Veessen steunde gevluchte Joden

Het Veluwse Veessen wist na de Duitse inval precies hoe om te gaan met de bezetter.

Met het veer naar Veessen is het leukst. Van station Wijhe is het tien minuten lopen naar het pontje over de IJssel. We wandelen over de IJsseldijk richting zuid. Veessen ligt aan het ’Ongemak’, een bocht in de rivier waar de zeilschepen bij westenwind moeilijk voorbij kwamen. De schippers overnachtten dan in de Hank, de haven van Veessen. Dat gaf reuring. In het doopboek van Veessen staan enkele geboorten vermeld waarbij als de vader een ’voorbijkomende schipper’ wordt aangewezen. De Hank is tegenwoordig een toeristenhaventje. Vlakbij de Hank ligt de steiger van het voetveer, dat alleen ’s zomers vaart.

Via de dijk zie je boerderijen met fraaie voortuinen. Maar je kunt ook door de Vorchter Waarden. Hier staan honderden ganzen in het gras. In de plassen langs de rivier vissen aalscholvers. Als je door de waarden gaat, moet je soms over of onder prikkeldraad door. Werk voor de vereniging Nemo, die naar Engels voorbeeld ijvert voor vrij overpad op het platteland.

We naderen het dorp Veessen langs een droeve camping met rijen stacaravans. Huize Ruysch, waar de campingbaas woont, heeft een eigenwijs torentje. Onze eerste aanleg is de traditionele slagerij van meneer Overmeen. Hij heeft vandaag balkenbrij, maar dat durven wij niet aan. Onze burgermanssmaak dicteert een broodje rosbief. We overwegen even om op het terras aan de IJssel te lunchen. Maar de slager blijkt een gezellige prater. Dus nemen we plaats op het stoeltje in de winkel, terwijl Overmeen vertelt over Veessen. De 750 inwoners zijn eigenlijk te weinig voor een slagerij. Maar het dorp is hem dierbaar. Er is een muziekgezelschap en een voetbalvereniging. De 18de-eeuwse Mölle van Bats is gerestaureerd en onlangs is het naast de molen staande gebouwtje van de stoommachine opgeknapt. De bakkers uit Veessen ventten vroeger hun brood uit tot in de dorpen over de IJssel. Dan kon je niet hebben dat de molen soms stilstond. Het dwong eind 19de eeuw tot een stoommachine, die bij windstilte kon malen. De molen op de dijk is inderdaad, met de molenaarswoning en ’de stoom’, een ensemble dat je niet gauw ergens anders vindt.

In het centrum van Veessen staat een elegant vijfhoekig waterstaatskerkje met een beroemd orgel. Bij de forse pastorie even verderop is het stil. We durven het erf niet op. Dit is het huis dat in 1933 betrokken werd door de jonge predikant Louis Buenk. Buenk en zijn bruid hadden hun huwelijksreis gemaakt naar Duitsland, waar zojuist de nazi’s aan de macht waren gekomen. Hij was daardoor de eerste in de verre omgeving die begreep dat Joden gevaar liepen.

De Veluwe wist na de Duitse inval niet goed hoe je moest staan tegenover de bezetter. Die was immers na de capitulatie overheid. Zo niet Veessen. Buenk wist de kerkenraad mee te krijgen om in een vroeg stadium geld te geven voor de hulp aan gevluchte Joden. Het leidde tot een conflict met de burgemeester van Heerde, waar Veessen toe behoorde. Hij eiste vergeefs melding van de mensen die door de diaconie ondersteund werden.

In de pastorie kreeg de 15-jarige Jaap Cohen onderdak. Later volgden vader Cohen en de broer van Jaap en vele anderen. De gemeenteleden wisten dat Buenk Joden verborg. En als er nieuwe onderduikers aanklopten en de dominee moeilijk een adresje kon vinden, nam hij de Joden mee naar de boeren en confronteerde hen aan de achterdeur direct met de nood. Dan weigerde niemand. Later verborg Buenk ook nog neergehaalde geallieerde vliegers en wapens voor het verzet. In mei 1942 besloot de kerkenraad een oude turfschuur te verbouwen, voor de opslag van wapens en munitie. Buenk werd chef van de Ordedienst in Veessen. De pacifistische dominee ging over tot gewapend verzet.

We keren terug naar de dijk en passeren de zeuvn huus’n onderaan de dijk. Enkele huisjes mooi gerestaureerd. Als we de dijk verlaten, zien we hoe de zon weerkaatst op de zilverige rietpluimen. We zwenken rechtsaf de Kerkstraat in. Dan zien we de boerderij met de mysterieuze naam De Hollewand en een opvallende gevel. Heeft de 19de-eeuwse boer een reis naar Italië gemaakt?

Achter De Hollewand doemen in de blauwige nevel de bossen van de Veluwe op. Een paar kilometer ervoor staan langs de Terwoldse Wetering de elektriciteitspalen van de IJsselcentrale. Hier komt ongeveer de Hoogwatergeul, als Verkeer en Waterstaat zijn zin krijgt. Het wordt een gedrocht met twee parallelle dijken van zeven meter hoog, die vanuit de Kerkstraat het zicht op de Veluwe zullen wegnemen. Verscheidene boerderijen gaan verloren en het landschap wordt verpest. In Veessen is er veel boosheid over. Slager Overmeen ontgaat de zin volledig. ,,De geul moet de rivier ontlasten als er meer dan 18.000 kubieke meter water per seconde bij Lobith over de grens komt’’, zegt hij. Maar dat gebeurt nooit, want dan zijn de Duitse Rijndijken al lang gebroken.”

Na de Kerkstraat gaan we rechtsaf de Hogeweg in en vervolgens even linksaf de Veesser Enkweg. Dan rechtsaf de Vorchter Enkweg en opnieuw rechtsaf de Veerweg. Het veer moet een langzaam stroomopwaarts gesleepte baggermolen laten voorgaan. Dat duurt even, maar dan zijn we in een paar minuten weer in Wijhe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden