecretaris Schmitz deze week nog aan de Tweede Kamer meldde. Generaal-majoor Mohamed Hadji 'Gaani', rechterhand van generaal Omar Hadji Mohamed, stelt: “Er is alleen informeel gepraat over vrijwillige terugkeer, in combinatie met ontwikkelingsprojecten. Maar er is nooit een akkoord ondertekend. Als Nederland zegt dat er een overeenkomst bestaat, dan moeten ze de stukken maar laten zien.”

4. “Nederland levert alleen uit naar 'veilige gebieden'.”

De schietpartij op het vliegveld van Garbahare waarin de Nederlandse ambtenaren en de twee uitgewezen asielzoekers verzeild raakten, illustreert dat de regio Geddo (waarin Garbahare ligt) niet bar veilig is. Twee weken geleden viel het Ethiopische leger de regio binnen, op jacht naar een islamitisch-fundamentalistische organisatie. Deze verzetsgroep, de al Itihad, zorgde voor onrust in het Somalische deel van Ethiopië, maar ook in Geddo - reden waarom de lokale autoriteiten instemden met de inval.

Juist naar Geddo heeft Nederland de eerste asielzoekers uitgezet, terwijl Buitenlandse Zaken goed op de hoogte was van de spanningen. “Op 27 en 28 juni vorig jaar waren medewerkers van de Nederlandse ambassade in Nairobi aanwezig op een vergadering in Garbahare, samen met diplomaten uit andere westerse landen”, vertelt Marian Grobbee, een hulpverleenster die lang in de regio heeft gewerkt. Omar Hadji ging uitvoerig in op de problemen met de fundamentalisten, aldus Grobbee, die ook op de vergadering was. “Nederland heeft dus wel degelijk geweten van het op handen zijnde conflict tussen SNF en de fundamentalisten.”

Ook de twee ambtenaren die in maart in Garbahare met Omar Hadji spraken, schreven in hun rapport al dat diens gezag niet onomstreden was. Dat ook in de stad zelf de veiligheid te wensen overliet, kan de twee niet ontgaan zijn, meent professor Abdul Rahman Mahamoud.

VERVOLG OP PAGINA 2

Veilig terug naar Somalie VERVOLG VAN PAGINA 1

Volgens Mahamoud, verantwoordelijk voor de externe contacten van het SNF en ook aanwezig bij de gesprekken die de Nederlanders voerden met Omar Hadji, is de twee uitvoerig gewezen op de kans dat in Geddo elk moment de strijd kon losbarsten. “Op de dag dat de Nederlandse delegatie in Garbahare aankwam, was er 's ochtends een aanslag gepleegd. Een man had een handgranaat geworpen in het gebouw van de nationale raad. Daarbij kwam een bestuurder om en raakten drie personen gewond. Het gebouw stond pal tegenover het huis waarin de Nederlanders waren gehuisvest. Ze konden de schade goed overzien. Twee van de gewonden zijn met de auto van de Nederlandse delegatie overgebracht naar het regionale ziekenhuis”, vertelt Mahamoud. In het rapport van de delegatie ontbreekt elke verwijzing naar dit incident.

In Kismayo deed de Nederlandse delegatie zaken met generaal 'Morgan', die de missie de 'onbetwiste leider' van Kismayo heet. In werkelijkheid is deze warlord (bijgenaamd 'de slachter van Hargeisa') bij lokale clan-leiders omstreden. Clanoudste Ismael Hadji Warsame zegt in Kismayo: “Wíj vertegenwoordigen de plaatselijke bevolking, niet de warlords. Ik wil zo snel mogelijk een einde maken aan het gezag van Morgan. Maar hij heeft hier 5 000 man militie rondlopen om zijn macht uit te oefenen.”

Niet alleen intern ligt Morgan moeilijk, ook met naburige clans ligt hij overhoop. De secretaris-generaal van Morgans SPM, Mohamed Jame Ali, zegt dat hij de Nederlanders destijds heeft gewezen op de spanningen in het gebied. De SPM voert strijd met de USC van wijlen Aidid. “De twee Nederlandse diplomaten zeiden dat ze ons gebied erg kalm en vredig vonden. Wij hebben ze verteld dat er elk moment nieuwe gevechten konden uitbreken.” Blijkbaar wilde de delegatie dat niet horen. In mei werd Mohamed gebeld door ambassade-medewerker Strikkeling. “Hij zei dat Kismayo binnen drie weken de eerste vluchtelingen kon verwachten. Ik vertelde dat de situatie erg instabiel was. Mijn advies was om geen mensen terug te laten keren.”

De veiligheid van Bosaso is minder omstreden. Toch woedt in de clan die deze regio domineert (de Majerten-clan, een sub-clan van de Darod) verdeeldheid tussen twee facties. Ook in Somaliland zijn de clans verdeeld, wat in het recente verleden heeft geleid tot militaire slagen.

Een heel andere kwestie is de veiligheid van het Somalische luchtruim en de betrouwbaarheid van de maatschappijen die Buitenlandse Zaken inschakelt om uitgeprocedeerde Somaliërs terug te brengen. De toestellen die op Somalië vliegen, zijn in het bezit van chartermaatschappijtjes - ondermeer in Kenia en Djibouti - die het verdovende middel qat vervoeren. Passagiers zijn bijzaak. In luchtvaartkringen staan deze maatschappijtjes, die vijfhonderd dollar voor een enkeltje Somalië rekenen, in laag aanzien. “Hun vluchten zijn vaak zwaar overladen, dus de vliegveiligheid is niet al te best”, zegt een piloot in Nairobi. “Als de piloot door omstandigheden moet uitwijken, krijgen passagiers echt problemen. De maatschappij is dan niet verantwoordelijk voor ze.”

Veel piloten, onder wie enkelen die uitgewezen asielzoekers vervoerden, zijn in Somalië in problemen geraakt. Ze werden vastgenomen, waarna exorbitante bedragen aan losgeld werden geëist. Vorige maand werd in Nairobi zelfs opgeroepen tot een vliegboycot van Somalië, uit solidariteit met een Australische piloot die in mei gevangen werd genomen na een noodlanding in Baidoa. Daar is hij 'veroordeeld' tot 25 jaar gevangenisstraf, of 480 000 dollar boete, wegens 'schending van het luchtruim'. Door de hevige concurrentie op de lucratieve qat-route is van een boycot niets terechtgekomen.

In Kismayo vertelt Mohamed Jame Ali, dat zijn SPM-factie onlangs een piloot had vastgenomen omdat deze een asielzoeker transporteerde die tegen zijn wil was uitgezet door Zweden. “Toen we begrepen dat de vluchteling niet vrijwillig werd vervoerd, hebben we het vliegtuig in beslag genomen. De piloot hebben we voor onze sharia-rechtbank veroordeeld tot 8500 dollar boete.” Mohamed dreigt ook Nederland: “Elk toestel dat hierheen onvrijwillige vluchtelingen vervoert, krijgt met deze procedure te maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden