Veertig kilometer van de hel

Veel Syriërs zijn gevlucht naar het Turkse grensstadje Kilis. In het opvangkamp stoppen de angstdromen niet. 'Onze kinderen kunnen de geluiden van alle wapensystemen perfect van elkaar onderscheiden.'

De uit de Syrische stad Aleppo gevluchte kleermakers, bakkers en andere ambachtslieden laten in het stadspark van Kilis hun mobieltjes zien. Wie nog twijfelt aan de ingeboren slechtheid van de homo sapiens zal na een bezoek aan dit Turkse grensstadje snel ontnuchteren. De beelden uit Aleppo op de mobieltjes zijn ook in de zielen gegrift van de mensen hier, volwassenen en kinderen.

Een filmpje toont twee mannen, zittend op de grond, ze dragen een wit T-shirt. Een militair in uniform onthoofdt een van hen met een elektrische zaag. Hij gaat snel en methodisch te werk, alsof hij dit vaker heeft gedaan. Het duurt enkele seconden, het lijken beelden uit een abattoir, maar het gebeurt dus met mensen.

Een Turkse journalist heeft zojuist in zijn werkruimte een college van een paar uur gegeven, met knappe, nu en dan relativerende analyses over de situatie in Syrië. Hij weet veel, maar zijn kennis en de waarschuwing om niet alles te geloven, zinken in het niet bij dit soort beelden, die ook Syrische pubers op hun telefoontjes meedragen. Ze hebben nog meer visueel materiaal in de aanbieding, een verkoold gezin bijvoorbeeld. En een bom van 450 kilo, een blindganger die niet ontplofte, maar anders misschien wel tientallen huizen zou hebben vernield.

Kilis is een grensstadje waar het bijbehorende cliché 'slaperig' haast moet zijn uitgevonden. Het is zo'n oord waarop die grap van Herman Finkers over Almelo van toepassing lijkt - 'een stoplicht springt op rood, een ander weer op groen, in Almelo is altijd wat te doen' - aangenomen dat er een stoplicht is. Juist dat maakt die beelden op de telefoontjes zo gruwelijk. Het is onwezenlijk, gezien de verveling hier en met het besef dat zulke gebeurtenissen op veertig kilometer afstand gebeuren, want zo dichtbij ligt de miljoenenstad Aleppo. Of zijn het alleen maar moorden op de waarheid, gepleegd met montage en Photoshop?

"Natuurlijk lijden we aan nachtmerries", zegt een kleermaker. "Het is verschrikkelijk, onze kinderen kunnen de geluiden van de verschillende wapensystemen perfect van elkaar onderscheiden. Ze hebben een ziekelijke militaire kennis. Ook hier blijven ze bang. Als er een passagiersvliegtuig overvliegt, duiken ze weg. Ze zijn soms opvallend stil. We kunnen alleen maar raden wat er dan door ze heengaat."

"We vochten mee", zegt hij. "Maar het werd te gevaarlijk voor de familie. De opstand was geen verrassing. Syrië is nooit een normaal land geweest. Is het normaal dat iemand uit de gevangenis komt en helemaal gek is door de folteringen? Als jullie wat willen doen, isoleer dan Rusland, China en Iran. De piloten van de bommenwerpers komen uit die landen, ze zijn geen Syriërs. Zulke dingen doen Syriërs hun eigen mensen niet aan. Het Vrije Syrische Leger heeft een paar vliegtuigen neergeschoten. De piloten hebben ze natuurlijk geëxecuteerd, dat hadden ze verdiend. Maar ze hebben nog wel even hun papieren bekeken en ze waren geen Syriërs."

Een Syriër die landgenoten bombardeert, dat is dus onbestaanbaar, maar iemand het hoofd afzagen, valt wel binnen de grenzen van het voorstellingsvermogen. Inkomsten hebben deze vluchtelingen nauwelijks. Soms hebben ze een illegaal baantje voor de helft van de normale beloning, vier uur op een vrachtauto rijden voor evenzovele euro's. Gelukkig is er sinds de ramadan voedselhulp, twee maaltijden per dag. Maar hun kinderen gaan al bijna twee jaar niet meer naar school.

De vluchtelingen hier in Kilis hebben nog geluk ook dat de mensen hen niet zien als politieke of godsdienstige vijanden, zoals elders in deze regio wel het geval is. Er is overlast, de woningen zijn duurder geworden en medische hulp is voor de inwoners van Kilis moeilijker verkrijgbaar. Ze vrezen verder dat hun Syrische gasten op den duur crimineel zullen worden, naarmate hun aantal en hun nood stijgen.

Maar verder dan dat gaan in Kilis de klachten nog niet. Acuter, politieker en dus gevaarlijker zijn de spanningen in de provincie Hatay, waar de stad Antakya (Antiochië) ligt. Bij grofweg de helft van de bevolking kan de Syrische revolutie min of meer op sympathie rekenen, terwijl de andere helft in dezelfde gradaties tegen is. Relatief veel Turkstalige, soennitische moslims steunen de opstand, terwijl alawitische, Arabischtalige en liberaal denkende mensen vaker pro-Assad zijn. Velen van hen zien de gevluchte Syriërs zelfs als vijanden en ze zijn fel tegen militair ingrijpen door Turkije. De Turkse premier Erdogan noemen ze een verrader, die Assad een broeder noemde en hem nu laat vallen.

Wie oprechte vrienden van Assad zoekt, kan die vinden in Antakya. Er is hier zelfs betoogd voor de wereldwijd geschuwde paria. De beelden staan op internet. Het is een vertrouwd thema in het Midden-Oosten, de in eigen land verguisde tiran kan rekenen op sympathie in buurlanden, in zijn hoedanigheid van anti-imperialistische held. Met afgrijzen zagen veel Irakezen destijds bijvoorbeeld hoe hun mede-Arabieren elders de straat opgingen voor hun kwelgeest Saddam Hoessein.

Ook de betogers in Antakya schreven de onlusten in Syrië toe aan imperialistische complotten, maar belangrijker lijkt het dat ze dezelfde godsdienst aanhangen als Assad, de alawitische islam. De alawieten in Hatay reageren met de reflex van een bedreigde minderheid. Zelf hebben ze nooit geleefd onder Assads knoet, voor hen blijft hij het symbool van alawitische trots en de beschermer tegen de harde Saoedische wahabi- islam en Al-Kaida. "Als je ons niet gelooft, vraag het dan aan de christenen, die denken er net zo over", verzekeren ze. De Arabische revoluties zien ze als een bedreiging voor henzelf, zelfs hier in Turkije. Hun context is niet die van een democratiseringsbeweging die er hoognodig moest komen, maar van de bloedbaden van soennitische sultans tegen hun voorouders uit een grijs verleden en van harde discriminatie in modernere tijden.

Antakya is een hybride stad. Er is nauwelijks een Arabische letter in het straatbeeld te bekennen. Ook hier roept het onvermijdelijke afgodsbeeld van vader des vaderlands Atatürk: 'Hoe gelukkig is degene die kan zeggen: ik ben een Turk.' Toch spreken veel mensen in deze stad, ondanks driekwart eeuw keiharde Turkse assimilatiepolitiek, nog steeds Arabisch en ook de godsdienstige loyaliteit blijft. Alawieten herinneren zich, nu Assad in nood is, ineens weer de moorddadige vervolgingen in vroeger eeuwen. En daarom kruipt het bloed waar het niet gaan kan en is, ondanks al zijn fouten, de alawiet Assad nog steeds voor velen een held of zelfs een martelaar.

Ze vrezen ook voor een verstoring van het machtsevenwicht in Hatay, als de Syrische vluchtelingen, doorgaans soennitisch, langer mogen blijven. Aan beide kanten van de grens is er een bevolkingsmix van Arabieren, Koerden en Turken, soennitische en alawitische moslims en nog een handvol christenen. Je kijkt daardoor in dit grensgebied in een soort spiegel van Syrië.

Bij de boedelscheiding van het Ottomaanse Rijk, dat na de Eerste Wereldoorlog uiteenviel, is de grens tussen het nieuwe Turkije en Syrië vrij willekeurig getrokken, soms bijna dwars door een dorp heen. Het scheelde maar een haar of Antakya, Mersin en Adana hadden nu hetzelfde lot moeten ondergaan als de Syrische zustersteden Aleppo, Homs, Hama of Ladaqiya.

Tot 1938 behoorden ze tot Syrië, waar toentertijd Frankrijk de koloniale scepter zwaaide. Frankrijk stond het gebied ineens af aan Turkije, na een referendum dat volgens de Arabieren was vervalst. De 'bevrijding' van Hatay en Mersin stond lang hoog op de Syrische nationale agenda. Ook nu nog zijn er in Hatay alawieten die aansluiting bij Syrië willen, maar die groep is geslonken.

Bij de grenspost in Kilis heeft Turkije een keurig kampement aangelegd, maar niet elke vluchteling is daar welkom. Aan de Syrische kant is een groter en primitiever kamp, van mensen die vooralsnog Turkije niet binnen mogen. Ze krijgen wel het hoogst noodzakelijke om te overleven. Er is geen Syrische douane. Bij de ingang van het kamp aan de Turkse kant zit een strijder van het Vrije Syrische leger. Aan zijn zwaar beschadigde been is hij geopereerd in Antakya. Acht uur na de operatie stuurde de chirurg hem naarbuiten. "Het was een alawiet, daarom", zegt hij boos. Hoe zie je dat iemand alawiet is? "Hij vroeg of ik soenniet was. En toen ik ja zei, moest ik weg."

Misschien oordeelt hij te snel. De arts kan ook andere drijfveren hebben gehad. De Turkse ziekenhuizen zijn overbelast geraakt en dan is er nog de beschuldiging dat Turkije strijders van het Vrije Syrische Leger op zijn grondgebied laat uitrusten of militair traint, en de uit Syrië arriverende ambulances volgestouwd met wapens terugstuurt. Vechten tegen een geruchtenmolen is zinloos, maar je hoeft als arts geen alawiet te zijn om schijn te willen vermijden.

"Blijf weg uit Aleppo", smeekt de strijder bijna, in een welgemeende waarschuwing gekruid met een sausje oorlogspropaganda. "Op de daken zitten scherpschutters van het regime. Ze schieten je dood of ze ontvoeren je en zeggen dan dat wij het hebben gedaan."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden