Veilig maar ver weg is geen optie

Zij vluchtte jaren geleden met haar kinderen uit Irak. Haar zoon keerde terug voor zijn werk en voor de liefde, en nu is er weer oorlog.

Op de Facebookpagina van Mohammed stond deze zomer plots een foto van een wapendepot. "Kan niet kiezen!!!!", zette hij er bij. Locatie: 'in de buurt van Erbil', Irak. In een half verlichtte ruimte overziet een verkoper vanaf de bureaustoel zijn waar. 9-mm-pistolen, van westerse makelij. Tegen het decor van een slordig gemetselde muur glinsteren ze in het tl-licht.

Elf likes.

"Jij kan nog niet eens omgaan met een waterpistool", zette een Facebookvriend uit Nederland onder die foto, "laat staan met een .20."

Twee likes.

Net toen hij die foto plaatste, was IS bezig aan een opmars in Irak. Mohammed Rashid (30) verhuisde anderhalf jaar geleden van het eiland Goeree-Overflakkee naar de noordelijke stad in Iraaks-Koerdistan. Aan de rest van Mohammeds fotoalbum te zien naar tevredenheid. Diner met zijn stralende vrouw. Met scrabble het woord 'Holland' leggen. Samen waterpijp roken. "Met vrouwtje chillen."

Achtenveertig likes.

In de Eerste Golfoorlog vluchtte de familie Rashid met hun kinderen naar Nederland. Vanaf Mohammeds zevende jaar woonden ze in Middelharnis op Goeree-Overflakkee. Waar iedereen hen trouwens voor Turken hield. Niet zo gek, vindt Mohammed. "Vóór ons was er één allochtone familie in het dorp, of misschien wel op het hele eiland, en dat waren Turken. Daar zal het mee te maken hebben."

Twee dingen brachten hem terug in Irak: het werk en de liefde. Hij kon een goede baan krijgen in Erbil als veiligheidsadviseur bij een energiecentrale. En hij was verliefd geworden op een Koerdische. "We zijn binnen korte tijd getrouwd. Samenwonen accepteren ze hier niet, dat wordt niet geoorloofd. Je moet de zegen van de imam hebben."

Dat brengt hem op het voornemen waarmee hij vertrok. "Als ik terugga, dacht ik, neem ik het vrije denken van Nederland mee. Of je nu een ander ras hebt, een ander geloof, dan wel homo of hetero bent, dat maakt je niet minder. Wat dat betreft loopt men hier nog achter. Ik ging dus ook om verandering te brengen."

Hij krijgt nu de kans om de moderniteit te beschermen tegen IS en gelijkgestemden. Op zijn werk moet Mohammed niet alleen zorgen dat collega's veilige brillen en schoenen dragen, hij werkt ook aan 'waarborgen tegen terroristische dreiging' - energiecentrales zijn immers strategische doelwitten. "Deels zijn dat gewoon basisdingen: camerasystemen, opleidingen voor veiligheidsmensen. Maar ik moet ook signalen opvangen over zaken die schade toebrengen aan het bedrijf. Ook onder het eigen personeel kunnen er mensen zijn die gedachten hebben als IS. De rotte moet je er tussenuit pikken. Het vergt heel veel energie, als je niet weet of je mensen kunt vertrouwen."

Het gevaar is ook weer niet zo dichtbij. IS, of daash, zoals het in Irak heet, zat steeds op enige afstand, en is de afgelopen maanden teruggedrongen. "Ik voelde de dreiging het best toen er op tien minuten afstand van de centrale aantekeningen gevonden waren, van hoe ze een aanslag wilden plegen. Nu is dat al weer een half jaar terug. Maar er is elke week wel een verijdelde bomaanslag, en zo nu en dan een echte bomaanslag. Je moet zo denken: elk moment kan er iets gebeuren. Iedere seconde moet je opletten."

In Middelharnis was Mohammed barman bij de kroeg Le Bateau, kortweg 'Lub' genoemd, aan het pittoreske haventje. Daar moest hij zorgen dat er geen vechtpartijtjes ontstonden; veel spannender werd het niet. "In het begin was het overschakelen moeilijk. Ik ben opgegroeid in een land waar de veiligheid voor 99 procent gegarandeerd is. Dat is niet te vergelijken."

Van teruggaan is geen sprake. "Natuurlijk vraag ik het mezelf wel af: Ga ik vluchten, of ga ik voor mijn eigen volk vechten? Het is een verplichting, vind ik, om je niet te laten afschrikken. Die heb je puur omdat je hier woont. De mensen om je heen kunnen nergens heen. Ik wel. Maar vluchten zou zwak zijn. Ik denk dat je, zodra dingen als verkrachtingen en het doorsnijden van een keel voor je ogen gebeuren, vanzelf een adrenalinestoot krijgt. En dit soort groepen kan ook in Nederland komen. Daarom moeten we het hier al een halt toeroepen. Als je hoort dat mannen van vijftig over een meisje van tien jaar heen gaan - daar wil je wel tegen in opstand komen. De mensen hebben hier ook recht op een goed leven."

Het is niet elke dag dat er een ploeg van het journaal langskomt op de Prins Maurits, de christelijke middelbare school in Middelharnis. Laat staan van de Koerdische staatsomroep. Dat ze de school laatst wisten te vinden, komt door Fazila Rashid (58), en haar 'Iraktie'. Leerlingen van de school haalden 15.000 euro op voor de vluchtelingen in Irak.

Ruim 22 jaar geleden vluchtten mevrouw Rashid en haar man met de kinderen uit Irak naar het eiland Goeree-Overflakkee. Haar zoon Mohammed is teruggegaan, toen het land weer veilig was. Toen ze hem afgelopen zomer bezocht overviel IS de dorpen die bij Koerdistan hoorden. "Ik zag hoeveel vluchtelingen hierheen kwamen", vertelt Rashid. "En er waren al veel vluchtelingen uit Syrië, bijna een miljoen. Het was te veel voor de regering. Iedereen hielp daar. Ik dacht: ja, wij leven heel goed in Nederland, dus ik moet ook iets doen."

Mevrouw Rashid ging scholen op het eiland langs om lezingen te geven. "Het kwam goed aan. Ik heb lang nagedacht over wat we het beste met het geld konden doen. Eten, drinken, kleren? Wasmiddelen, heb ik nog gedacht. Maar ik hoorde dat men vooral kou leed. Dus ik heb 1904 elektrische kacheltjes van het geld gekocht. Lang niet genoeg, natuurlijk. In het dorp waar ze naartoe gaan, zijn zo'n 4000 tenten - hoe chaotisch dat is, daar kun je je geen voorstelling van maken. Meer dan de helft zit nog zonder kachel."

Sinds twee jaar is Fazila Rashid voorzitter van de KWU in Europa, een Koerdische vrouwenvereniging, die vrouwen helpt de weg te vinden in Nederland. Daar leert ze andere vrouwen bijvoorbeeld dat de Nederlandse politieman net als een ambtenaar is, of een leraar. Uit eigen ervaring weet ze dat zoiets niet meteen doordringt. "het duurde echt heel lang totdat wij niet meer bang waren voor politie. Dat was heel raar. Een keer hield een politieman ons aan op straat, in het verkeer, en ik legde uit dat ik zo bang was. Mijn hart klopte zo dat het net was alsof mijn borst eruit kwam. 'Heb je wat verkeerd gedaan dan?', vroeg de agent. 'Nee!', zei ik. Maar in Irak was iedereen bang voor de politie. We hebben zulke onmenselijke dingen gezien. Wij waren altijd in gevaar omdat we Koerden waren."

Of ze niet bang is, van IS en consorten? Op een plagerig toontje antwoordt ze: "Ik hoorde dat IS bang is van vrouwen. Laten wij nu veel Koerdische vrouwelijke strijders hebben..." Ze onderbreekt zichzelf. "Nee, even serieus. Ik weet niet of ik bang ben." Haar familie heeft een erenaam, vertelt ze. 'Shorsh', dat staat voor 'strijd' of 'revolutie'. "Mijn familie heeft veel meegemaakt. Het regime van Saddam heeft mijn broer, Sami Shorsh, geprobeerd te vergiftigen, en mijn ouders levend willen begraven. Op het laatste nippertje zijn ze aan de dood ontsnapt. Mijn vader was een ontwikkeld man hier in Erbil, bijna iedereen kende hem. Bij de mannen die hen in een truck meevoerden, was een oud-leerling, die het toch niet kon aanzien, en hen heeft laten ontsnappen. 'Ik heb echt wat van jou geleerd', zei hij tegen mijn vader."

Van haar vlucht naar Nederland herinnert mevrouw Rashid zich dat ze alleen maar aan de kinderen kon denken. "We gingen als blinden op weg. Ik zag niets op dat moment, van de angst. Het was zo gevaarlijk. Er was letterlijk en figuurlijk op ons huis geschoten, in de buurt was een explosief gegooid. Toen dachten we: het is nu klaar, we gaan."

En nu is haar zoon terug in Irak, om er te blijven. Eerst, stellig: "Hij mag dat zelf beslissen." Dan, net zo stellig: "Maar ik ben zijn moeder. Ik mis hem. Liefst wil ik hem op de Rottenburgseweg hebben, waar ik woon, zo dicht mogelijk bij mij." Ze zucht. "Het meisje had veel invloed op hem. Hij heeft voor haar gekozen. Hij is er gelukkig met haar, en daar gaat het eigenlijk om."

"Ik heb wel gezegd: onze deur is altijd open, je bent toch Nederlander. Maar ik kan hem niet dwingen om terug te komen. Ik kan één ding zeggen: toen er gevaar dreigde in Koerdistan, heb ik hem naar een veilige plek gebracht. Nu mag hij zelf beslissen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden